nieuws

42 procent van de ammoniak op beschermde natuur komt niet uit Vlaamse landbouw

nieuws

Vlaanderen heeft zijn stikstofdoelstellingen niet volledig zelf in de hand. Een aanzienlijk deel van de stikstof die op onze natuur neerkomt, komt uit het buitenland. In 2023 ging het om 42 procent van de ammoniakdepositie en 76 procent van de stikstofoxiden-depositie. Dat blijkt uit het tweede Voortgangsrapport PAS. Gelukkig zitten ook onze buurlanden niet stil en wordt ook daar de uitstoot teruggedrongen. Tijd voor een nadere blik op het stikstofdeken boven Vlaanderen.

Vandaag
Lees meer over:
Platteland_Jozefien

Of Vlaanderen slaagt in de doelstelling om stikstofgevoelige natuurgebieden te beschermen, hangt erg nauw samen met de evolutie van niet-Vlaamse emissiebronnen. De twee stikstofverbindingen ammoniak en stikstofoxiden kunnen zich namelijk over grote afstanden verspreiden, waardoor Vlaanderen de depositie niet altijd zelf in eigen handen heeft.

Stikstofpluimen hebben grote reikwijdtes

De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) berekende dat 80 procent van de stikstofoxiden verder dan 80 kilometer van de bron neerslaat. Voor een ammoniakpluim is dit 50 procent. Een deel van de NOx-depositie in Antwerpse natuurgebieden is zo niet uitsluitend toe te schrijven aan de eigen Antwerpse industrie. Die kan evengoed afkomstig zijn van West-Vlaamse industrie, afhankelijk van onder meer de windrichting.

Voor afstanden verder dan 20 kilometer gaat het om 89 procent van de stikstofoxidenuitstoot en 70 procent van de ammoniakuitstoot. Ammoniak slaat dus dichter neer bij de bon. Een aanwijzing daarvoor is dat de grootste veehouderijstreken zoals het midden van West-Vlaanderen, de Noorderkempen en het noordoosten van Limburg ook de grootste ammoniakdepositie vertonen.

Welke stikstofbron zorgt voor grootste stikstofbijdrage in beschermingszones?

Waar in 2015 de verdeling van de totale stikstofuitstoot van Vlaamse en niet-Vlaamse bronnen nog 57 procent ammoniak en 43 procent stikstofoxiden was, levert ammoniak in 2023 met 64 procent de grootste bijdrage aan de totale depositie op stikstofgevoelige habitats in Vlaamse SBZ-H’s (Speciale Beschermingszone van de Habitatrichtlijn, red.).

Er zijn meer bronnen van ammoniak dan stikstofoxiden, doorgaans liggen ze ook dichter bij natuurgebieden

Departement Omgeving

Drie factoren verklaren de grotere bijdrage van ammoniak in vergelijking met stikstofdioxide in 2023. Ten eerste daalde de uitstoot van stikstofoxiden in de voorgaande periode veel sneller dan die van ammoniak. PAS-maatregelen waren toen ook nog niet van kracht. Daarnaast is ook het depositiegedrag, waarbij ammoniak sneller neerslaat, een reden waarom ammoniak de grootste stikstofbron is op SBZ-H’s. “Bovendien liggen de ammoniakbronnen doorgaans dichter bij de natuurgebieden dan industriële of verkeersbronnen, die typisch zijn voor stikstofoxiden. Er zijn ook meer ammoniakbronnen dan bronnen voor stikstofoxiden”, duidt het departement Omgeving.

Heeft ammoniak een grotere stikstofimpact dan stikstofoxiden?

In de beoordeling van de impact van stikstofdepositie op natuur wordt geen onderscheid gemaakt tussen stikstof afkomstig van ammoniak en stikstof afkomstig van stikstofoxiden. “Er bestaat niet zoiets als ammoniakgevoelige habitats of stikstofoxidegevoelige habitats”, aldus het departement Omgeving. “De natuur is in de beoordeling ofwel stikstofgevoelig ofwel niet stikstofgevoelig. Uit een onderzoek van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek blijkt wel dat één eenheid ammoniak schadelijker is voor de natuur dan één eenheid stikstofoxiden. Maar daar houden de kritische depositiewaarden in de beoordeling geen rekening mee.”

Een kleine helft van de ammoniakdepositie niet afkomstig van Vlaamse landbouw

Ammoniakdepositie vormt dus met 64 procent de grootste bijdrage van stikstof op de stikstofgevoelige natuur. Maar van waar komt die stikstofdepositie exact? Uit het tweede ‘Voortgangsrapport PAS’ blijkt dat 42 procent van de ammoniakdepositie op Vlaamse SBZ-H’s afkomstig is van ammoniakuitstoot door niet-Vlaamse bronnen. Dit percentage bleef gedurende de periode 2015-2023 relatief constant. De bijdrage van Vlaamse emissiebronnen (55%) weegt wel nog steeds het sterkst door.  

De verhouding Vlaamse, niet-Vlaamse emissiebronnen op onze SBZ-H’s is anders voor stikstofoxiden. Buitenlandse NOx-uitstoot verklaart voor 76 procent de depositie. Dit wil zeggen dat een groot deel van de daling in stikstofoxiden-depositie op Vlaamse SBZH’s wordt bepaald door de afname in emissie en depositie van buitenlandse bronnen in de periode 2015-2023.

Het aandeel van het buitenland op de gehele stikstofdepositie (NHx+NOx) in de Vlaamse SBZ-H’s komt neer op 54,4 procent: 36,3 procent is landbouw, 5,8 procent transport, 2,2 procent energie/industrie en 1,3 procent overige. Al staan deze cijfers niet letterlijk in het Voortgangsrapport. Het departement Omgeving laat weten liever de opsplitsing te rapporteren tussen NOx en NHx omdat de herkomst ervan sterk is gekoppeld aan de bronnen.

Schermafbeelding 2026-04-14 131136

Herkomst per land blijft voorlopig onbekend

In de rapportage heeft men het vaak over ‘buitenlandse’ depositie, maar daarmee wordt ook de uitstoot van Brussel, Wallonië en vaarroutes in internationale wateren bedoeld. Waar komt de depositie uit het buitenland dan vandaan?

Momenteel is er geen rekentijd en budget om een verdere opsplitsing per land te maken. We nemen dit wel mee in de volgende rapportering

Departement Omgeving

Voor stikstofoxiden zou volgens het Voortgangsrapport ongeveer een vijfde van de buitenlandse bronnen afkomstig zijn uit Nederland. De resterende vier vijfde wordt niet nader gespecifieerd. Ook de herkomst van het aandeel van 42 procent aan ammoniakdepositie is niet verder uitgespit. Het departement Omgeving geeft mee dat een verdere opsplitsing per land mogelijk is, maar dat er daarvoor momenteel geen rekentijd en budget zijn. “We nemen dit wel mee in de volgende rapportering”, klinkt het.

Betekent (buitenlandse) depositie ook automatische KDW-overschrijding?

Voor de evaluatie van de stikstofdoelstellingen binnen de SBZ-H’s kijkt men niet enkel naar de depositie zelf, maar ook naar de mate waarin de kritische drempelwaarden (KDW) worden overschreden. Een KDW wordt overschreden wanneer een bepaalde habitattype is blootgesteld aan een concentratie stikstofdepositie die mogelijk tot significante schade kan leiden.

Als de totale depositiekaart op de overschrijdingskaart gelegd wordt, dan is er grote overlapping. “Hoe hoger de depositie, hoe groter de kans dat de kritische depositiewaarde in een gebied overschreden wordt”, staat te lezen in VORA 2026. “Al is dit geen één op één correlatie. Niet alle SBZ-H’s hebben evenveel vegetatie met dezelfde stikstofgevoeligheid. Zo kan een gebied met lagere depositieniveaus toch rood kleuren op de overschrijdingskaart door een hogere gevoeligheid voor stikstof (lage KDW).”

In het Voortgangsrapport staan alle SBZ-H’s opgesomd met de totale stikstofdepositie (NOx+NHx), opgesplitst in Vlaamse bronnen. Zo is te zien dat een SBZ-H in de Voerstreek bijvoorbeeld een grotere stikstofdepositie te verduren krijgt van buitenlandse bronnen (12,23) dan van Vlaamse (3,67). Maar of dit ook een overschrijding van de KDW met zich meebrengt, is niet verder gespecifieerd.

Schermafbeelding 2026-04-14 131433

Vlaanderen is netto exporteur van stikstof naar het buitenland

Binnen zowel de NHx-bijdrage als de NOy-bijdrage is het buitenland dus belangrijk. Een grote kanttekening daarbij is dat het omgekeerde uiteraard ook telt. Ook wij dragen bij aan de depositie in de buurlanden. Uit de meest recente import-exportbalans van 2022 blijkt dat Vlaanderen bijna dubbel zoveel (1,98 keer) vermestende depositie exporteert dan importeert.

Stikstofuitstoot omringende buurlanden daalt

Een Vlaams stikstofbeleid heeft dus niet alleen impact op de eigen doelstellingen, maar ook op die van de buurlanden. Maar hoe groot is de groepsinspanning in onze buurlanden? Uit het Voortgangsrapport blijkt dat niet alleen België een inspanning levert om de stikstofemissies te laten dalen.

Tussen 2015 en 2024 realiseerde Luxemburg met 45 procent de grootste daling van de stikstofuitstoot. Duitsland, België en Frankrijk volgen, met reductiepercentages van respectievelijk 30 procent, 26 procent en 22 procent. De totale stikstofuitstoot in Nederland daalde met 20 procent. In absolute cijfers liggen Duitsland en Frankrijk voorop met respectievelijk 42 en 25 kton per jaar. Bij België en Nederland is de gemiddelde jaarlijkse afname ongeveer 4,5 kton.

Net zoals in Vlaanderen wordt deze afname in stikstofuitstoot vooral gestuurd door een sterke daling van de emissie van stikstofoxiden (- 37%). De ammoniakuitstoot daalde minder snel (-18%) en heeft grote verschillen tussen landen onderling. Duitsland liet in de periode 2015-2024 de grootste afname zien (-24%), gevolg door Frankrijk (-14%). Nederland verlaagde de ammoniakemissies met 10 procent, België met 12 procent en Luxemburg met 9 procent.

Schermafbeelding 2026-04-14 124320
Schermafbeelding 2026-04-14 124208

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek