header.home link

BFA: "Voedermaatregelen kunnen stikstofuitstoot met zeker 10% verlagen"

24 juni 2021

Een zeer moeilijk jaar met uitdagende marktomstandigheden. Zo noemt de Belgian Feed Association (BFA) het jaar 2020. Toch slaagde de Belgische veevoedersector erin om een mooi resultaat neer te zetten: de productie van veevoeder steeg met 5,7 procent. In het verleden heeft BFA steeds veel aandacht besteed aan zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid en dat aandachtspunt blijft hoog op de agenda staan. Zo heeft de diervoedersector een voorstel klaar dat de stikstofemissie van de veehouderij met 10 procent kan terugdringen.

Lees meer over:

Corona en dierziekten

Net als voor zoveel sectoren maakte de coronapandemie het jaar 2020 voor de Belgische diervoedersector bijzonder. Maar daar bovenop werden de veevoederfabrikanten geconfronteerd met nog verschillende andere uitdagingen. “De gevolgen van de uitbraak van Afrikaanse varkenspest in 2018 in ons land bleven ook afgelopen jaar nog voelbaar en daar bovenop kwam de uitbraak in Duitsland die de hele Europese markt beïnvloedde”, legt BFA-voorzitter Dirk Van Thielen uit. “De pluimveehouderij ondervond dan weer heel wat impact van hoogpathogene vogelgriep.”

Volgens BFA hebben al deze factoren de prijsvorming voor de veehouderij negatief beïnvloed. “Na een goede start, zakten de varkensprijzen compleet onderuit en ook de melkprijs was in 2020 bijzonder laag. De braadkippensector deed het aanvankelijk nog goed, maar in het najaar kelderden de prijzen ook daar”, aldus Van Thielen. “Dit viel samen met een moment waarop de grondstoffenprijzen sterk de hoogte in gingen dus kwam de rentabiliteit van onze sector en die van onze klanten stevig onder druk te staan.”

Productie en omzet stijgen

Toch wist de veevoedersector zich, na een daling van de diervoederproductie in 2018 en 2019, te herstellen. In 2020 werd 7,6 miljoen ton veevoeder geproduceerd door de leden van BFA. Dat is een stijging van 5,7 procent tegenover 2019. Die groei is niet aan een duidelijke factor te koppelen. “Wellicht is het een stuk herstel na de daling van 2018 als gevolg van de uitbraak van Afrikaanse varkenspest”, stelt Katrien D’hooghe, managing director van BFA. “Anderzijds heeft corona er ook voor gezorgd dat slachthuizen het aanbod niet konden volgen. Dieren bleven dus langer bij de varkenshouders en het is geweten dat zwaardere dieren meer eten.”

Al vijf jaar op rij staat België met deze productiecijfers op de achtste plaats in Europa (EU-28). Ruim de helft van de Belgische veevoederproductie is voor varkens bestemd (52%). Een klein kwart is bestemd voor rundvee (23%), 18 procent voor pluimvee en 7 procent komt in de categorie diversen terecht (duiven, kamelen,…). Op Europees niveau is de spreiding over de drie grote diercategorieën quasi gelijk: ze nemen elk een derde voor hun rekening. Wel zijn er sterke verschillen tussen lidstaten. Zo zijn België en Denemarken duidelijke ‘varkenslanden’, terwijl het grootste deel van de productie in Polen voor de pluimveesector is bestemd en in Ierland voor de rundveesector.

0

aandeel varkensvoeders

0

aandeel rundveevoeders

0

aandeel pluimveevoeders

De omzet van de Belgische diervoedersector steeg ook, maar minder uitgesproken: +3,2 procent in vergelijking met 2019. Met een omzet van 4,7 miljard euro vertegenwoordigen de BFA-leden tien procent van de omzet van de totale voedingsindustrie. Met 3.753 personen die werken in de diervoedersector bleef de tewerkstelling nagenoeg stabiel in 2020 in vergelijking met de voorgaande jaren.

Focus op duurzaamheid

Bijna de helft van de verwerkte voederproducten zijn granen (46%), waarvan tarwe, maïs en gerst de belangrijkste categorieën zijn. Ongeveer 20 procent wordt gevormd door de bijproducten van oliehoudende zaden en ruim tien procent door de bijproducten van natte en droge vermaling van granen. De resterende 20 procent, bestaat uit een restcategorie. Heel wat van die bestanddelen worden gerecupereerd uit de voedings- of biobrandstoffenindustrie. Het gaat om de zogenaamde nevenstromen die niet geschikt zijn voor menselijke consumptie. “Die nevenstromen maken net geen 44 procent van alle veevoedergrondstoffen uit. Op die manier draagt de veevoederindustrie sterk bij aan de kringloopeconomie en de circulaire landbouw”, benadrukt D’hooghe.

Dit is niet de enige manier waarop de sector zijn steentje wil bijdragen in de verduurzaming van de agrovoedingsketen. In september vorig jaar publiceerde BFA haar duurzaamheidscharter met 12 concrete en ambitieuze doelstellingen die tegen 2030 zullen gerealiseerd worden. Zo wordt jaarlijks bijna een half miljoen euro geïnvesteerd in het verder verduurzamen van de aanvoerketen van soja. Er wordt ook geïnvesteerd in onderzoek naar voedermaatregelen om de methaanuitstoot van runderen terug te dringen en in onderzoek naar alternatieve eiwitbronnen.

Stikstofdossier baart zorgen

Een ander stokpaardje van de veevoederfabrikanten is het streven naar een verlaging van het stikstof- en fosforgehalte in voeders. “Die moeten helpen om emissies van stikstof en fosfor naar het milieu te beperken”, legt de managing director van BFA uit. Vooral dit laatste is een bijzonder actueel thema. “De evolutie van het stikstofdossier baart onze sector veel zorgen. Niet enkel landbouwbedrijven worden getroffen, de ganse keten van toelevering tot afnemers is betrokken.”

We willen niet ijveren voor een uitbreiding van de Belgische veestapel, maar groeikansen voor individuele landbouwers moeten mogelijk blijven

Katrien D'hooghe - managing director BFA

BFA wil niet ijveren voor een verdere uitbreiding van de Belgische veestapel, maar het wil naar eigen zeggen wel “de groeikansen behouden voor individuele landbouwers die in de toekomst duurzaam willen ondernemen”. “Wij hebben als sector niet de gewoonte om af te wachten en te kijken wat er op ons afkomt, we willen zelf stappen ondernemen”, stelt Katrien D’hooghe. En dus hoeft het niet te verwonderen dat BFA al een voorstel heeft uitgewerkt dat al werd voorgelegd aan de regeringspartijen.

“Via sectorale voedermaatregelen moet het mogelijk zijn om de ammoniakemissie van de veehouderij te verlagen. Recente innovaties en de beschikbaarheid van synthetische aminozuren kunnen helpen om stapsgewijs het ruw eiwitgehalte in pluimvee- en varkensvoeders te verlagen. We maken ons sterk dat we met deze voedermaatregel de totale ammoniakuitstoot van de Vlaamse veehouderij kunnen doen dalen met bijna tien procent”, klinkt het hoopvol. Aan de ketenpartners heeft BFA voorgesteld om samen na te de denken over een aanpak van de rundveehouderij. “Op die manier verwachten we dat een reductie van om en bij de 15 procent, uitsluitend door voedermaatregelen, haalbaar moet zijn.”

Bron: Eigen verslaggeving

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek