nieuws

Nederlandse stikstofaanpak op Vlaamse radar: komt er meer keuzevrijheid dan enkel erkende technieken?

nieuws

Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&v) wil veehouders die hun bedrijfsvoering goed beheersen in de toekomst graag een alternatief bieden voor de huidige stikstofaanpak. “Bij doelsturing kiest de veehouder zelf welke maatregelen hij neemt om zijn stikstofdoel te halen, zonder beperkt te zijn tot gevalideerde technieken”, klinkt het. “De overheid controleert dan enkel nog of het doel is bereikt of niet. Niet hoe de veehouder daar geraakt is.”

Vandaag Jozefien Verstraete
Lees meer over:

In Nederland is doelsturing al iets beter ingeburgerd dan in Vlaanderen. Toch wint het concept ook hier aan belangstelling als mogelijk bijkomend spoor naast de huidige vergunningsaanpak binnen de veehouderij. Het verschil tussen beide systemen zit in de manier waarop de veehouder zijn stikstofdoel behaalt. Het einddoel blijft echter hetzelfde: de stikstofuitstoot moet onder een vooraf vastgelegde grens blijven.

Bij de huidige aanpak moet de veehouder uit de officiële AER-lijst een wetenschappelijke gevalideerde techniek kiezen waaraan een vast reductiepercentage verbonden is. Als de veehouder die techniek installeert en correct gebruikt, wordt ervan uitgegaan dat de stikstofuitstoot onder de vastgelegde grens blijft en het bedrijf aan zijn verplichtingen voldoet. Bij deze aanpak ligt de verantwoordelijkheid enerzijds bij de overheid om de systemen een betrouwbaar vast reductiepercentage toe te kennen en anderzijds bij de veehouder om ze toe te passen zoals het hoort.  

Zelf maatregelen samenstellen

Doelsturing daarentegen vertrekt vanuit meer vertrouwen in de bedrijfsvoering van de veehouder. De overheid schrijft dan niet langer een lijst voor waaruit een techniek gekozen moet worden, noch welke percentages verbonden zijn aan die technieken. De veehouder bepaalt zelf wat hij doet en moet bij de vergunningsaanvraag niet vooraf bewijzen met welke maatregelen hij exact zal werken.

De maatregelen kunnen onder meer voeder- of managementtechnieken zijn die (nog) niet erkend zijn, al dan niet in combinatie met elkaar. Maar het kunnen evengoed ook erkende technieken zijn waarvan de veehouder overtuigd is dat ze binnen zijn bedrijfsvoering meer emissiereductie opleveren dan het algemeen vastgelegde reductiepercentage.

De veehouder is volledig vrij in de keuze, op één voorwaarde: op het einde van de periode moet aan de vooropgestelde stikstofnorm voldaan zijn. Een tijdelijke piek boven de stikstofgrens is daarbij mogelijk, als die later dan wordt gecompenseerd. Het systeem volgt daarbij het principe van een trajectcontrole: wie op de autosnelweg een tijdlang 140 kilometer per uur rijdt, zal zijn snelheid later moeten verlagen om aan het einde van het traject niet gesanctioneerd te worden. De verantwoordelijkheid ligt hier niet zozeer meer bij de overheid, maar bij de veehouder zelf.

Een cruciale schakel in deze aanpak is een betrouwbaar meetsysteem waarmee de emissies continu kunnen worden opgevolgd. Zo'n systeem moet technisch in staat zijn om emissies nauwkeurig en betrouwbaar te meten, zodat de veehouder tijdig kan ingrijpen wanneer de uitstoot dreigt op te lopen. Daarnaast moet het ook betaalbaar en gebruiksvriendelijk zijn.

Wachten op Nederlands juridisch oordeel

In Nederland kregen al drie veebedrijven een vergunning op basis van doelsturing. De eerste werd twee jaar geleden afgeleverd. Toch bestaat er vandaag nog geen volledige juridische zekerheid over de aanpak, want de vergunningen liggen momenteel nog voor bij de rechter. Die moet zeer binnenkort een oordeel vormen of doelsturing voldoende zekerheid biedt voor natuurbehoud, zoals vereist binnen de huidige wetgeving.

Er wordt in Nederland erg uitgekeken naar de uitspraak van de rechter. Als doelsturing er juridisch standhoudt, kan dat een nieuwe dynamiek creëren in de sector. Het zou enerzijds meer ruimte geven voor bedrijfsspecifieke innovatieve oplossingen, maar het zou anderzijds ook gevolgen kunnen hebben voor de klassieke aanpak met erkende technieken en vaste reductiepercentages.

Door emissies continu te meten, hopen de Nederlanders ook meer zicht te krijgen op de werkelijke effectiviteit van technieken. Steeds vaker wordt in Nederland getwijfeld aan de reductiepercentages die de overheid aan de technieken heeft toegekend. Zo hopen ze met doelsturing twee vliegen in één klap te slaan: veehouders de vrijheid geven om zelf te bepalen hoe ze hun stikstofruimte invullen én meer zekerheid creëren over de werkelijke prestaties van emissiereducerende technieken.

Hoe kijkt onze minister ernaar?

Minister Brouns ziet potentieel om doelsturing op termijn in te voeren in Vlaanderen, maar als bijkomend alternatief. “Het is belangrijk dat landbouwers voldoende keuze hebben. Naast doelsturing moeten ook technieken met een vast erkend reductiepotentieel in de toekomst mogelijk blijven", klinkt het. "Sommige bedrijven hebben geen zo'n flexibele bedrijfsvoering, waardoor doelsturing voor hen moeilijker toepasbaar is dan voor andere."

Het kabinet van Brouns wijst erop dat de huidige regelgeving rond beweiding al elementen van doelsturing bevat. “Daarbij maakt een veehouder op voorhand de belofte om zijn koeien gedurende een bepaald aantal uren op de weide te zetten. Stel dat hij in augustus nog maar aan een vierde van dat aantal uren zit, dan zal hij zelf de gevolgen moeten dragen. Om sancties te vermijden, zal hij mogelijk ook tijdens de winter moeten beweiden, wat economisch minder interessant is.”

Nieuwe regels maken AER-maatregelen werkbaarder voor rundveehouders
Uitgelicht
Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&v) keurt een pakket wijzigingen goed dat emissiereductie bij rundvee toegankelijker moet maken voor landbouwers. Bep...
14 november 2025 Lees meer

Beeld: Colruyt Group

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek