Evaluatie Nitraatrichtlijn ziet geen reden om mestnorm te verhogen, wel voor strenger maatwerk
nieuwsDe Europese Nitraatrichtlijn blijft volgens een evaluatie van de Europese Commissie over het algemeen doeltreffend, relevant en noodzakelijk. De Commissie pleit in de evaluatie niet voor de afschaffing van de derogatie en ziet evenmin reden om de maximale norm van 170 kilogram stikstof uit dierlijke mest te verhogen. Wel ziet ze ruimte om de uitvoering te vereenvoudigen en wordt benadrukt dat aanvullende gebiedsgerichte maatregelen nodig zijn in regio's waar de doelstellingen onvoldoende binnen bereik lijken.
Sinds de invoering van de Europese regels in 1991 was er nooit eerder een grondige evaluatie van de uitvoering. Na ruim dertig jaar maakt de Europese Commissie nu voor het eerst de balans op. En die is overwegend positief. "De Europese regels zijn over het algemeen doeltreffend om de Europese wateren te beschermen tegen nitraatvervuiling uit de landbouw", luidt de conclusie. Tegelijk ziet de Commissie ruimte om de uitvoering verder te verbeteren.
Waar scoort de Nitraatrichtlijn goed op?
Volgens de evaluatie heeft de Nitraatrichtlijn geleid tot een efficiënter gebruik van meststoffen, minder nutriëntenverliezen naar het water en een afname van eutrofiëring. "In de voorbije dertig jaar is aanzienlijke vooruitgang geboekt", klinkt het. Een vooruitgang die zich deels heeft vertaald in een afname van de waterverontreiniging. In verschillende delen van de EU daalde de nitraatvervuiling, al is de waterkwaliteit op sommige plaatsen de voorbije jaren gestagneerd of zelfs achteruitgegaan. "Al zullen recent genomen maatregelen in de komende jaren waarschijnlijk opnieuw een positieve impact op de waterkwaliteit hebben", aldus de Commissie.
“Het succes van de Nitraatrichtlijn is echter niet eenvoudig te zien”, vervolgt de Commissie in de evaluatie. De Kaderrichtlijn Water (KRW) biedt een kader om eutrofiëring te beoordelen en vooruitgang op te volgen. “Maar de monitoring en rapportering onder beide richtlijnen zijn nog onvoldoende op elkaar afgestemd." Daarom wil de Commissie de komende jaren werk maken van een meer samenhangende aanpak voor de opstelling van nationale plannen en de beoordeling, monitoring en rapportering van eutrofiëring.
De Nitraatrichlijn tast het concurrentievermogen van de sector in de verschillende lidstaten niet aan
Volgens de evaluatie draagt de Nitraatrichtlijn ook bij aan een gelijk speelveld binnen de EU en tast ze het concurrentievermogen van de landbouwsector, rekening houdend met regionale verschillen, helemaal niet aan. "Zelfs in lidstaten met een zeer hoge veedichtheid is de sector erin geslaagd concurrerend te blijven, ondanks de aanzienlijk hogere uitvoeringskosten van de richtlijn", klinkt het. Dankzij de gemeenschappelijke basisnormen biedt de richtlijn volgens de Commissie een gelijk kader voor landbouwbedrijven in de hele EU.
Daarnaast sluit de Nitraatrichtlijn volgens de Commissie ook goed aan bij andere Europese beleidskaders rond water, natuur en landbouw. En is het tot slot een kostenefficiënte en duurzame aanpak die niet alleen ecosystemen beschermt, maar ook bijdraagt aan de drinkwaterkwaliteit en de volksgezondheid.
Er zal extra aandacht komen voor kalenderlandbouw, een lagere administratieve last voor kleine bedrijven en een beter nutriëntenbeheer op bedrijfsniveau
Wat zijn minder goeie punten?
De evaluatie ziet verbeterpunten mogelijk om de uitvoering van de Nitraatrichtlijn te vereenvoudigen en de administratieve lasten voor landbouwbedrijven te verlagen. “Dat kan door de toepassing beter af te stemmen op de veranderende realiteit waarmee landbouwbedrijven worden geconfronteerd, zoals gewijzigde marktomstandigheden, technologische ontwikkelingen en klimaatverandering. Daarbij moeten de wijzigingen doeltreffend bijdragen aan het behalen van de Europese normen voor waterkwaliteit”, luidt het.
Klimaatverandering zal volgens de Commissie de uitvoering van de Nitraatrichtlijn de komende jaren steeds sterker beïnvloeden. "Omdat de richtlijn voldoende flexibiliteit biedt, kunnen lidstaten de maatregelen zelf aanpassen zonder dat daar telkens een wijziging van de wetgeving nodig is", aldus de Commissie.
“We zullen nauw samenwerken met de lidstaten om goede praktijken en vereenvoudigingsmogelijkheden in kaart te brengen, zonder de resultaten in het gedrang te brengen”, klinkt het verder. Daarbij zal bijzondere aandacht gaan naar kalenderlandbouw, een lagere administratieve last voor kleine landbouwbedrijven en een beter nutriëntenbeheer op bedrijfsniveau.
Momenteel ligt de uitvoering van de Nitraatrichtlijn in sommige lidstaten ook bij de rechtbank. Al komen deze rechtszaken volgens de Commissie er niet door de Nitraatrichtlijn an sich. "Er is geen gebrek aan verplichte maatregelen, de rechtszaken zijn er doordat bestaande maatregelen onvoldoende ver gaan", klinkt het.
Meer flexibiliteit in de toekomst?
De Commissie beschouwt de huidige “ruime vrijheid die lidstaten krijgen bij de nationale uitvoering” als een sterk punt van de Nitraatrichtlijn. “Daardoor kunnen de lidstaten zelf de toepassing afstemmen op lokale omstandigheden en inspelen op nieuwe wetenschappelijk en technologisch ontwikkelingen.” Dat verklaart volgens de Commissie ook waarom de uitvoering sterk verschilt tussen regio's.
Volgens de evaluatie heeft die vrijheid zowel positieve als negatieve gevolgen gehad. In verschillende lidstaten heeft ze geleid tot een kostenefficiënte aanpak, maar ze brengt ook een grote verantwoordelijkheid met zich mee om voldoende doeltreffende maatregelen op te leggen en te handhaven. “Tegelijk zet de marktdruk, de landbouwsector aan tot verdere intensivering met een hoog gebruik van meststoffen en een geografische concentratie van veehouderij”, aldus de evaluatie. “Dat bemoeilijkt de uitvoering van de richtlijn.”
De evaluatie ziet mogelijkheden voor een nog flexibelere en meer proportionele uitvoering, aangepast aan de nationale context, zonder afbreuk te doen aan de doelstellingen van de richtlijn.
In gebieden waar de doelen niet gehaald worden zijn extra, op lokale omstandigheden afgestemde maatregelen noodzakelijk
Verdient dierlijke mest een beter imago?
27 april 2026Betekent dit meer flexibiliteit in de norm van 170 kg dierlijke mest per hectare?
Hoewel er brede consensus bestaat dat een grens voor de toediening van dierlijke mest in risicogebieden noodzakelijk is om de milieueffecten te beperken, blijft de hoogte van die algemene grens onderwerp van discussie.
Studies bevestigen dat een mestgift boven 170 kg stikstof per hectare het risico op nitraatuitspoeling voor veel gewassen en bodemtypes aanzienlijk verhoogt. Ook is die volgens de evaluatie al zeer doeltreffend geweest. Daarom wordt de 170 kg nog steeds als een goede gemeenschappelijke maximumgrens gezien.
De Commissie ziet momenteel geen redenen voor een verhoging van de limiet. Het rapport duidt dat nutriëntenvervuiling in verschillende regio’s nog steeds te hoog is en de waterkwaliteit niet gehaald wordt. "In die gebieden volstaat de gemeenschappelijke maximumgrens mogelijk niet om de doelen te halen", wordt geëvalueerd. "Daar zijn extra, op lokale omstandigheden afgestemde maatregelen noodzakelijk." Daarbij wordt ook gerefereerd naar de ‘Visie voor Landbouw en Voeding’ waarin staat dat er prioriteit moet gegeven worden aan een aanpak van hotspots van nutriëntenverontreiniging en gebiedsgerichte benaderingen.
Daarnaast haalt de Commissie ook de wisselwerking tussen verschillende soorten stikstofverliezen aan als argument om de mestnorm niet te verhogen. “Een verhoging naar 200 tot 250 kg stikstof per hectare zou kunnen leiden tot nog hogere ammoniakemissies.” Voor Vlaanderen lijkt de evaluatie op het eerste zicht dan ook weinig aanknopingspunten te bieden om de Commissie te overtuigen de maximale mestnorm te verhogen.
De Commissie erkent wel dat er onder specifieke omstandigheden, zoals op grasland met een lang groeiseizoen en voldoende neerslag, argumenten zijn voor een hogere mestgift zonder veel extra nitraatuitspoeling naar het grondwater. Als is dat volgens de Commissie geen reden om de algemene norm in vraag te stellen, maar wel om in uitzonderlijke situaties flexibiliteit via derogaties toe te laten.
Hoe worden derogaties geëvalueerd?
De evaluatie spoort niet aan om de mogelijkheid van derogaties volledig af te schaffen. De deur wordt nog op een minikier gezet. “Derogaties blijven een instrument om flexibiliteit te bieden ten aanzien van de mestnorm. Al toont de evaluatie aan dat zij de doeltreffendheid van de richtlijn kunnen beïnvloeden. Zo moet steeds rekening worden gehouden met het cumulatieve effect op eutrofiëring van meerdere derogaties binnen dezelfde regio”, klinkt het. “Derogaties moeten zorgvuldig worden toegepast om negatieve langetermijneffecten te voorkomen.”
Volgens het rapport moet er ook rekening mee worden gehouden dat derogaties steeds vaker onder een maatschappelijk en juridisch vergrootglas liggen. De mogelijkheid om de veestapel uit te breiden zou het behalen van de doelstellingen van de KRW en de Habitatrichtlijn bemoeilijken.
Tot slot benadrukt de Commissie dat er een evaluatie en daarna waarschijnlijk een uitbreiding van de renure-regeling aankomt. Daarbij zouden de renure-regels uitgebreid worden naar verschillende soorten vloeibare digestaten op basis van dierlijke mest. Een eerste, voorlopige wetenschappelijke beoordeling van deze meststoffen wordt later dit jaar verwacht.
Het lijkt erop dat de Commissie een verhoging van de mestnorm op grasland zelfs niet eens overwogen heeft
ABS: "Voor landbouwers zit hier niets in"
Landbouworganisatie ABS is teleurgesteld over de conclusies die de Commissie neemt in de evaluatie. "De vragen naar meer circulariteit, lagere lasten en een hogere norm voor dierlijke mest waar het kan, blijven onbeantwoord", aldus beleidsmedewerker Mark Wulfrancke. "Met 'mogelijkheden tot verbetering' zonder enig concreet iets, gaan we het echt niet doen. Dat hebben we ondertussen al te vaak gehoord."
De seinen in de sector staan volgens de landbouworganisatie op rood door oplopende productiekosten, waaronder de kosten voor bemesting. "Er kon een duidelijk signaal gegeven worden door een herziening van de norm voor dierlijke mest bij grasland op te trekken naar 250 kilogram per hectare", klinkt het. "Mits oordeelkundig gebruik is dit een aangewezen norm volgens de wetenschappelijke publicaties. Het lijkt erop dat de Commissie dit zelfs niet eens overwogen heeft. Het zou nochtans echt iets uitmaken."
Wat is de Nitraatrichtlijn en waarom is die in het leven geroepen?
Waterverontreiniging als gevolg van landbouwactiviteiten, veroorzaakt door nutriëntenverliezen wanneer chemische meststoffen en dierlijke mest niet door gewassen worden opgenomen, blijft een grote uitdaging binnen de EU. Te hoge nitraatconcentraties maken zoet water ongeschikt voor de productie van drinkwater of brengen extra zuiveringskosten met zich mee. In oppervlaktewater leidt het tot eutrofiëring van rivieren, meren, kustwateren en zeeën. Door de overmatige groei van algen en andere planten raakt het zuurstofgehalte uitgeput en komen giftige stoffen vrij, wat schadelijke gevolgen heeft voor aquatische en mariene ecosystemen.
De Nitraatrichtlijn heeft tot doel waterverontreiniging door nutriënten uit de landbouw te verminderen en te voorkomen. De richtlijn werd aangenomen in 1991, op een moment dat het gebruik van meststoffen sinds de jaren 60 gestaag was toegenomen.
De richtlijn grijpt in op bedrijfsniveau door goede landbouwpraktijken te stimuleren en af te dwingen die nitraatuitspoeling beperken. In gebieden die als verontreinigd of risicovol voor verontreiniging zijn aangemerkt, moeten de lidstaten deze praktijken verplicht maken via actieprogramma's.
Beeld: VLM