Brouns weigert half miljoen euro dwangsommen aan milieu-organisaties te betalen
nieuwsVlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&v) gaat in beroep tegen de beslissing van de rechter dat er dwangsommen effectief uitbetaald moeten worden aan de natuur- en milieuorganisaties. Twee jaar geleden legde de rechtbank een dwangsom op voor elke dag dat de Vlaamse regering geen bijkomende maatregelen neemt om nitraatvervuiling in waterlopen terug te dringen. Het bedrag van de dwangsommen zou ondertussen opgelopen zijn tot een half miljoen euro.
De Nitraatzaak blijft maar staartjes krijgen. Het begon in 2022 toen verschillende natuur- en milieuorganisaties (Bond Beter Leefmilieu, Dryade, Greenpeace, Natuurpunt en WWF) de Vlaamse regering dagvaardden. Omdat die volgens hen onvoldoende maatregelen zou nemen om de nitraatvervuiling in waterlopen terug te dringen en de waterkwaliteit te verbeteren. De Vlaamse regering werd in 2023 veroordeeld en kreeg de opdracht om binnen de zes maanden bijkomende maatregelen te nemen.
Volgens de betrokken organisaties bleef die uitvoering uit, dus stapten ze opnieuw naar de rechter. “Met het idee dat een financiële prikkel de Vlaamse regering sneller tot actie zou aanzetten, vroegen we een dwangsom voor elke dag zonder nieuwe maatregelen. Het gaat om 1.000 euro per dag, geplafonneerd tot één miljoen euro”, vertelt Dries Verhaeghe, directeur bij Dryade. “De rechter oordeelde toen in 2024 opnieuw dat de maatregelen uitbleven en koppelde deze dan ook aan de dwangsommen.”
De Vlaamse regering vocht daarna de uitbetaling aan bij de beslagrechter. “Maar voor een derde keer kreeg ze ongelijk van de rechter”, gaat Verhaeghe verder. “De rechter oordeelde dat de dwangsommen wel degelijk verschuldigd zijn.”
Ik vind het enigszins vreemd dat de organisaties die zelf de maatregelen mee hebben uitgewerkt, 1.000 euro per dag moeten krijgen van Vlaanderen
In de commissie Leefmilieu kondigde minister Brouns aan dat de Vlaamse regering in beroep gaat tegen deze beslissing. "De zaak blijft me verbazen. Het gaat namelijk om een zaak die is aangespannen door organisaties die mee aan tafel zitten”, aldus Brouns. “De maatregelen (van het Mestactieplan 7 red.) die we hebben uitgevoerd, zijn samen met die organisaties en de landbouworganisaties overeengekomen. Ik geloof in dat overlegmodel, want zo komen we tot echte stappen vooruit op het terrein. Maar als je na minder dan een jaar uitvoering dit akkoord al opnieuw in vraag stelt, moet ik vaststellen dat die organisaties dus zelf aangeven dat de maatregelen die ze mee hebben uitgewerkt, niet volstaan. En ze daartoe 1.000 euro per dag moeten krijgen van de Vlaamse overheid. Sta me toe, dat enigszins vreemd te vinden allemaal.”
Brouns zou beter zijn energie en financiën in een MAP7 steken zodat er geen dwangsommen meer moeten opgelegd worden
Financiële prikkel of verdienmodel?
Ondertussen bedragen de dwangsommen al bijna een half miljoen euro, en dat kan nog stijgen tot één miljoen. “Het bedrag blijft oplopen omdat de veroordeling tot op vandaag niet uitgevoerd is, de minister liet na afdoende maatregelen te nemen", reageert Verhaeghe. In tegenstelling tot Brouns, vindt hij het niet vreemd dat dezelfde partners naar de rechter zijn getrokken en dwangsommen eisen. “Overleg is belangrijk. Maar als het overleg niets oplevert en ook de rechtbank oordeelt dat bijkomende maatregelen nodig zijn, op straffe van dwangsommen, dan ligt de verantwoordelijkheid bij de Vlaamse regering. Brouns heeft het recht om in beroep te gaan, maar hij zou beter zijn energie en financiën in een MAP7 steken zodat er geen dwangsommen meer moeten opgelegd worden”, aldus Verhaeghe. Hij stelt nadrukkelijk dat er vandaag geen MAP7 in werking is. “We werken nog steeds met een MAP6. Dat is niet mijn conclusie, maar die van de rechter. Die oordeelde dat MAP7 niet voldoet als mestactieplan om de nitraatoverschrijdingen binnen vier jaar weggewerkt te hebben.”
Waar staat MAP7 vandaag?
MAP7 werd in 2024 goedgekeurd in het Vlaams Parlement en is sinds vorig mestseizoen (2025) van kracht. Formeel is het plan nog niet volledig afgerond, omdat er in 2025 nog een openbaar onderzoek en een milieueffectenrapport liepen. Deze zijn noodzakelijk om MAP7 officieel te verankeren. Volgens landbouworganisatie Boerenbond bereidt de Vlaamse administratie de laatste stap naar de definitieve goedkeuring voor. Ondertussen komt ook het opvolgingsorgaan maandelijks bij elkaar om de verder uitrol van de maatregelen vorm te geven.
Wanneer komen bijkomende maatregelen?
Volgens Vlaams parlementslid Mieke Schauvliege (Groen) werd tijdens het overleg overeengekomen dat als uit de milieueffectrapportage (MER) zou blijken dat maatregelen onvoldoende waren, onmiddellijk aanscherpingen moesten gebeuren. Uit een voorlopige plan-MER van vorig jaar bleek dat MAP7 vermoedelijk een positieve impact zal hebben op de Vlaamse waterkwaliteit, maar niet voldoende om de doelstellingen in 2027 te halen. “De waterkwaliteit in landbouwgebied blijft ook met de maatregelen van MAP7 ondermaats”, reageert Schauvliege in de commissie. “Elke dag dat minister Brouns wacht om extra maatregelen te nemen, is tijdverlies. Daar helpt hij het milieu niet mee vooruit en ook de landbouwers niet.”
In MAP7 werden inderdaad verschillende bepalingen opgenomen die stellen dat er bijsturing moet komen als blijkt dat er onvoldoende impact is in de praktijk. Zo staat te lezen dat indien er uit het plan-MER bijkomende maatregelen zouden komen, deze door de Vlaamse regering versneld zullen ingevoerd worden. Over die maatregelen moet er wel consensus zijn in het opvolgingsorgaan, waarin milieu-en landbouworganisaties vertegenwoordigd zijn.
In de commissie haalt Brouns ook aan dat het milieueffectenrapport slechts 12 van de 19 maatregelen heeft doorgerekend. “Daarom is het belangrijk om naast het milieueffectrapport ook de evaluatie op het terrein te kennen en al deze resultaten uiteindelijk samen te brengen”, aldus de minister.
Ook daarover werden in het MAP7 afspraken gemaakt. Zo is opgenomen dat indien uit monitoring in 2025 en 2026 blijkt dat er bijkomende maatregelen nodig zijn, deze zullen genomen worden. De maatregelen zouden dan uiterlijk in werking treden in het voorjaar van 2027.
Tot slot moet ook de gebiedstypes-indeling tweejaarlijks worden geëvalueerd, te beginnen in 2026. Een nieuwe indeling zou ook kunnen ingaan vanaf 2027. En als in één of meer afstroomzones de waterkwaliteitsdoelstellingen niet gehaald worden, zullen er vanaf 1 januari 2027 sowieso drie auto-executieve maatregelen in werking treden.
Ruimte voor overleg
De minister benadrukte in de commissie dat “er wel al degelijk stappen vooruit te zien zijn op het terrein, maar dat we er nog niet helemaal zijn”. Hij gaf mee in 2026 ruimte te willen geven aan de verschillende stakeholders uit de opvolgingscommissie om aan de slag te gaan met de monitoringsresultaten. “Met als doel maatregelen te nemen die enerzijds op het terrein uitvoerbaar zijn, en anderzijds ook effectief bijdragen aan een betere waterkwaliteit.”
Dit kreeg weerklank bij Vlaams parlementslid Arnout Coel (N-VA): “Ik denk dat niemand betwist dat de doelen nog niet bereikt zijn. Het klopt dat we nog stappen moeten zetten. Er is in MAP7 een methodiek voorzien om bij te sturen waar nodig. Daarin is een belangrijke rol voorzien voor alle partners in het opvolgingsorgaan.” Al ziet hij een moeilijkheid nu één partner een gerechtelijke procedure heeft aangespannen, en alle partners nu opnieuw rond de tafel moeten om verder te werken “aan wat de uiteindelijke doelstelling moet zijn: het verbeteren van ons leefmilieu.”