Landbouwmarkten voelen eerste schokken, terwijl grotere storm dichterbij komt
AnalyseDe wereldwijde prijzen van landbouwproducten zijn gestegen naar het hoogste niveau in drie jaar. Dat meldt de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO). Al lijken de huidige prijsstijgingen voorlopig nog beperkt te zijn tegenover wat de markt mogelijk te wachten staat als de kunstmestcrisis verder escaleert.
De FAO-voedselprijsindex steeg in april met 1,6 procent tegenover maart. De index volgt de maandelijkse prijsschommelingen van een internationale korf aan landbouwproducten op. In vergelijking met een jaar geleden ligt de index intussen twee procent hoger. De prijsstijging werd voornamelijk gedreven door hogere prijzen voor plantaardige oliën en vlees.
De FAO-graanprijsindex steeg daarentegen in april beperkt, met 0,8 procent tegenover maart. “Ondanks de verstoringen door de crisis in de Straat van Hormuz blijven de mondiale agrovoedingssystemen veerkrachtig. De graanprijzen zijn voorlopig slechts gematigd gestegen, dankzij relatief sterke voorraden en voldoende aanbod uit eerdere seizoenen”, zegt Máximo Torero, hoofdeconoom van de FAO.
Bij plantaardige oliën was de prijsstijging veel sterker. Hogere olieprijzen zorgen voor meer vraag naar biobrandstoffen en zetten zo extra druk op de markt voor plantaardige oliën. De FAO-index voor plantaardige oliën steeg zo met 5,9 procent tegenover maart en bereikte het hoogste niveau sinds juli 2022.
Ook de FAO-vleesprijsindex tikte in april een nieuw recordniveau aan. De index steeg met 1,2 procent tegenover maart en met 6,4 procent tegenover een jaar geleden. De prijzen gingen omhoog in bijna alle vleescategorieën.
De suikerprijsindex ging dan weer fors achteruit. Tegenover maart daalde de index met 4,7 procent. Vergeleken met een jaar geleden ligt de suikerprijs nu 21,2 procent lager.
Prijsschok moet nog komen
Ruim twee maanden na het begin van de oorlog in Iran blijven de prijsgevolgen voorlopig nog relatief beperkt. Alles wijst er echter op dat een grote prijsschok in de tweede helft van 2026 en 2027 niet meer te vermijden is. Kunstmest speelt daarin een centrale rol.
Door het conflict rond de Straat van Hormuz kampt de wereldmarkt vandaag met tekorten aan kunstmest. Veel Europese en Amerikaanse landbouwers hadden voorlopig nog geluk. De meesten hadden vóór het uitbreken van de oorlog al voldoende voorraden aangelegd waardoor de voorjaarproductie nog niet ernstig verstoord werd.
Maar het najaar ziet er minder geruststellend uit. De kunstmestprijzen blijven stijgen, waardoor verwacht wordt dat landbouwers wereldwijd zullen besparen op voedingsstoffen of minder nutriëntintensieve teelten zullen kiezen. Dit betekent lagere opbrengsten en een krappere voedselvoorziening. Omdat veel landbouwers vandaag al hun najaarsplanning opmaken en er voorlopig geen zicht is op een snelle oplossing voor het conflict in het Midden-Oosten, wordt een scenario met forse prijsstijgingen voor landbouwproducten en consumenten almaar realistischer.
De gewaskalender kan niet kan worden uitgesteld. Als meststoffen niet op tijd aankomen, daalt de opbrengst, ongeacht wat er later gebeurt
Extra druk op landen die al kampen met voedselonzekerheid
De directeur-generaal van FAO, Qu Dongyu benadrukte recent nogmaals de hoogdringendheid om de exportblokkering in de Straat van Hormuz op te heffen. Zonder snelle de-escalatie dreigt de wereldwijde voedselvoorziening ernstig ontwricht te raken.
"De landbouw werkt volgens een gewaskalender die niet kan worden uitgesteld", geeft Qu mee. "Meststoffen moeten op specifieke momenten in de gewascyclus worden toegediend. Als ze niet op tijd aankomen, daalt de opbrengst, ongeacht wat er later gebeurt."
Volgens de directeur-generaal behoren landen in Afrika, Azië en delen van het Midden-Oosten tot de meest kwetsbare regio’s. Veel van die landen kampen vandaag al met acute voedselonzekerheid, economische instabiliteit of klimaatschokken.
Op middellange termijn pleit hij voor meer regionale samenwerking, een grotere spreiding van kunstmest- en energiebronnen en gerichte steun voor kwetsbare economieën. Op langere termijn moet de afhankelijkheid van kwetsbare handelsroutes en fossiele grondstoffen afnemen via investeringen in duurzame landbouw, hernieuwbare energie, innovatieve kunstmest en sterkere opslag- en transportsystemen.
Hoe staan de Europese landbouwers ervoor?
De EU is erg afhankelijk van geïmporteerd kunstmest. Zelf produceren we er ook, maar voor sommige nutriënten zoals stikstof en fosfor zijn we eveneens afhankelijk van import. Tot slot is er ook nog de steeds grotere Europese afhankelijkheid van aardgas, nodig om de kunstmest te produceren.
De spanningen op de kunstmestmarkt vallen voor Europese landbouwers samen met de invoering van CBAM, een importheffing op producten met een hoge uitstoot van broeikasgassen. Het mechanisme trad begin dit jaar in werking en dreigt de kunstmestprijzen nog verder op te drijven.
De Europese landbouworganisatie Copa-Cogeca berekende dat de kunstmestprijzen in 2026 alleen al door CBAM met ongeveer 15 procent zouden stijgen. Volgens de organisatie gaat het bovendien nog om voorzichtige ramingen, en wil de Europese Commissie de heffing de komende jaren verder optrekken. “De kosten voor kunstmest worden steeds sterker beïnvloed door bijkomende beleidskosten, terwijl landbouwprijzen bepaald blijven door de wereldmarkt”, klinkt het gefrustreerd bij Copa-Cogeca. “Dit creëert een gevaarlijk onevenwicht voor zowel de voedselzekerheid in de EU als de langetermijn-houdbaarheid van de Europese landbouw.”
Of de sector al dan niet een vrijstelling moet krijgen van de heffing, zorgt al maanden voor discussie. Zowel binnen de kunstmestsector als tussen de Europese lidstaten lopen de meningen uiteen. Veel aandacht gaat daarom naar het actieplan voor kunstmest dat Christophe Hansen op 19 mei zal voorstellen.
Al lijken grote ingrepen op korte termijn weinig waarschijnlijk. De krijtlijnen van het plan lagen al vast voor de oorlog in Iran, en zowel het afbouwen van de importafhankelijkheid als het opnieuw versterken van de Europese kunstmestproductie zijn processen van lange adem. Wel kan het plan maatregelen op korte termijn bevatten om de Europese landbouw zelf minder afhankelijk te maken van kunstmest, bijvoorbeeld door sterker in te zetten op renure en dierlijke mest.