Zes op tien Amerikaanse landbouwers zien inkomen wegzakken
nieuwsDe financiële druk op Amerikaanse landbouwers neemt toe. 58 procent ziet zijn situatie verslechteren tegenover vorig jaar. Dat blijkt uit cijfers van de American Farm Bureau Federation, de grootse landbouworganisatie van het land. Vooral stijgende kunstmestprijzen belasten de sector en kunnen niet alleen het inkomen, maar ook de oogst dit jaar raken. “Zo’n 70 procent van de landbouwers zegt niet alle nodige meststoffen te kunnen betalen voor dit groeiseizoen”, klinkt het.
In een enquête van AFBF gaf 58 procent van de respondenten aan dat hun financiële situatie sinds vorig jaar is verslechterd. 36 procent zei dat hun situatie gelijk is gebleven, terwijl zes procent een verbetering meldde. De oorzaak is het conflict in het Midden-Oosten, dat de prijzen voor kunstmest en brandstof sterk deed stijgen.
Vooral de betaalbaarheid van kunstmest is momenteel de grootste uitdaging voor de Amerikaanse landbouwers . Ongeveer 70 procent van de respondenten gaf aan niet alle kunstmest te kunnen betalen die ze nodig hebben. In het Zuiden is de zorg het grootst. Daar liet 78 procent weten zich dit seizoen niet alle kunstmest te kunnen veroorloven. Zuidelijke producenten verbouwen vaak gewassen zoals katoen, rijst, sojabonen, maïs en pinda's. “Deze gewassen zijn sterk afhankelijk van toegediende voedingsstoffen. Schommelingen in inputkosten maken die kwetsbaarheid nog eens extra zichtbaar”, aldus AFBF.
Ook producenten in het Noordoosten en Westen rapporteerden aanzienlijke problemen. Respectievelijk 69 procent en 66 procent kan zich niet alle nodige kunstmest veroorloven. In het Midden-Westen ligt dat aandeel op 48 procent. Daar werken landbouwers vaak met een rotatie van maïs en soja. Ze bestellen hun kunstmest meestal vooraf en zijn daardoor minder blootgesteld aan recente prijsschommelingen. Toch brengt het ook bij deze teelten een verschuiving met zich mee. “Stikstofintensieve gewassen zoals mais worden deels vervangen door gewassen als sojabonen”, duidt de Nederlandse adviseur en onderzoeker Jochum Wiersma van University of Minnesota aan de landbouwnieuwswebsite Nieuwe Oogst.
Veel bevraagde landbouwers geven aan dat ze dit voorjaar minder of geen kunstmest zullen toedienen, in de hoop dat de prijzen later in het groeiseizoen opnieuw betaalbaar worden.
Gecombineerde kost van brandstof en kunstmest
Naast de kunstmestprijzen zijn ook de brandstofprijzen in de Verenigde Statenerg gestegen. Diesel is een belangrijke kostenpost tijdens het voorjaarszaaien en heeft gevolgen voor de inzet van machines, het transport van meststoffen en de irrigatie. “De gecombineerde kosten voor brandstof en kunstmest namen met ongeveer 20 tot 40 procent toe”, licht AFBF-voorzitter Zippy Duvall toe. “Terwijl veel producenten al jarenlang met krappe marges kampen.” Door de huidige historisch lage gewasprijzen weegt de prijsvolatiliteit van brandstof en kunstmest momenteel extra zwaar op de winstmarges van Amerikaanse landbouwers.
Volgens Wiersma staat het water bij veel bedrijven aan de lippen, vooral bij akkerbouwers: “De financiële stress is zo groot dat de vraag naar kredietbemiddeling op het hoogste niveau zit sinds de jaren tachtig.”
Dalende opbrengsten en onvoldoende kunstmest zullen sommige landbouwers ertoe dwingen om minder areaal in te zaaien
AFBF geeft mee dat voor de komende maanden veel afhangt van de duurtijd van de verstoringen in het Midden-Oosten en de afsluiting van de Straat van Hormuz. Als de verstoringen aanhouden, zal dit niet alleen een impact hebben op het productiepotentieel in oogstjaar 2026, maar ook daarna. Dalende opbrengsten en onvoldoende kunstmest zullen sommige landbouwers ertoe dwingen om minder areaal in te zaaien, met gevolgen voor de voedsel- en veevoederproductie.
Volgens Duvall is het nog te vroeg om te zeggen wat dit op lange termijn betekent voor de beschikbaarheid en prijzen van voedsel, “maar we sturen wel al een waarschuwingssignaal naar Washington”.
Tijd dringt voor nieuwe wetgeving en ondersteuning voor landbouwers
De waarschuwing van AFBF is niet de eerste noodkreet van de Amerikaanse agrarische sector sinds de tweede termijn van president Trump. Eerder luidden ruim 50 organisaties de noodklok in een gezamenlijke brief aan het Amerikaanse Congres.
Eerder sprong Trump de sector bij met een steunpakket van 12 miljard dollar voor het platteland, deels bedoeld om de impact van de handelsoorlog op te vangen. Maar dat haalde niet veel uit.
De werkelijke ondersteuning van boeren moet komen uit het geld dat is gereserveerd voor de nieuwe Farm Bill. Dit is de belangrijkste pijler onder de Amerikaanse voedsel- en landbouwpolitiek. Maar een update zit al jaren muurvast in het Congres, het Amerikaanse parlement met twee kamers. De scherpe polarisatie tussen Democraten en Republikeinen in zowel het Huis van Afgevaardigden als de Senaat legt de budgetverdeling al jaren stil. Het is intussen acht jaar geleden dat het vorige landbouwkader werd aangenomen. De oude wetgeving wordt al drie jaar verlengd en loopt af op 30 september.
Vorige week werd alvast een eerste stap gezet om het landbouwbeleid te actualiseren. De Democraten en de Republikeinen vonden een akkoord over de nieuwe Farm Bill in het Huis van Afgevaardigden. Maar de beslissing is daarmee nog niet gevallen. De wetgeving wacht nu nog een onzekere timing in de Senaat, met tussentijdse verkiezingen in november. “Wij dringen er bij de Senaat op aan het voorbeeld van het Huis van Afgevaardigden te volgen en deze belangrijke wetgeving naar een volgend stadium te brengen”, aldus AFBF.