Analyse

Europese verkoop bestrijdingsmiddelen acht procent toegenomen, milieudruk neemt af

Analyse

In 2024 steeg de verkoop van bestrijdingsmiddelen in de EU tot ongeveer 316.000 ton, een stijging van ongeveer acht procent ten opzichte van het niveau in 2023. Een redelijke toename, al blijft dit het op één na laagste niveau sinds 2011, en nog steeds 12 procent onder het gemiddelde over de periode 2011-2021. De verkoop van gewasbescherming met hoge milieudruk neemt stelselmatig af.

Vandaag Ruben De Keyzer

De stijgende verkoop van gewasbescherming werd grotendeels veroorzaakt door het natte weer in Europa, wat leidde tot een groter gebruik van fungiciden en mollusciciden om vochtgerelateerde ziekteverwekkers te bestrijden. De grootste omzetstijging in 2024 deed zich voor bij fungiciden tegen schimmels en mollusciciden om slakken en weekdieren te bestrijden. In de EU bleef de groep ‘fungiciden en bactericiden’ in 2024 de meest verkochte groep gewasbescherming, goed voor 40 procent van de totale verkoop, gevolgd door ‘herbiciden, bladvernietigers en mosbestrijdingsmiddelen’ met 35 procent.

Frankrijk, Spanje, Duitsland en Italië noteerden de hoogste aankoopvolumes. Deze landen zijn ook de belangrijkste landbouwproducenten in de EU, met samen 52 procent van het totale landbouwareaal in de EU.

Ziektedruk en markttrends

De verkoop van gewasbeschermingsmiddelen hangt samen met een veelvoud aan factoren. Binnen de EU zijn er geregeld veranderingen in de regelgeving, vaak intrekkingen en soms ook nieuwe toelatingen. Onzekerheid over de verlengingen van goedkeuringen voor bepaalde werkzame stoffen spelen ook een belangrijke rol.

Net zoals bij elk ander consumptieproduct spelen natuurlijk ook marktdynamieken mee. De prijzen waren in 2024 scherper dan in 2023. Nieuwe trends in areaal en teelttechnieken spelen ook een rol.

De Europese analyse beperkt zich tot 21 landen omdat de overige Europese landen in 2011 nog niet beschikten over openbare verkoopdata. Van de 21 geanalyseerde landen ziet men bij 14 landen een dalende verkoop, waarbij de vijf sterkste dalingen werden geregistreerd in Tsjechië (-44%), gevolgd door Italië (-43%), Ierland (-42%) en Portugal (-40%). België noteert een daling van 12 procent. België heeft een relatief stabiel gewas- en rotatiepatroon, waardoor grote schommelingen in verkoop bij ons land minder waarschijnlijk zijn.

Het verkoopvolume steeg in Duitsland (+3%), Finland (+13%), Frankrijk (+14%), Litouwen (+35%), Oostenrijk (+53%) en Letland (+68%). In Slowakije was er vrijwel geen verschil in de verkoop.

Fig1_Sales_of_pesticides_(tonnes,_EU,_2011-2024)

Misleidende data

Bij deze data horen wel enkele kanttekeningen. De procentueel sterke stijgingen in Litouwen en Letland zijn deels het gevolg van zeer lage absolute verkoopcijfers. Hierdoor durven de percentages binnen deze landen zeer sterk te schommelen. Ook is van tel dat Duitsland en Oostenrijk grote hoeveelheden inerte gassen zoals kooldioxide of stikstof gebruiken bij de opslag van landbouwproducten. Deze gasvolumes worden in de data opgenomen als ‘gewasbeschermingsmiddelen”, maar dit zijn niet de middelen waar men gewasbescherming meestal mee associeert.

Glyfosaat en koper

Een opmerkelijke trend: in 2024 waren anorganische fungiciden goed voor 61,4 procent van de in de EU verkochte fungiciden en bactericiden. Zoals de naam doet vermoeden, gaat het hier om producten op basis van bijvoorbeeld koper of zwavel, waarvan er ook veel in de biologische landbouw zijn toegestaan.

'Organofosforhoudende herbiciden', waarvan de bekendste glyfosaat is, waren in 2024 goed voor 42,4 procent van de EU-verkoop van de stofgroep ‘herbiciden, bladvernietigers en mosbestrijdingsmiddelen’.

Volumes niet gelijk aan milieudruk

Secretaris-generaal bij Belplant Peter Jaeken ziet geen al te opmerkelijke trends in deze data. De stijging van acht procent op Europees niveau vindt hij niet bijzonder. “Schommelingen in jaarlijkse verkoop zijn logisch en gekoppeld aan een hele reeks factoren”, zegt hij aan VILT. Jaeken wijst erop dat niet alle verkochte producten in een jaar ook effectief gebruikt worden. Stockeffecten en export kunnen een rol spelen.

Bovendien meldt hij dat niet elke lidstaat op dezelfde manier zijn verkoopcijfers telt. Andere lidstaten vertrekken dan weer van een opmerkelijk laag niveau tegenover de refentieperiode, zoals we onder meer zien bij Letland.

Nog een belangrijke bemerking is dat volumes niet alles zeggen. Een product gebruikt aan een lage dosis kan worden ingetrokken, en vervangen door producten die men toedient in hoge dosissen bij grote teelten. Ziektedruk en het weer zijn elk jaar ook anders.

“In een multifactoriële omgeving is een schommeling in één specifiek jaar nog geen trend”, concludeert Jaeken. “Bovendien is de aangehaalde indicator, één op basis van verkoopvolumes, ook niet bepaald de meest relevante parameter.”

hri 1 grafiek

Willen we weten hoeveel milieuverstorende stoffen er worden gebruikt in Europa, dan moet men kijken naar HRI 1, een Europese indicator gebruikt om het risico van gewasbeschermingsmiddelen voor mens en milieu op te volgen. Hierbij kijkt men niet alleen naar de hoeveelheid gebruikte middelen, maar ook naar hoe gevaarlijk ze zijn. Elke actieve stof krijgt zo een ‘gewicht’ naargelang de impact op het milieu. De cijfers voor 2024 zijn hier niet gekend, maar het afgelopen decennium is deze indicator in fors dalende lijn.

Bron: Eigen berichtgeving

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek