nieuws

Nieuw serrecomplex van KU Leuven opent deuren naar uniek plantenonderzoek in Vlaanderen

nieuws

KU Leuven heeft een gloednieuw serrecomplex feestelijk geopend. Het hoogtechnologische complex creëert nieuwe mogelijkheden voor innovatief plantenonderzoek en is op meerdere vlakken uitzonderlijk in Vlaanderen. Zo beschikt het over onderzoeksserres van het hoogste bioveiligheidsniveau en draait de volledige energievoorziening volledig fossielvrij.

Vandaag Jozefien Verstraete
serre rode loper

De wetenschappers van KU Leuven kunnen voortaan terecht in een modern serrecomplex dat beschikt over de nieuwste technologie om gewassen duurzamer te produceren en te beschermen.

Groter en flexibeler

“De vorige serre was te klein geworden en voldeed niet meer aan de huidige onderzoeksnoden”, verklaart Bram Van de Poel, professor bio-ingenieurswetenschappen. De nieuwe serre is met 3.360 vierkante meter bijna dubbel zo groot als de vorige. Ze telt 34 compartimenten, elk met een eigen klimaatregeling. Daardoor kunnen onderzoekers er zowat elk gewas testen, van tomaten en bananen tot witloof en bloemen.

“In tegenstelling tot een commerciële serre is voor ons flexibiliteit belangrijker dan schaal”, vertelt serremanager Poi Verwilt. “Met de nieuwe infrastructuur kunnen we beter tegemoetkomen en inspelen op specifieke onderzoeksvragen, niet alleen van onze eigen onderzoekers maar ook van externen.”

Onderzoek op hoogste bioveiligheidsniveau

Waar in de vorige serre slechts een beperkt deel voldeed aan bioveiligheidsniveau 2, is nu het volledige gebouw conform dit niveau. Onderzoekers kunnen daardoor overal werken met genetisch gewijzigde planten en veelvoorkomende ziekteverwekkers zoals schimmels, bacteriën, virussen en plaaginsecten. “G2 betekent onder meer dat hier geen druppel ongefilterd water naar buiten mag ontsnappen. Daarom wordt alles van water weggetrokken naar grote kelders, waar het eerst door verschillende filters en ontsmetters passeert voor het opnieuw naar buiten kan.”

Waar het G2-niveau op deze schaal al heel wat mogelijkheden biedt, kijkt Verwilt vooral uit naar onderzoek in de vier quarantainecompartimenten die voldoen aan het hoogste bioveiligheidsniveau, G2Q. Daar kunnen onderzoekers aan de slag met quarantaine-organismen: organismen die potentieel grote schade kunnen veroorzaken aan gewassen.

“Het gaat om ziekteverwekkers die op de Europese quarantainelijst staan. Dat zijn organismen die normaal niet in Europa mogen voorkomen”, legt Verwilt uit. “Worden ze toch aangetroffen in een serre, dan volgen strenge maatregelen en moet de volledige serre geruimd worden. Denk bijvoorbeeld aan het beduchte Tomato Brown Rugose Fruit Virus, waar heel wat tomatentelers enkele jaren geleden voor vreesden.”

Om het klimaat stabiel te houden, zijn gigantische technische installaties nodig die de ruimte kunnen koelen

Poi Verwilt - Serremanager (KU Leuven)

“Plagen en ziekten verspreiden zich steeds sneller, onder andere door de toenemende internationale uitwisseling van plantmateriaal en veranderende klimaatomstandigheden”, verduidelijkt Barbara De Coninck, professor bio-ingenieurswetenschappen. “Dankzij deze quarantaine-eenheden kunnen we de interactie tussen planten en nieuwe of gereguleerde organismen onderzoeken. Zo bouwen we kennis op die helpt om problemen sneller te detecteren, gerichter te beheersen en liefst nog te voorkomen voor er bestrijdingsmiddelen aan te pas moeten komen”

Maar om op zo’n organismen onderzoek te doen, heb je speciale G2Q-serres nodig. De grootste uitdaging van deze onderzoeksserres is dat er geen ramen aanwezig mogen zijn. Op zonnige dagen kan de temperatuur daardoor oncontroleerbaar oplopen tot niveaus die het onderzoek in het gedrang brengen. “Om het klimaat toch stabiel te houden, zijn gigantische technische installaties nodig die de ruimte kunnen koelen”, aldus Verwilt. “Veel bedrijven en onderzoekscentra beschikken daar niet over en wachten al lang op zo’n mogelijkheid. Wij zijn de eersten die deze onderzoeksfaciliteit ook aan externe partners kunnen aanbieden.”

KULserre
In de KULserre

Niet alleen wordt de wetgeving strenger geïnterpreteerd, ook de controles zijn strikter geworden. Daardoor botsen veel bedrijven intern steeds vaker op beperkingen voor bepaald onderzoek

Poi Verwilt - Serremanager (KU Leuven)

Unieke nieuwe onderzoekskansen in Vlaanderen

Met de vier G2Q-compartimenten beschikt KU Leuven over onderzoeksmogelijkheden die vandaag nog weinig voorkomen in Vlaanderen. Daarnaast ontwikkelde de universiteit ook een eigen veiligheidsniveau voor serres, tussen G2 en G2Q in: de G2+. “Inspecteurs interpreteren de huidige wetgeving almaar strenger. Vroeger volstond het bijvoorbeeld om onderzoek naar luchtgebonden sporenvormende schimmels, zoals meeldauw, uit te voeren in G2-compartimenten. Vandaag mogen de ramen echter niet meer open zodra die schimmels sporen vormen”, geeft Verwilt mee. “In de praktijk betekent dat dat onderzoek vaak enkel nog mogelijk is in de herfst en winter. Daar wilden we niet aan meedoen en zijn we met onze eigen techniek op de proppen gekomen. Met dat systeem wordt de lucht gezuiverd van de schimmelsporen, zodat de ramen toch open kunnen blijven.”

De universiteit kreeg al heel wat aanvragen binnen van externen om een proefopzet te mogen starten. “Veel bedrijven beschikken wel over een eigen proefserre, maar Sciensano heeft een versnelling hoger geschakeld. Niet alleen wordt de wetgeving strenger geïnterpreteerd, ook de controles zijn strikter geworden. Daardoor botsen veel bedrijven intern steeds vaker op beperkingen voor bepaald onderzoek”, verduidelijkt Verwilt de grote vraag.

We willen een rolmodel zijn voor de tuinbouw om te laten zien dat je een serre volledig fossielvrij kan laten opereren

Bram Van de Poel - Professor bio-ingenieurswetenschappen

Volledig serre op groene energie

Een ander unicum waar de universiteit graag mee uitpakt, is dat het volledig serrecomplex draait op energie uit warmtepompen, zonnepanelen en groene elektrische stroom. “Hiervoor zijn we de Vlaamse overheid dankbaar. Met een subsidie van twee miljoen euro hebben ze dit project sterk ondersteund”, vertelt Van de Poel. “We willen een rolmodel zijn voor de tuinbouw om te laten zien dat je een serre met 34 verschillende klimaten volledig fossielvrij kan laten opereren. Voor zover ik weet, zijn we daar in Europa vrij uniek in. Ook onderzoekscentrum Inagro werkt met groene energie, maar daar wordt nog restwarmte gebruikt van een bedrijf dat op fossiele brandstoffen draait. Daardoor is het systeem niet volledig fossielvrij.”

klaslokaal
In de KULserre (2)

Klaslokaal tussen de serreplanten

De gloednieuwe serre biedt niet alleen nieuwe mogelijkheden voor universiteitsonderzoekers en externe partners, maar ook voor studenten. Zij zullen er voortaan ook les krijgen. “We willen studenten zo nauw mogelijk betrekken bij plantenonderzoek. De studenten zullen les krijgen met uitzicht op alle planten hier, zo komt onderwijs en onderzoek mooi samen”, aldus Verwilt.

Bij de opening benadrukte Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&v) de meerwaarde van de nauwe link tussen onderzoek en praktijk in de nieuwe serre. “Het is belangrijk dat innovatie niet in de onderzoeksfase blijft hangen, maar ook effectief vertaald wordt naar toepassingen op het terrein. Vlaanderen blinkt uit in innovatiekracht. En als er één instelling is die die innovatiekracht in Vlaanderen mee aandrijft, dan is het wel KU Leuven”, aldus Brouns, die de universiteit bedankte voor de jarenlange inzet in onderzoek en vorming om via innovatie antwoorden te bieden op maatschappelijke uitdagingen.

Tomato Masters boekt resultaat met project van zonnepanelen: “meer energie en gezondere planten"
Uitgelicht
Actueler kon het niet zijn: midden in een ongeziene energiecrisis door de oorlog in Iran, rondde Tomato Masters in Deinze een project met zonnepanelen af in tomatenserres. Tel...
7 mei 2026 Lees meer

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek