nieuws

Nieuwe generatie gewasbescherming botst op trage procedures: "Tegen de goedkeuring is het al een fossiel"

nieuws

Welke rol kunnen biocontrolemiddelen spelen voor Vlaamse landbouwers nu steeds meer klassieke gewasbeschermingsmiddelen verdwijnen? Hoewel er volop wordt geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling van biocontrole, blijkt de weg naar de markt bijzonder lang. “De erkenningsprocedure voor biocontrolemiddelen duurt ruim tien jaar, terwijl de biotechnologie zich razendsnel ontwikkelt. Tegen de tijd dat een middel wordt goedgekeurd, is het al een fossiel”, stelde Eva Van Hende van Biotalys tijdens de jaarvergadering van Belplant in Lochristi.

Vandaag Griet Lemaire
Jaarvergadering Belplant 2026

Europese landbouwers zagen de voorbije zes jaar 89 actieve stoffen verdwijnen, vaak zonder dat er een volwaardig alternatief beschikbaar was. De sector van de gewasbeschermingsmiddelen investeert daarom volop in nieuwe oplossingen die landbouwers moeten helpen hun teelten gezond en rendabel te houden. Vandaag gaat al meer dan de helft van het onderzoeksbudget naar groene biotechnologie en digitale toepassingen. Toch blijft het niet evident om innovaties snel op het veld te krijgen.

Milieuvriendelijk alternatief

Biocontrole steunt op geavanceerde technologieën zoals microbiële stammen, fermentatieprocessen en RNA-gebaseerde toepassingen. Daarmee kunnen ziekten en plagen op een gerichte manier worden aangepakt. Omdat de actieve bouwstenen van deze middelen afkomstig zijn uit de natuur of daarop gebaseerd zijn, worden deze middelen beschouwd als een milieuvriendelijk alternatief voor klassieke gewasbescherming.

Volgens Belplant-voorzitter Valerie Frankard vraagt een succesvolle integratie van biocontrolemiddelen meer dan alleen technologische innovatie. “We hebben nood aan opleiding, kennis, praktijkervaring en landbouwers die mee kunnen groeien met die verandering. Het is daarom belangrijk dat we blijven samenwerken en communiceren met verschillende partners in de keten zodat iedereen mee is met deze veelbelovende evolutie”, stelde ze tijdens de opening van het evenement.

Geen algemeen aanvaarde definitie

Ondanks de vele voordelen van biocontrole vinden deze alternatieven voorlopig slechts moeizaam hun weg naar de Europese markt. Volgens professor Philippe Jacques van de Universiteit van Luik ligt een deel van het probleem bij het ontbreken van een duidelijke en algemeen aanvaarde definitie van biocontrolemiddelen. “Zolang die ontbreekt, blijft het moeilijk om vast te leggen onder welk regelgevend kader bepaalde producten vallen”, klonk het tijdens het Belplant-event.

In andere delen van de wereld verloopt de markttoelating volgens Jacques een stuk sneller. In landen als China, India en verschillende Latijns-Amerikaanse staten duurt het doorgaans slechts twee tot drie jaar om een biocontrolemiddel erkend te krijgen. In Europa bedraagt de officiële termijn vijf jaar, maar in de praktijk loopt een toelatingsprocedure vaak op tot zeven à tien jaar. Daardoor dreigt innovatie achterop te raken tegenover de snelle ontwikkelingen binnen de biotechnologie.

Lat moet niet lager, procedures wel sneller

Tijdens het paneldebat werd duidelijk dat de trage toelatingsprocedures een van de grootste struikelblokken vormen voor biocontrole in Europa. “Laat ons duidelijk zijn: niemand vraagt om de lat lager te leggen. Integendeel, de wetenschappelijke beoordeling moet even streng blijven. Maar het proces moet wel sneller kunnen”, klonk het eensgezind bij de panelleden. Onder meer een vereenvoudiging van de Europese expertgroepen, die instaan voor de evaluaties, werd naar voren geschoven als mogelijke oplossing.

Voor Eva Van Hende, Hoofd Regulatory Affairs bij Biotalys, zijn de lange procedures dagelijkse realiteit. Volgens haar zijn de door professor Philippe Jacques geschetste termijnen zelfs nog optimistisch. “Vooraleer een dossier officieel kan worden ingediend, zijn wij vaak al twee jaar bezig met de voorbereiding ervan”, legt ze uit. “Tegen de tijd dat een biocontrolemiddel wordt goedgekeurd, is het vanuit biotechnologisch oogpunt vaak al achterhaald. Het is cruciaal dat de regelgeving sneller kan inspelen op technologische ontwikkelingen.”

Investeerders haken af

Ook voor het investeringsklimaat vormen de lange doorlooptijden een probleem. Volgens Hendrik Waegeman van Bio Base Europe Pilot Plant beschikken biocontrolemiddelen over een groot potentieel en worden ze steeds gerichter en effectiever. “Maar wanneer een erkenning jarenlang op zich laat wachten, haken bedrijven af of verplaatsen ze hun investeringen naar andere regio's. Snellere evaluaties zijn cruciaal om innovatie hier te houden”, benadrukt hij.

Lieve Herman van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) zetelt ook in het wetenschappelijk adviesorgaan van het Europees Voedselagentschap EFSA. Zij stelt vast dat EFSA in het verleden vooral focuste op chemische oplossingen. “Er was een tekort aan expertise om dergelijke biocontrolemiddelen te beoordelen. De laatste jaren is dat geëvolueerd, maar we zijn er nog niet”, meent ze.

Tegelijk waarschuwt Herman ervoor dat een succesvolle toepassing verder gaat dan een positieve laboratoriumtest. “Wat werkt in een labo of serre, moet ook onder praktijkomstandigheden op het veld betrouwbaar presteren. Dat vraagt bijkomende kennis over formulering, spuittechniek en toepassing. Daarnaast blijven veiligheidsvragen belangrijk. Denk bijvoorbeeld aan de manier waarop micro-organismen zich gedragen in gewassen of in de voedselketen. Onderzoek en opleiding blijven dus essentieel.”

Rendabiliteit en doeltreffendheid

Die praktijkgerichte blik kwam er ook van Vlaams parlementslid Bart Dochy (cd&v). Volgens hem zullen landbouwers pas overtuigd raken wanneer nieuwe oplossingen zowel economisch rendabel als voldoende doeltreffend zijn. “Het risico mag niet bij de landbouwers terechtkomen. Daarom pleit ik voor een haalbare en geleidelijke overgang naar meer biocontrole”, aldus Dochy. Duidelijke regelgeving, performante alternatieven en voldoende opleiding zijn daarbij volgens hem cruciale voorwaarden.

Ondanks de bestaande hindernissen blijft de sector optimistisch. Die kijkt onder meer naar de geplande Food and Feed Safety Omnibus van de Europese Commissie. Dat is een wetsvoorstel dat de regelgeving rond voedselveiligheid en diervoeders moet vereenvoudigen en administratieve lasten wil verminderen. Volgens Belplant biedt dat kansen om toelatingsprocedures efficiënter te organiseren zonder afbreuk te doen aan de wetenschappelijke kwaliteit. “Het gaat niet om minder onderzoek of eenvoudigere dossiers, maar om een systeem dat innovatie ondersteunt in plaats van afremt”, stelde Peter Jaeken, secretaris-generaal van Belplant.

Maatschappelijke aanvaarding als bijkomend probleem

Daarnaast is er ook werk aan de winkel op het vlak van maatschappelijke aanvaarding. De discussie rond Calantha, een nieuw RNAi-insecticide tegen de coloradokever in aardappelen, toont volgens de deelnemers aan dat er nog veel wantrouwen bestaat tegenover nieuwe biologische technologieën. Nochtans breekt dit middel snel af in het milieu en wordt het beschouwd als een milieuvriendelijker alternatief voor klassieke chemische insecticiden.

“Ongeacht het type gewasbescherming blijft wantrouwen één van de grootste uitdagingen in Europa”, besluit Jaeken. “Daarom blijven wij pleiten voor een geharmoniseerd Europees kader voor biocontrolemiddelen en voor efficiëntere evaluatieprocedures voor alle gewasbeschermingsmiddelen.”

Natuurverenigingen naar rechter tegen biotechnologisch insecticide Calantha
Uitgelicht
Natuurverenigingen stappen naar de rechtbank tegen de tijdelijke toelating van Calantha, een nieuw RNAi-insecticide. Het product is nog niet goedgekeurd door Europa, maar mag...
20 mei 2026 Lees meer

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek