Dossier boerderijcompostering hapert al 25 jaar: "Alleen systeemdenken zal tot innovatie leiden"
OpinieVlaanderen verkoopt zichzelf graag als een regio waar innovatie en circulariteit de motor zijn van het succes. Tegelijkertijd remt Vlaanderen die innovatie zelf af door in hokjes te blijven denken. Het dossier rond boerderijcompostering is daar een treffend voorbeeld van. Dat schrijft Laura van Selm, directeur van BioForum in een opiniestuk.
Al sinds 2001 wordt gewerkt aan een wettelijk kader voor boerderijcompostering. Drijvende krachten achter dat dossier zijn onder meer An Jamart van BioForum en Koen Willekens van ILVO. Boerderijcompostering zou landbouwers toelaten om externe organische materialen, zoals plantaardige reststromen, maaisel, houtig materiaal en eventueel stalmest, op het eigen bedrijf om te zetten in kwaliteitsvolle compost voor gebruik op hun landbouwgrond. Vandaag is dat echter nog niet mogelijk, omdat die materialen juridisch als afvalstoffen worden beschouwd.
In die 25 jaar is er weinig vooruitgang geboekt. Vlaanderen heeft boerderijcompostering in samenwerkingsverband wel gedeeltelijk erkend via de mestwetgeving, maar een echt werkbaar wettelijk kader ontbreekt nog altijd. Daarom gaf Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&v) aan VITO de opdracht om een Best Beschikbare Techniek (BBT) voor boerderijcompostering uit te werken. Zo'n BBT vormt de referentie voor de algemene, sectorale en bijzondere vergunningsvoorwaarden. Aan de uitwerking ervan werken landbouworganisaties, natuur- en milieuverenigingen, ILVO en de praktijkcentra mee, samen met ambtenaren van de verschillende overheidsdiensten die instaan voor vergunningverlening en handhaving.
Toch blijven het Departement Omgeving en de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) op de rem staan, terwijl zowel het Agentschap Natuur en Bos (ANB), ILVO, de landbouworganisaties als de natuur- en milieuverenigingen pleiten voor een soepeler kader. Het probleem? Ze leggen overdreven veel focus op de risico’s op het vlak van vervuiling voor bodem, water en omgeving. Die risico’s bestaan, maar ze zijn beperkt en niet onoplosbaar. Bovendien wegen ze niet op tegen de voordelen die boerderijcompostering biedt: bodemopbouw, koolstofopslag, minder reststromen, meer samenwerking tussen landbouw en natuur. Maar het Departement Omgeving en VLM willen waterdichte en wetenschappelijke bewijzen dat boerderijcompostering geen enkel milieurisico inhoudt. Deze rigide houding zorgt voor een vicieuze cirkel. Net omdat er maar geen opening komt, is het onderzoek naar boerderijcompostering summier en worden boeren afgeschrikt.
Nood aan systeemdenken
Dit dossier is een mooi voorbeeld van hoe innovatie wordt afgeremd omdat er niet in systemen wordt gedacht. Datzelfde zien we ook bij de discussie over de PAS-maatregelen. Het is een muur waarop we in de toekomst zullen blijven botsen, zolang men niet aanvaardt dat er voor complexe problemen en nieuwe technieken geen ‘one size fits all’-aanpak bestaat. Zo staat het beleid dus zelf innovatie in de weg.
In Nederland hebben ze dat intussen begrepen. Het Nederlandse Nationaal Innovatieloket veehouderij werkt daar aan een juridische routekaart. Dat instrument moet adviseurs, beleidsmakers, vergunningverleners en pioniers helpen om sneller en effectiever tot beslissingen te komen. De routekaart beschrijft drie stappen die nodig zijn bij het beoordelen van innovatie:
Complexiteit vereist systeemdenken: de realiteit is niet lineair en niet binair (ja/nee). We erkennen meerdere afhankelijkheden en routes in plaats van simplificaties.
Van angst naar risicomanagement: Vage beren op de weg zien, verlammen het proces. Wij maken obstakels expliciet en labelen ze als beheersbare risico’s.
Leren in netwerken: een gemeenschap leert sneller dan een individu. We delen successen en mislukkingen en creëren een gedeelde woordenschat.
Door zo’n strategie te hanteren, ontstaat er ruimte voor echte innovatieve oplossingen.
De voorwaarden en controles moeten in verhouding staan tot de werkelijke risico's. Bij boerderijcompostering zijn die relatief beperkt en bovendien omkeerbaar
Hoe kan het in Vlaanderen ook anders?
Terug naar het dossier rond boerderijcompostering. De vraag die niet gesteld wordt door het Departement Omgeving en VLM is: Is boerderijcompostering zoveel slechter dan het alternatief? Zonder die vergelijking blijft de focus heel erg liggen op de risico’s.
Dat betekent allerminst dat het voorzorgsprincipe overboord moet. Wel moeten de voorwaarden en controles in verhouding staan tot de werkelijke risico's. Bij boerderijcompostering zijn die relatief beperkt en bovendien omkeerbaar. Dat staat in schril contrast met technologieën zoals ggo's, waarbij de impact na toepassing veel moeilijker of zelfs onmogelijk ongedaan kan worden gemaakt.
Na meer dan 25 jaar discussie over de regelgeving van boerderijcompostering is het echt wel tijd voor een bredere kijk. Dit dossier wordt stilaan een test voor de manier waarop Vlaanderen met landbouwinnovatie, regelgeving en ondernemerschap omgaat.
De vraag is niet of er regels nodig zijn. De vraag is of die regels voldoende systemisch, proportioneel en uitvoerbaar zijn. Regelgeving moet beschermen waar nodig, maar ze moet ook mogelijk maken waar het kan. Vandaag is dat evenwicht zoek. Precies daarom is dit dossier zo belangrijk. Vlaanderen zet naar eigen zeggen in op innovatie, ondernemerschap en minder administratieve lasten. Alleen hebben regelgeving en de instrumenten om tot regelgeving te komen vandaag het tegenovergestelde effect: ze staan innovatie eerder in de weg.