Taak van de hele sector om de AER-lijst uit te bouwen
nieuwsOm de lijst met erkende ammoniakemissiereducerende technieken verder uit te breiden, wordt vaak gekeken naar nieuwe innovaties van Vlaamse systeembouwers. Toch hebben zij niet als enigen de sleutel tot nieuwe uitbreidingen van de AER-lijst in handen. “Het opsporen en aanbrengen van technieken is een taak voor iedereen binnen de sector”, klinkt het unisono bij zowel Boerenbond, WeComV en het kabinet van minister Brouns. Het 'warm water' hoeft daarbij niet altijd opnieuw uitgevonden te worden. Technieken die sterk lijken op reeds bestaande erkende systemen, kunnen via een versnelde procedure in aanmerking komen voor de AER-lijst. Buitenlandse technieken zelfs nog sneller.
De tijdlijn wordt steeds uitdagender om nog een nieuwe gemeten en erkende AER-techniek op de markt te krijgen voor het najaar van 2029, wanneer de vergunning van landbouwers conform hun PAS-referentie 2030 moet zijn. Maar dat betekent niet dat de officiële AER-lijst niet meer kan uitbreiden. Voor sommige technieken is een volledige meetcampagne in Vlaamse stallen namelijk niet nodig.
Via expert judgement op de AER-lijst
Technieken waarvan al een vergelijkbare variant met een erkend werkingsmechanisme bestaat, kunnen bijvoorbeeld meteen een erkenningsprocedure voor de AER-lijst opstarten. Aan de hand van wetenschappelijke literatuur over de vergelijkbare techniek adviseert het WeComV (Wetenschappelijk Comité Luchtemissies Veehouderij) dan mogelijks via het zogenoemde expert judgement een conservatief reductiepercentage toe aan de nieuwe techniek.
Ook technieken waarvoor geen vergelijkbare erkende variant bestaat, maar waarover wel al veel wetenschappelijke literatuur bestaat, kunnen via expert judgement erkend worden zonder bijkomende metingen. Zo zijn mestballen onlangs aan de AER-lijst toegevoegd.
“Het ideale en meest zekere blijft meten natuurlijk", aldus Sam De Campeneere, ondervoorzitter van WeComV. "Maar als technieken met een duidelijk werkingsmechanisme gekend zijn, met wetenschappelijke onderbouwing die het principe ondersteunt, kan ‘expert judgement’ een piste zijn om door ons beoordeeld te worden."
Landbouworganisatie Boerenbond merkt op dat tot op vandaag het aantal erkende technieken via expert judgement eerder beperkt is. "We hopen daar nog verbetering in te zien", luidt het.
Omgekeerd te werk
Voor systeembouwers zou dit ook een startpunt voor een omgekeerde route kunnen zijn. Waar normaal eerst metingen plaatsvinden en pas daarna een erkenning volgt, zou een techniek volgens de voorwaarden van expert judgement al voor 2030 erkend kunnen worden. Op deze manier kunnen landbouwers het conservatiever toegekende reductiepercentage al meenemen voor hun PAS-referentie 2030 en ook VLIF-steun aanvragen.
Als de systeembouwer ervan overtuigd is dat zijn systeem een hogere reductie realiseert dan het toegekende percentage, kan hij nadien nog een meetcampagne opstarten. Op basis daarvan kan het reductiepercentage worden herzien en verhoogd.
Vlaanderen is vrij uniek in zijn strikt gescheiden wetenschappelijke en administratieve beoordeling van stikstoftechnieken
Geen WeComV-beoordeling meer voor buitenlandse technieken
Volgens minister Brouns is daarnaast meer inzet nodig op een andere piste, die van de buitenlandse technieken via de fastlane. Deze procedure werd dit jaar aangepast. In de vorige fastlaneprocedure werden dossiers uit buurtbuurlanden zoals Nederland, Duitsland en Denemarken al ietwat sneller behandeld, maar beoordeelde WeComV nog telkens het buitenlands onderzoek zelf opnieuw.
Dat is nu niet langer zo. Elke methode die in een bepaalde buurtbuurland reeds erkend is, kan nu hetzelfde reductiepercentage krijgen in Vlaanderen zonder wetenschappelijke onderbouwing van het WeComV. Zo wordt met de fastlane nu volledig vertrouwd op de beslissingen die buurlanden maakten. Buurlanden waar de beoordeling niet overal zoals hier wordt aangepakt. Vlaanderen is vrij uniek in zijn strikt gescheiden wetenschappelijke en administratieve beoordeling van stikstoftechnieken. “Dat is niet in elk land het geval”, zegt De Campeneere.
Wie vindt de weg naar de fastlane?
De fastlane is in eerste instantie in het leven geroepen om buitenlandse techniekbouwers aan te trekken. Maar met de focus op de fastlane en een gebrek aan een werkbare proefstalregeling lijkt Vlaanderen ook zijn eigen binnenlandse innovators aan te moedigen om de fastlane te gebruiken, door eerst hun technieken in het buitenland te moeten doormeten.
Tot op heden vond nog geen enkele buitenlandse techniekbouwer de weg naar de vernieuwde fastlane. Nochtans zijn er volgens het kabinet van minister Brouns nog veel technieken in het buitenland te vinden die ook op onze Belgische markt voor oplossingen kunnen zorgen.
Maar daarvoor moet iemand die bepaalde technieken scouten en ontwikkelaars kunnen overtuigen om de techniek hier te commercialiseren. "Daar ligt ook voor de sector en haar organisaties een rol weggelegd”, klinkt het bij het kabinet.
Aan de landbouwers om technieken aan te brengen
Landbouworganisatie Boerenbond laat weten hier actief mee bezig te zijn. “We zijn intussen betrokken bij een vijftal buitenlandse dossiers”, aldus Tessa De Prins, woordvoerder van Boerenbond. Drie daarvan zijn ondertussen beoordeeld door WeComV: het Cowtoilet, de Lelysphere en de Groove vloer. De andere twee doorlopen nog de erkenningsprocedure.
De Lelysphere kreeg hetzelfde reductiepercentage toegekend zoals in Nederland. Bij de andere twee technieken adviseerde WeComV een lager reductiepotentieel. Zo kreeg het koetoilet 55 procent en de Groove vloer 38 procent in Nederland. Voor Vlaanderen adviseerde WeComV respectievelijk 35 procent en 25 procent. "Deze drie dossiers verliepen volgens de oude fastlaneprocedure, aangezien de wetenschappelijke onderbouwing nog bekeken werd door ons", duidt De Campeneere.
De kans dat de Nederlandse systeembouwers de techniek in Vlaanderen nog eens doormeten, in de hoop dat het reductiepercentage opgekrikt wordt, acht Boerenbond klein. De investering weegt vaak niet op om enkel en alleen voor de Vlaamse afzetmarkt een dure en complex meetcampagne uit te voeren.
Taak van iedereen in de sector
Met zijn ‘PAS-innovatiesteun’ probeert Boerenbond binnenlandse maar ook buitenlandse constructeurs te stimuleren om AER-technieken op onze markt te brengen en een erkenningsaanvraag in te dienen. “Daarnaast gaan we ook zelf op zoek, al is dit niet zo vanzelfsprekend”, aldus De Prins. “In Nederland en Vlaanderen hebben we een AER-lijst die we eenvoudig met elkaar kunnen vergelijken. Maar in andere landen bestaat dit niet. Dan moeten we onder meer op beurzen gaan kijken welke technieken er bestaan.” De Prins benadrukt dat die vijver vooralsnog niet bijzonder diep is. “Net omdat die landen geen AER-lijst hebben en technieken aan specifieke voorwaarden moeten voldoen om op onze lijst terecht te komen."
Volgens Boerenbond is het bovendien een taak van iedereen in de sector om technieken aan te brengen. “Als iemand een mogelijk alternatief ziet, moet dat gemeld worden”, klinkt het. “Het is de taak van de ganse keten om te kijken naar openingen.”
Nieuwe maatregelen kunnen uit verschillende hoeken komen, mits er een goed onderbouwd dossier is
Het zijn ook niet altijd systeembouwers die dan concreet een dossier bij WeComV kunnen indienen. Ook onderzoekers die tijdens een studiereis een interessante techniek ontdekken of zelf een idee uitwerken, kunnen kans maken om op de AER-lijst terecht te komen. Dat kunnen bijvoorbeeld maatregelen zijn die niet gecommercialiseerd hoeven te worden, die landbouwers zelf kunnen toepassen op hun bedrijf. De Campeneere beaamt. “Nieuwe maatregelen kunnen uit verschillende hoeken komen, mits er een goed onderbouwd dossier is. Zo heeft WeComV ook op eigen initiatief al enkele adviezen uitgebracht”, klinkt het.