nieuws

Hoeveel hoop mogen veehouders nog vestigen op nieuwe stikstofinnovaties tegen 2030?

nieuws

Veel veehouders wachten voorlopig af met investeren in ammoniakemissiereducerende technieken, in de hoop dat er nog gloednieuwe innovaties op de markt komen tegen 2030. Met nog 3,5 jaar op de teller lijkt nog veel mogelijk. Toch dringt de tijd meer dan op het eerste gezicht lijkt. Verschillende actoren waarschuwen dat het praktisch onhaalbaar wordt voor systeembouwers om nog tegen 2030 een gloednieuwe techniek erkend te krijgen en op de markt te brengen. Tenzij procedures efficiënter verlopen en enkele beleidsknopen op korte termijn worden doorgehakt. Maar is Vlaanderen daartoe in staat?

Vandaag Jozefien Verstraete
Lees meer over:

Drie jaar lang zocht het Vlaams-Nederlandse project RAMBO naar oplossingen om de ammoniakuitstoot in varkens- en pluimveestallen te verminderen. Deze zomer loopt het project af en zullen de projectpartners, waaronder Boerenbond, Inagro, Proefbedrijf Pluimveehouderij en ILVO, de belangrijkste sectornoden, bezorgdheden en aanbevelingen bundelen in een whitepaper (een document dat een probleem en mogelijke oplossing beschrijft, red.). Dat moet beleidsmakers handvatten bieden om verdere stappen te zetten. Omdat voor sommige maatregelen de tijd erg dringt, deelden de projectpartners al enkele Vlaamse bevindingen, in afwachting van het whitepaper.

Proefstalregeling blijft uit, terwijl momentum wegtikt

Eén van die maatregelen is een werkbare proefstalregeling. Wanneer techniekbouwers een nieuwe AER-techniek willen laten valideren door het Wetenschappelijk Comité Luchtemissies Veehouderij (WeComV), moet die eerst op meerdere bedrijven worden getest. Een proefstalregeling maakt het mogelijk om technieken onder reële omstandigheden te testen op bestaande landbouwbedrijven. Veehouders die hieraan willen meewerken, kunnen daarvoor een proefvergunning krijgen.

Hoewel de krijtlijnen van een proefstalregeling al werden opgenomen in het AER-decreet van 2024, laat een praktische uitwerking nog steeds op zich wachten. Hierdoor is tot op vandaag nog geen enkele proefvergunning afgeleverd. Een groot knelpunt is dat veehouders het reductiepotentieel van een proeftechniek vandaag niet zouden mogen meenemen om te voldoen aan hun emissiereductiedoelstellingen binnen de PAS-referentie 2030.

Zonder aanpassing zijn veehouders vandaag alleen geneigd om in een gloednieuwe techniek te investeren als er voldoende zekerheid is dat die nog vóór 2030 erkend wordt, en zo kan meetellen voor hun PAS-referentie. Anders dreigen ze later alsnog in een erkende AER-techniek te moeten investeren. Maar die zekerheid hebben ze helemaal niet. Voor techniekbouwers is het daardoor ook moeilijk om veehouders te vinden die als pionier een nieuwe techniek willen testen. Nochtans is dit voor hen een belangrijk momentum aangezien er vandaag nog veel stallen zonder AER-techniek zijn, wat een voorwaarde is om een proeftechniek te kunnen testen.

We geven niet zomaar een tijdelijke emissiefactor, dat wordt via expert judgement ingeschat. Het zullen ook conservatieve, lagere factoren zijn dan werkelijk verwacht wordt

Sam De Campeneere - Ondervoorzitter van WeComV

Gemakkelijke achterpoort?

In de huidige vorm dreigt de proefstalregeling hierdoor een lege doos te blijven. Nochtans kan het kansen bieden voor zowel techniekbouwers als veehouders. Fedagrim, de federatie van toeleveranciers van landbouwmachines, stallen en uitrustingen, kaartte dit al meermaals aan.

Politiek lijkt het gevoelig te liggen omdat er bezorgdheid bestaat dat proeftechnieken tijdens de testfase de vooropgestelde emissiereducties niet zouden halen. Om betrouwbare metingen te garanderen, moeten de omstandigheden in een proefstal gedurende de testperiode zoveel mogelijk ongewijzigd blijven. Daardoor kan niet zomaar worden ingegrepen wanneer een techniek minder goed presteert dan verwacht. De vrees dat nabijgelegen natuur hierdoor grote schade zou oplopen, relativeert Sam De Campeneere, ondervoorzitter van WeComV. “Eerst en vooral geven we die tijdelijke emissiefactor niet zomaar, dat wordt via expert judgement ingeschat. Daarnaast zal dit steevast een conservatieve, lagere factor zijn dan werkelijk verwacht wordt. Tot slot moet een proefstal ook voldoen aan afstandsvoorwaarden ten opzichte van natuurgebieden.”

Daarnaast leeft ook de vrees dat de regeling een achterpoortje vormt waarmee veel bedrijven via enkele fabrikanten een proefvergunning van 15 jaar kunnen verkrijgen voor technieken die nog niet gevalideerd zijn. “Maar ook dat wordt begrensd. Fabrikanten kunnen maximaal vier proefstalvergunningen aanvragen”, zegt De Campeneere.

En om te vermijden dat fabrikanten bij wijze van spreken één vijs aanpassen en vervolgens opnieuw vier proefstalvergunningen aanvragen voor een zogezegd nieuwe techniek, krijgt het administratief team (AT) of WeComV een beoordelende rol. “Er zal geëxamineerd worden of de nieuwe techniek onderscheidend genoeg is van reeds bestaande andere technieken”, aldus de ondervoorzitter. “De proefvergunningen zijn dus beperkt in aantal en in tijd.”

Weinig steun voor pioniers

Maar het schoentje knelt niet enkel daar, stellen de RAMBO-partners. Zelfs als de proefstalregeling uitgroeit tot een werkbaar instrument, verwachten ze dat slechts weinig landbouwers interesse zullen tonen. Dit omwille van de VLIF-innovatiesteun die vandaag lager ligt dan de steun voor erkende AER-technieken. Voor landbouwers is er daardoor weinig stimulans om als pionier met een innovatieve techniek aan de slag te gaan. Ze ontvangen minder steun en dragen tegelijk een groter risico: dat de techniek nog kinderziektes vertoont of later alsnog vervangen moet worden door een techniek met een groter reeds erkend reductiepotentieel. Volgens de RAMBO-partners zou een hogere steun de ontwikkeling en uitrol van nieuwe technieken aanzienlijk kunnen versnellen.

Een lange meetcampagne is nodig om tot een betrouwbaar reductiepotentieel te komen zodat niemand achteraf bedrogen uitkomt

WeComV

Meetcampagnes en erkenningen duren erg lang

Maar zelfs met een werkende proefstalregeling en betere stimuli is het twijfelachtig of er tegen 2030 nog veel nieuwe innovatieve technieken op de AER-lijst kunnen belanden. Eén factor die hierbij speelt, is de praktische kant van het meetrichtlijnenprotocol. Dit zou te complex en arbeidsintensief zijn, en hoge meetkosten met zich meebrengen voor fabrikanten. Dit bevestigt innovator en fabrikant Wouter De Weirdt: “Het is uiterst complex en bovendien moeilijk om antwoorden te krijgen op technische vragen, of om zaken te bespreken die we niet helemaal verstaan.” Hij stelt zich ook vragen bij de lange en dure meetcampagnes die nodig zijn om de effectiviteit van de technologie te staven. Maar die zijn volgens WeComV wel degelijk nodig. “Uit ervaring zien we dat emissies variëren van dag op dag, en van stal tot stal, en dit onder invloed van heel wat omgevingsfactoren. Een lange meetcampagne is nodig om tot een betrouwbaar reductiepotentieel te komen zodat niemand achteraf bedrogen uitkomt”, luidt het.

De partners binnen RAMBO berekenden dat het, als alles vlot verloopt, ongeveer zes maanden duurt om van een aanvraag tot een goedgekeurd meetplan te komen. Stel dat fabrikanten hiermee vandaag starten, zouden zij hun techniek ten vroegste in 2027 bij landbouwers kunnen installeren. Op voorwaarde dat de proefstalregeling tegen dan in orde geraakt, volgen nog eens ongeveer zes maanden voor de installatie van de techniek, vergunningsaanvraag en de opstart van de meetcampagne. Zo zou de start van de metingen vallen in juni 2027. Aangezien zo'n meetcampagne een jaar duurt, kan de innovator pas vanaf juni 2028 effectief het erkenningstraject opstarten om de techniek op de AER-lijst te krijgen.

“En ook dat erkenningstraject verloopt vrij traag”, klinkt de bevinding van het RAMBO-project. “Ook in deze fase hebben fabrikanten slechts een beperkte toegankelijkheid tot het adviesorgaan, wat de zaken doet vertragen.” Ze vinden dat er een timing nodig is voor de voorziene doorlooptijd en terugkoppelingsmomenten met constructieve adviesverlening.

Waarom duurt het allemaal zo lang?

De Campeneere erkent dat het comité bij de opstart met enkele moeilijkheden kampte. Maar intussen worden erkenningsdossiers binnen WeComV al twee jaar gemiddeld binnen 4 à 5 maanden afgehandeld. “Die tijd hebben we ook echt nodig. Wanneer een techniek wordt aangemeld voor erkenning, moeten we eerst vaak op zoek gaan naar externe experten. Als zij vervolgens toezeggen om mee te werken, moeten er ook momenten gevonden worden waarop alle agenda’s op elkaar aansluiten. Daarnaast kruipt uiteraard ook tijd in het bestuderen van de dossiers, maar ook in data opvragen bij (buitenlandse) instanties. We zitten al heel snel aan enkele maanden”, aldus De Campeneere.

Na de beoordeling van 4 à 5 maanden door WeComV belandt het dossier vervolgens op het bureau van de minister van Omgeving Jo Brouns (cd&v). Daar volgt ook nog een hele procedure. Juristen moeten de technische aspecten omzetten in regelgeving, er is advies nodig van de Inspectie van Financiën en het dossier gaat vervolgens naar de Raad van State. Bij technische innovaties volgt ook nog een Europese notificatieprocedure. “Wij behandelen dossiers met de hoogste spoed, maar alle wettelijke stappen moeten worden doorlopen en dat duurt helaas enkele maanden”, klinkt het op het kabinet.

Er kan tijd bespaard worden door opleidingen over meetdossiers te geven aan fabrikanten

Projectpartners RAMBO

Mismatch tussen wat verwacht en afgeleverd wordt

Bureaucratie laat zich duidelijk niet opjagen. Hoe kan de timing dan wel korter? “Bij het zo efficiënt mogelijk indienen van dossiers zodat er weinig bijkomende vragen vanuit WeComV gesteld moeten worden naar de innovators toe”, klinkt het bij de RAMBO-partners. Zij zien kansen in opleidingen over meetdossiers voor potentiële indieners en meer actieve ondersteuning en advisering. Daar staat ook WeComV voor open: “Geen slecht idee. Dit zal de kwaliteit van dossiers ten goede komen. Zo ontstaat er een minder grote mismatch tussen wat verwacht en afgeleverd wordt.”

Al heeft innovator De Weirdt bedenkingen: “Moeten daarvoor opleidingen gegeven worden? Waarom kan dit niet gewoon persoonlijk via telefoon of mail onmiddellijk opgelost worden?” Bij het administratief team (AT), waar de innovators mee in contact staan als ze een dossier indienen, is te horen dat ze nochtans altijd openstaan voor vragen, en er ook verschillende officiële terugkoppelingen zijn met alle partners samen. Rechtstreeks contact met WeComV wordt vermeden om beïnvloeding tegen te gaan en de onafhankelijkheid van het comité te waarborgen.

2030 is morgen. Wie in orde wil zijn, begint zich vandaag te informeren over de mogelijke opties

Boerenbond

Hoe haalbaar is 2030 dan nog?

In het eerder beschreven scenario dat een innovator vandaag start en tegen juni 2028 zijn meetcampagne afrondt, zal het dus nog bijna een jaar duren voor de techniek erkend kan worden en op de AER-lijst terechtkomt. Zo is het gauw april 2029.

Voor landbouwers die de techniek willen gebruiken om te voldoen aan de PAS-referentie 2030, blijft dan nog slechts acht maanden over om een omgevingsvergunning aan te vragen én de techniek te installeren. Zelfs in het meest optimistische scenario, waarbij innovatoren dus vandaag hun traject zouden opstarten, blijft dat een bijzonder krappe timing. Landbouworganisatie Boerenbond raadt haar leden daarom niet aan om te wachten tot er nieuwe technieken komen. “2030 is morgen. Wie in orde wil zijn, begint zich vandaag te informeren over de mogelijke opties”, klinkt het.

De krappe timing voor gloednieuwe technieken betekent niet dat er tegen 2030 geen nieuwe maatregelen meer op de AER-lijst kunnen verschijnen. Technieken waarvoor al veel wetenschappelijke literatuur bestaat of die in het buitenland al een meetcampagne hebben doorlopen, kunnen sneller erkend worden. Voor buitenlandse technieken bestaat zelfs een versnelde procedure: de fastlane. Toch werd via die route nog geen techniek erkend. Benieuwd waarom? Lees het morgen op VILT!

Nederlandse stikstofaanpak op Vlaamse radar: komt er meer keuzevrijheid dan enkel erkende technieken?
Uitgelicht
Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&v) wil veehouders die hun bedrijfsvoering goed beheersen in de toekomst graag een alternatief bieden voor de huidige...
gisteren Lees meer

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek