nieuws

Verdient dierlijke mest een beter imago?

nieuws

De combinatie van dierlijke mest en betere waterkwaliteit zal voor velen weinig overtuigend klinken. Het uitrijden van dierlijke mest op de akkers ligt ontegensprekelijk aan de oorzaak van nitraatvervuiling in waterlopen. Toch zou dierlijke mest een iets beter imago mogen krijgen volgens UGent-expert Erik Meers. “Bij niet-nitraatgevoelige teelten zoals grasland kan het zowel vanuit milieu- als landbouwkundig oogpunt zinvol zijn om meer dierlijke mest toe te laten als alternatief voor kunstmest”, klinkt het.

Vandaag Jozefien Verstraete
bemestingrenure

Gewassen hebben voedingsstoffen nodig om te groeien. Landbouwers brengen die aan via mest of kunstmest. Die voedingsstoffen blijven echter niet altijd volledig op het veld. Via uitspoeling komen ze in waterlopen terecht, waar algen de voedingsstoffen opnemen en er fors van groeien. Dit heeft een negatieve effect op de waterkwaliteit. Vooral fosfor en ammonium hebben als voedingsstoffen een grote impact op de waterlopen. Deze laatste wordt in de bodem omgezet in nitraat.

Om nitraat- en fosforoverschrijdingen in te perken, zijn grenzen gesteld aan de hoeveelheid mest die landbouwers mogen uitrijden. Elke teelt heeft een maximale stikstofgrens, die landbouwers kunnen invullen met dierlijke- of kunstmest. Voor dierlijke mest geldt overal in Europa, ongeacht bodem, teelt of waterkwaliteit, een plafond van 170 kilogram stikstof per hectare. Enkel Ierland heeft een derogatie waarbij landbouwers in bepaalde gevallen tot 250 kilogram stikstof per hectare mogen uitrijden. Voor kunstmest bestaat geen afzonderlijk plafond. Zolang de totale stikstofgrens niet overschreden wordt, kan de landbouwer zelf kiezen hoeveel kunstmest hij gebruikt. Daarbij is er ook een optie om de volledige stikstofbehoefte te voldoen met enkel kunstmest.

Waarom staat dierlijke mest nu in de schijnwerpers?

De Europese landbouwers gebruiken veel kunstmest. Ongeveer de helft van de totale stikstofbehoefte wordt momenteel voldaan met kunstmest. De overgrote meerderheid gaat om invoer van buiten de EU, wat de geopolitieke kwetsbaarheid vergroot. Europa produceert ook zelf kunstmest, maar dat vergt veel fossiele energie, die eveneens grotendeels wordt ingevoerd.

De Europese Commissie heeft vorige week een plan voorgesteld om de energiecrisis in te perken. Om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen, is er de ambitie om meer biogas- en biomethaanprojecten op landbouwbedrijven te stimuleren. Daarnaast werden ook ‘gerecycleerde nutriënten’ vernoemd: “Circulaire oplossingen rond biogas, biomethaan en gerecycleerde nutriënten kunnen de concurrentiekracht ondersteunen. En weerbaarheid versterken of de blootstelling aan schommelingen op de wereldmarkt verminderen.” De Commissie verduidelijkt niet wat gerecycleerde nutriënten zijn. Dit kan dierlijke mest zijn, maar bijvoorbeeld ook renure.

Landbouworganisatie Boerenbond ziet in de vermelding dan weer een “duidelijke erkenning van circulair gebruik van mest, waarbij landbouwers een groter deel van de stikstofbehoefte, dan 170 kilogram per hectare met dierlijke mest kunnen invullen”. Volgens voorzitter Lode Ceyssens is het een simpele, kosteloze en effectieve maatregel om meer dierlijke mest als vervanging van kunstmest toe te laten. “Een snelle berekening leert dat voor grasland ongeveer 20 procent van de kunstmest kan vervangen worden”, klinkt het.

Vorige week gaf ook Vlaams landbouwminister Brouns (cd&v) aan VILT te kennen dat meer dierlijke mest op grasland een gamechanger zou kunnen zijn. “Maar er is helaas een foutief beeld ontstaan: dat dierlijke mest per definitie slecht is. Onderzoek toont echter aan dat bij toediening onder de juiste omstandigheden nauwelijks nutriënten uitspoelen”, aldus Brouns.

In welke mate is meer dierlijke mest een gamechanger op gras?

Mest-expert en UGent-professor Erik Meers bevestigt dat graslandpercelen heel wat meer dierlijke mest aan zouden kunnen, zonder in te boeten aan waterkwaliteit. “Gras is een teelt die niet uitspoelgevoelig is van nitraat. Dat komt omdat grasland een hoge behoefte heeft aan stikstof en deze ook zeer efficiënt opneemt door zijn fijn vertakte wortelstructuur. Daarbovenop groeit gras permanent, en komt het perceel niet braak te liggen zoals bij andere teelten na een oogst.” Ook klaver of luzerne zijn meerjarige teelten die door hun continue stikstofopname en goed wortelstelsel niet-nitraatgevoelig zijn.

Nu wordt de stikstofbehoefte aangevuld met kunstmest. Het is tegenstrijdig dat we dierlijke mest niet meer circulair mogen inzetten

Erik Meers - Professor aan de faculteit bio-ingenieurswetenschappen van UGent

Al wil dit niet zeggen dat er willekeurig veel mest op grasland afgezet kan worden. Ook bij niet-nitraatgevoelige teelten blijft het 6J’s-principe gelden. Tijdstip en locatie bepalen in sterke mate het risico op uitspoeling. Tijdens droge periodes groeit gras bijvoorbeeld minder en neemt het slecht nutriënten op. Ook de bodem speelt een rol: op leembodems is de uitspoeling doorgaans lager dan op zandbodems, omdat leem water en nutriënten beter vasthoudt.

“Onder de correcte omstandigheden zou het zeker zinvol zijn om op grasland hogere hoeveelheden stikstof dan 170 kilogram uit dierlijke mest uit te rijden”, aldus Meers. “Nu wordt de stikstofbehoefte aangevuld met kunstmest. Maar we hebben zoveel eigen dierlijke mest, het is tegenstrijdig dat we dit niet circulair mogen inzetten.”

Maar als het een agronomisch voordeel biedt, onze afhankelijkheid van kunstmest verlaagt, en ecologisch geen verschil maakt: waarom krijgt enkel Ierland dan een derogatie om meer dierlijke mest op hun grasland af te zetten? “Het stopzetten van derogaties in andere lidstaten komt eerder voort uit politieke discussies en het negatieve imago van dierlijke mest”, aldus Meers.

Er heerst een verkeerde gedachte dat kunstmest per definitie minder uitspoeling veroorzaakt

Erik Meers - Professor aan de faculteit bio-ingenieurswetenschappen van UGent

Slecht imago

Bij eutrofiëring is de schuldige vaak meteen dierlijke mest. “Kunstmest wordt vaak vergeten”, aldus Meers. “Nochtans is dit ook een grote bron van nitraatuitspoeling. Er heerst een verkeerde gedachte dat kunstmest per definitie minder uitspoeling veroorzaakt. Kunstmest heeft inderdaad als voordeel dat 100% van de voedingsstoffen onmiddellijk opgenomen kunnen worden door de plant. Terwijl bij dierlijke mest dit slechts 60% is. Het andere deel komt pas vrij na mineralisatie, waardoor die stikstof geleidelijk op langere termijn beschikbaar is. Maar het is niet omdat de nutriënten in kunstmest 100% direct opgenomen kunnen worden, dat de plant dit ook doet.”

Of het nu kunstmest of dierlijke mest is, een teveel leidt tot uitspoeling

Erik Meers - Professor aan de faculteit bio-ingenieurswetenschappen van UGent

Volgens Meers wordt door die gedachte soms kwistig omgegaan met kunstmest bij rendabele, korte teelten. Bij twijfel van de nutriëntenbehoefte wordt toch nog aan de maximale kunstmestnormen uitgereden, of het gewas het nu opneemt of niet. “Kunstmest of dierlijke mest, bij een teveel leidt het tot uitspoeling”, verduidelijkt hij.

Bovendien heeft dierlijke mest veel meer milieuvoordelen dan kunstmest. Naast het feit dat de productie van kunstmest enorm veel energie vraagt en dierlijke mest een restproduct is, heeft de samenstelling ervan in de bodem minder voordelen. “Dierlijke mest bevat een breder pakket aan essentiële stoffen voor bodem en plant, terwijl kunstmest meestal beperkt blijft tot stikstof, fosfor en kalium”, licht Meers toe. “Een ander belangrijk verschil is dat dierlijke mest organische koolstof aan de bodem toevoegt, wat bij kunstmest niet het geval is.”

Tot slot hekelt hij dat bij eutrofiëring vaak ook de fosforbronnen over het hoofd gezien worden. “Twee derde van de fosfor in het water komt nochtans niet van mest, maar van huishoudelijk afval”, benadrukt hij.

Dubbele doelstelling

Een andere reden waarom derogaties zo gevoelig liggen, is volgens Erik Meers de dubbele doelstelling van het Europese mestbeleid. “Er is niet alleen de doelstelling rond nitraatuitspoeling die met het beleid moet worden gehaald”, legt hij uit, “ook de doelstelling om de veestapel af te bouwen, hangt eraan vast.”

Door de stikstofbehoefte met kunstmest in te vullen in plaats van met dierlijke mest, is het moeilijker om mest af te zetten en ontstaat er een prikkel om de veestapel te verkleinen. Die doelstelling moeten we apart houden, vindt Meers. “Als de EU een kleinere veestapel wil, moet ze daar een apart beleid voor voeren en ook de consument meenemen. Zolang de vraag naar zuivel en vlees gelijk blijft, moet die productie ergens gebeuren. Nu bouwen we hier de veestapel én mest af, maar neemt de import van beiden uit concurrerende landbouwlanden toe”, aldus Meers.

Revival dierlijke mest

Het moet nog blijken of de stijgende kunstmestprijzen en de Europese afhankelijkheid in de toekomst zullen leiden tot een herwaardering van dierlijke mest in de regelgeving. “Vanuit milieu- en landbouwkundig oogpunt is een meer gedifferentieerd bemestingsbeleid voor niet-nitraatgevoelige teelten teelten zeker zinvol.”

Europese milieuorganisaties dienen klacht in tegen erkenning van renure
Uitgelicht
Diverse Europese milieuorganisaties hebben een klacht ingediend bij de Europese Ombudsvrouw over de manier waarop de zogenaamde renure-wetgeving tot stand is gekomen. Volgens...
2 april 2026 Lees meer

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek