nieuws

Tegen eind dit jaar duidelijkheid over exacte natuurdoelen in Turnhouts Vennengebied

nieuws

Tegen eind dit jaar moet duidelijk zijn waar de natuurdoelen in het Turnhouts Vennengebied precies gerealiseerd zullen worden. Dat meldt intendant Frank Smeets in een gedachtewisseling met leden van de commissie voor Leefmilieu, Natuur en Ruimtelijke Ordening in het Vlaams Parlement. Deze zogenaamde allocatie zal steunen op een ecohydrologische studie die onderzoekt welke waterstromen exact een negatieve impact hebben op de kwetsbare habitats. Die studie zal op haar beurt tegen deze zomer afgerond zijn. De resultaten dienen uiteindelijk als basis om in het gebied concrete keuzes te maken rond natuurherstel, waterbeheer en landbouw.

Vandaag Jozefien Verstraete
Lees meer over:

Maatwerkgebieden zijn zones waar de generieke Vlaamse stikstofmaatregelen niet volstaan om de natuurdoelstellingen te halen en waar daarom gebiedsgericht maatwerk nodig is. Om te weten hoeveel reductie van stikstofemissies nodig is in een maatwerkgebied om de natuurdoelstellingen te bereiken tegen 2045, werd een doelafstand bepaald voor elk maatwerkgebied. VITO actualiseerde vorig jaar deze berekening van de doelafstand.

Intendant Frank Smeets bracht vorige week in de commissie voor Leefmilieu, Natuur en Ruimtelijke Ordening van het Vlaams Parlement een stand van zaken op basis van zijn eerste driemaandelijkse rapportering. Hij meldde de commissieleden dat hij verwacht om in drie maatwerkgebieden tegen 2030 de eerste helft van de reductie te realiseren. Een doelstelling die met de huidige generieke stikstofmaatregelen gehaald zal worden. Dit zou gelden voor de Mechelse Heide, de Voerstreek en De Maten.

Dat er geen bijkomende maatregelen nodig zijn, is vooral het gevolg van de berekeningsmethode die een update kreeg. Hierdoor bestaat er enkel nog een overschrijding van kritische depositiewaardes (KDW’s) in de maatwerkgebieden Kalmthoutse Heide en het Turnhouts Vennengebied. Daar moet wel nog veel gebeuren om het doel voor 2030 te halen.

“Ook voor andere gebieden zullen verdere inspanningen nodig blijven om de doelstelling te halen van 2045”, licht Smeets toe. “Het evenwicht blijft fragiel. Het is positief dat de doelstellingen voor 2030 meer binnen handbereik komen. Maar de natuur blijft er bijzonder gevoelig voor stikstof en de berekeningen zijn slechts een momentopname. De doelafstand is het resultaat van meerdere factoren, zoals bijvoorbeeld de prognoses voor de evolutie in Nederland. De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) geeft aan dat die factoren ook weer in de andere richting kunnen evolueren. We pleiten dus voor verder maatwerk in alle gebieden.”

Wat wel nog in het voordeel van het Turnhouts Vennengebied kan spelen, is dat de huidige actualisatie van VITO nog geen rekening hield met landbouwbedrijven in de maatwerkgebieden die hun veeteeltactiviteiten al hebben stopgezet of dat van plan zijn. In het Turnhouts Vennengebied zijn intussen al tien bedrijven gestopt, 17 hebben nog een aanvraag lopen.

Concrete afspraken en maatregelen tegen eind dit jaar

In het Turnhouts Vennengebied wordt momenteel gewerkt aan een ontwikkelingsplan. Dat zal onder meer in kaart brengen op welke plekken de natuurdoelen gerealiseerd moeten worden (allocatie) en op welke manier die plekken bescherming kunnen krijgen. “De locaties zullen voedselarm gehouden moeten worden. Dat betekent dat de waterhuishouding op orde gebracht moet worden, zodat er geen voedselrijk water de gebieden binnenstroomt”, aldus Smeets. “Daarover zullen afspraken gemaakt moeten worden met landbouwers rond aangepaste bemesting.”

Hij geeft mee dat het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) momenteel werkt aan een ecohydrologische studie waarbij alle vennen in kaart worden gebracht en onderzocht hoe het water die vennen bereikt. “Op basis van die studie zullen we beter kunnen inschatten welke omgevingsfactoren welke impact hebben”, aldus Smeets. “En kan INBO vervolgens samen met VITO en het Agentschap Natuur en Bos (ANB) verschillende scenario’s uitwerken voor de allocatie van de habitatdoelen. Daarbij zal telkens worden bekeken hoe de impact op de omgeving, de economie en de landbouw zo beperkt mogelijk kan blijven.”

Eens de allocatie uitgevoerd is, zijn met de landbouwers besprekingen mogelijk over concrete maatregelen en eventuele aangepaste bemestingsregelingen. Volgens Smeets zal de ecohydrologische studie tegen deze zomer afgerond zijn en de allocatie tegen november 2026.

Komen er nog meer gronden onder natuurbeheer en wat met het plan voor een nationaal park?

Volgens Smeets moet de allocatie ook duidelijk maken welke gronden er in het Turnhouts Vennengebied nog onder natuurbeheer zullen moeten vallen. “Landbouwers laten me vaak weten dat ANB en Natuurpunt vandaag al meer natuurgronden hebben dan nodig om de doelstellingen rond natuurbehoud te halen”, zegt hij. “Maar de allocatie ligt nog niet vast, en dus ook de doelen nog niet. Bovendien gaat het om heel uiteenlopende habitats en kan je niet op elke grond zomaar eender welke habitat beschermen. Ik wil landbouwers niet doen geloven dat alle doelstellingen sowieso binnen de huidige natuurgebieden gehaald kunnen worden. Dat is wel de voorkeur, maar we moeten de allocatie afwachten.”

Smeets krijgt naar eigen zeggen ook geregeld de vraag van gemeentebesturen en landbouwers of hij voorstander is van de plannen om een nationaal park te maken. De regio was in de vorige regeerperiode kandidaat voor erkenning. Maar volgens Smeets is het niet zijn taak om daar een oordeel over te vellen. “Als intendant is het mijn opdracht een ontwikkelingsplan op te stellen dat de stikstofimpact vermindert en tegelijk perspectief biedt aan landbouw.”

Landbouwers niet op dezelfde lijn

De regionale landbouwbelangenorganisatie Stuurgroep Turnhouts Vennengebied (STV) liet bij de publicatie van het eerste voortgangsrapport in april weten zich niet gehoord te voelen door de intendant. Ook na de gedachtewisseling in het parlement blijven de landbouwers met gefronste wenkbrauwen achter. Dat schreven ze in hun opinie.

Volgens STV gaat te weinig aandacht naar het feit dat de achtergronddepositie uit het buitenland op zich al voldoende zou zijn om de doelstellingen niet te halen. Daarnaast stelt de organisatie dat natuurherstel, zonder een structurele oplossing voor de zomerganzen, gedoemd is te mislukken. Dat zou in het verleden al zijn aangetoond toen positief natuurherstel er snel terug naar een ongunstige toestand verviel. Volgens de landbouwers van de Stuurgroep moet men nu de weg volgen die het Europese kader biedt om doelen te herzien of over te dragen.

Vooraleer we zeggen dat het niet mogelijk is, moeten we eerst alles gedaan hebben om het toch te realiseren

Frank Smeets - Intendant Turnhouts Vennengebied

In de gedachtewisseling gaf Smeets mee een aanpak met ANB te bekijken om de ganzen te bestrijden. Volgens hem gingen plekken, waar eerder positief natuurherstel zichtbaar was, niet alleen door ganzen opnieuw achteruit, maar ook doordat opnieuw voedselrijk water in de vennen terechtkwam. “Alles moet in beschouwing genomen worden, en daarom vind ik die ecohydrologische studie van INBO zeer nuttig. Zo weten we van waar het voedselrijke water komt en wat gedaan moet worden om het voedselarm te houden”, klinkt het.

Over de achtergronddepositie die genoeg zou zijn om nooit te slagen in het opzet, gaf hij mee geen overleg met Nederland te hebben. “Dit gebeurt op Vlaams niveau”, aldus Smeets. “Maar in Nederland neemt men ook maatregelen. Als iedereen voor zijn eigen deur schoonveegt, kunnen we de straat samen proper maken.” Hij is ervan overtuigd dat dit mogelijk is. “En vooraleer we zeggen dat het niet mogelijk is, moeten we eerst alles gedaan hebben om het toch te realiseren.”

Ik houd het bij de opdracht die mij is toegewezen, en zal het niet moeilijker maken dan het als is

Frank Smeets - Intendant Turnhouts Vennengebied

Bij de opdracht blijven

Hij liet ook weten niet bezig te zijn met lobbywerk bij Europa. “Dat is niet mijn taak. Ik ben aangesteld om de doelstellingen te halen die in de Vlaamse wetgeving zijn vastgelegd: passend beheer op de maatwerkgebieden toepassen en zoveel mogelijk stikstof weghalen zodat we de doelstellingen tegen 2030 en 2045 halen.”

Hetzelfde geldt voor de eventuele extra impact op de gebieden in het kader van de aankomende Europese Natuurherstelwet. Smeets liet verstaan weinig te weten over de Natuurherstelwet, en de kwestie niet te integreren in zijn opdracht. “Ik houd het bij de opdracht die mij is toegewezen, en zal het niet moeilijker maken dan het als is”.

Enkele commissieleden vroegen ook meer uitleg over de berekeningswijze van de KDW’s en de huidige rekenmodellen. Op die technische vragen ging Smeets niet diep in. “Wetenschappelijk is het voor mij ook niet volledig duidelijk hoe die modellen exact in elkaar zitten, maar mijn opdracht is dat dan wel weer”, zei hij. “De KDW's zijn bovendien ook geen exacte wetenschap, het zijn telkens benaderingen. Maar ze geven wel een richting aan en daarmee moeten we werken. Als we dat niet doen, zal de druk op de natuur een blijven probleem vormen.”

Vervolgtraject

In de komende maanden zal de intendant verder werken aan de onderzoeken, het overleg en de voorbereiding van inrichtingsnota’s en het ontwikkelingsplan voor het Turnhouts Vennengebied. De volgende rapportering zal bijkomende duidelijkheid geven over timing en vervolgstappen.

Stuurgroep Vennengebied voelt zich niet gehoord door intendant: “Dit is een slag in het gezicht en komt hard aan”
Uitgelicht
Met “verbazing” en “verontwaardiging” heeft de Stuurgroep Turnhouts Vennengebied kennisgenomen van de eerste officiële rapportering van intendant Frank Smeets aan de Vlaamse o...
16 april 2026 Lees meer

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek