Geen zesde maatwerkgebied stikstof in Hoogstraten
nieuwsEr komt dan toch geen zesde maatwerkgebied stikstof in Hoogstraten. Dat blijkt uit het nieuwe rapport van Frank Smeets, intendant van het Turnhouts Vennengebied. In een eerder rapport werd een nieuw gebied aangeduid in Hoogstraten, waar extra inspanningen nodig zouden zijn om de stikstofneerslag te doen dalen. In landbouwmiddens vreesde men dat dit zou leiden tot de creatie van een nieuw maatwerkgebied, wat zoals bij het Turnhouts Vennengebied neerkomt op beperkende maatregelen voor landbouwers. Volgens het laatste rapport lijkt dit nu toch niet aan de orde.
In het stikstofdecreet is er sprake van vijf maatwerkgebieden. Dat zijn gebieden waar bovenop de generieke maatregelen bijkomende inspanningen nodig zijn om de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats te reduceren tot onder de kritische drempels (KDW). De maatwerkgebieden in kwestie zijn de Kalmthoutse Heide, de Mechelse Heide, De Maten, de Voerstreek en het Turnhouts Vennengebied. Landbouwbedrijven in of nabij een maatwerkgebied worden voor vergunningen strenger beoordeeld. Veel bedrijven moeten daardoor hun activiteiten sterk aanpassen of inperken. Voor sommige landbouwers is verder doen onder die voorwaarden economisch niet langer rendabel, waardoor ze hun bedrijf stopzetten.
De bezorgdheid bij landbouwers in Hoogstraten was dus groot toen het vorige rapport van de intendant leek te zinspelen op de creatie van een zesde maatwerkgebied, temeer omdat Hoogstraten zich bevindt in één van de belangrijkste land- en tuinbouwregio’s van het land.
In het voorwoord van zijn nieuw rapport schept Smeets duidelijkheid. “Mijn eerste rapport als intendant voor de maatwerkgebieden stikstof deed wel wat stof opwaaien”, opent hij. De intendant zegt de grieven van de landbouwers te begrijpen, maar dat zijn bevoegdheden beperkt zijn. “In mijn eerste rapport ben ik niet ingegaan op hun voornaamste grieven, omdat ze gaan over het wettelijk kader op Europees en Vlaams niveau en dat overstijgt mijn opdracht”, stelt hij.
Geen zesde maatwerkgebied
Toch wenst Smeets de situatie in Hoogstraten te verduidelijken. “Net voor ik mijn eerste rapport indiende bij de Vlaamse regering maakte het VITO een actualisering van de stikstofdeposities voor alle habitatgebieden in Vlaanderen. Hieruit bleek dat er ook voor enkele specifieke plekken met beperkte oppervlakte op het grondgebied van de gemeente Hoogstraten nog een doelafstand voor 2030 zou zijn. Dit was niet verwacht en begrijpelijk riep dat ook veel vragen op. Het gaat om overgangsveen en trilvenen die erg gevoelig zijn voor stikstof en waar vooral maatregelen van hydrologisch herstel aan de orde zijn”, schrijft Smeets.
Dat laatste is belangrijk, want zulke maatregelen voor hydrologisch herstel gaan niet noodzakelijk gepaard met de creatie van een maatwerkgebied. “Het gebied heeft en krijgt geen status als maatwerkgebied”, verduidelijkt hij. “De te treffen herstelmaatregelen zijn herstel van de lokale hydrologie, zowel naar kwantiteit als kwaliteit en het instellen van een passend beheer.”
“Aan het Agentschap Natuur en Bos werd gevraagd om een werking op te starten die moet leiden tot concrete maatregelen in het terrein”, tekent Smeets nog op.
Voor landbouworganisatie Boerenbond is dit positief nieuws. Want ook zij vreesden voor een zesde maatwerkgebied. “De intentie moet zijn om gebieden te schrappen, en niet om er nieuwe uit de hoed te toveren”, tekende de organisatie op na de publicatie van het eerste rapport.
Geen extra stoppers veehouderij in Turnhouts Vennengebied
Smeets geeft ook een update over de vooruitgang in de vijf maatwerkgebieden. De meeste aandacht gaat hier naar het Turnhouts Vennengebied. Wat betreft het flankerend landbouwbeleid, bevestigt de intendant dat het aantal landbouwbedrijven dat het aanbod voor een stopzetting van de veehouderij aanvaardde, nog steeds zes bedraagt. “Van de andere 17 dossiers die nog lopend waren, hebben intussen vijf bedrijven de procedure afgebroken. Er lopen momenteel dus nog 12 aanvragen”, schrijft Smeets. “Er is een compensatie voor nulbemesting aangevraagd voor 15 van de 64 percelen die in aanmerking komen, terwijl het in de vorige rapportering nog over vijf percelen ging.”
Als tien bedrijven stoppen in het maatwerkgebied, dan zal de doelafstand tot de eerstvolgende stikstofdeadline in 2030 met net geen 20 procent afnemen. “Concreet gaat het om een verlaging van 0,06 kg stikstof per hectare per jaar”, schrijft Smeets. “Het VITO zal deze gegevens meenemen in de berekening van de doelafstand voor het maatwerkgebied wanneer er ook duidelijkheid is over de nog lopende aanvragen.”
Aanvraagtermijnen voor vergoedingen verlengd
Smeets heeft ook de vraag voorgelegd om de termijnen voor de aanvraag van de ‘top-up’ en van de definitieve vergoedingen binnen het flankerend beleid aan te passen. Die waren volgens landbouwers immers niet realistisch. “Ik heb dat knelpunt op mijn beurt gesignaleerd aan de betrokken overheidsdiensten”, schrijft hij. Volgens de intendant wordt een aanpassing van de regelgeving voorbereid, waarbij de termijn om recht te kunnen hebben op een extra vergoeding - de zogenaamde “top up” van tien of 20 procent – wordt aangepast. “Nu gaat de aanvraagperiode in na de datum van aanvraag, in de toekomst zou de aanvraagtermijn starten na de kennisgeving van het aanbod. De termijn voor het opvragen van vergoedingen zou in de toekomst veranderen van één jaar na de stopzetting’ naar twee jaar. De bedenktijd om het aanbod te aanvaarden, blijft evenwel drie maanden.
Hoe werken de modellen achter het Vlaams stikstofdepositiebeleid?
20 november 2023Kritiek Stuurgroep krijgt plaats in rapport
Smeets neemt deze keer ook de standpunten van de Stuurgroep Turnhouts Vennengebied mee die tijdens de stakeholdersvergaderingen naar voren kwamen. Bij het vorige rapport uitte de Stuurgroep kritiek omdat haar opmerkingen niet expliciet waren opgenomen.
Eén van de blijvende discussiepunten is de haalbaarheid van de kritische depositiewaarden (KDW). De kritiek luidt hier dat de KDW's voor het Turnhouts Vennengebied onhaalbaar zouden zijn. Die onhaalbaarheid heeft het VITO in oktober 2022 ook bevestigd in een analyse bij de rapportering van de toenmalige intendant Piet Vanthemsche. Zelfs bij zeer verregaande reducties in Vlaanderen zou een grote stikstofdepositie blijven bestaan, vooral afkomstig uit buitenlandse bronnen. Veel veehouders in het Turnhouts Vennengebied vragen zich dan ook af in hoeverre lokale maatregelen een oplossing kunnen bieden voor het stikstofprobleem. “Zolang de KDW niet gehaald kan worden, kan elke extra stikstofuitstoot beschouwd worden als een verdere belasting van een habitat dat niet in goede toestand is, waardoor het voor landbouwers nauwelijks of niet mogelijk is om nog een vergunning te krijgen”, kadert de intendant.
35 procent van KDW te veel
Frank Smeets merkt op dat de scenarioberekening waarop de conclusie over de onhaalbaarheid is gebaseerd, dateert uit 2022. Toen werd de DON (Dissolved Organic Nitrogen) nog meegenomen in de depositieberekening. Sinds juli 2025 wordt deze organische stikstofvolumes niet meer meegenomen in de officiële depositieberekeningen.
Voor het bijzonder stikstofgevoelige habitattype 3110 (dat de laagste KDW heeft, namelijk 6 kg stikstof per ha per jaar), komt deze DON overeen met 35 procent van de KDW. De doelafstand zal hierdoor kleiner zijn in de het volgende nieuwe VITO-rapport, dat Smeets eind dit jaar verwacht.
Los van de concrete doelstellingen benadrukt Smeets ook nog dat zelfs indien de KDW niet gehaald wordt, een bijkomende daling een positief punt is voor de natuur. “Daarnaast zijn de onzekerheden op de scenario’s heel groot”, schrijft hij. “Het is moeilijk in te schatten hoe de economie eruit zal zien binnen 25 jaar, rekening houdende met onder andere de klimaatproblematiek.” Hij tekent ook nog op dat het eerdere scenario geen rekening hield met toekomstige technieken, waardoor dit mogelijk leidt tot een overschatting van de emissies.
2027 wordt jaar van de waarheid
Smeets deelt tot slot zijn eerstvolgende stappen voor het Turnhouts Vennengebied. Begin oktober 2026 wil hij de allocatie van habitats en soorten gefinaliseerd zien. In oktober 2026 moet de socio-economische doorrekening door VITO zijn afgewerkt, zodat Smeets ten laatste in het voorjaar van 2027 in overleg kan gaan met de stakeholders voor de allocatie van de instanthoudingsdoelstellingen (IHD). Dat zijn de juridisch vastgelegde natuurdoelen die Vlaanderen moet realiseren voor de Europees beschermde habitats en soorten in de Natura 2000-gebieden, op basis van de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn. De stakeholders in deze zijn natuur- en landbouwsector. Landbouworganisatie Boerenbond neemt hiervan akte. “Boerenbond stelt zich als constructieve partner in dit proces op, maar vraagt snel duidelijkheid te brengen aan de landbouwbedrijven die geïmpacteerd zijn door het Turnhouts Vennengebied”, aldus de landbouworganisatie.
Beeld: VILT