Nieuwe mestmaatregelen en evaluatie MAP-meetpunten na tegenvallend Mestrapport
nieuwsDe Vlaamse mestproductie en veestapel zijn gedaald, maar de waterkwaliteit gaat er toch nog op achteruit. Dat bleek uit het Mestrapport 2026. Parlementslid Mieke Schauvliege (Groen) verweet Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&v) onvoldoende initiatief te nemen, nu Vlaanderen de milieudoelstellingen opnieuw mist en een Europese inbreukprocedure loopt. Brouns wil het overleg tussen natuur- en landbouworganisaties om nieuwe regelgeving afwachten en benadrukt dat de effecten van MAP 7 nog niet duidelijk zijn.
Het recent gepubliceerde Mestrapport toont dat het aantal MAP-meetpunten met een nitraatoverschrijding steeg van 11,5 procent in het winterjaar 2024-2025 naar 22,1 procent in 2025-2026. Ook de nitraatconcentratie in het grondwater blijft hoog.
Nieuwe maatregelen op komst
Het Mestdecreet voorziet in drie automatische of ‘auto-executieve’ maatregelen die van toepassing worden in afstroomzones waar de waterkwaliteitsdoelen niet worden gehaald. Die zouden ingaan op 1 januari 2027, maar daarvoor moet de Vlaamse regering nog enkele uitvoeringsmodaliteiten vastleggen.
Brouns meldt dat enkel voor de afstroomzones van gebiedstype 2 en 3 de automatische maatregelen zullen gelden. Die gebiedstypes worden vastgelegd in een vernieuwde gebiedstypekaart, maar die is nog niet voltooid en goedgekeurd. In het Vlaams Parlement vroeg Schauvliege of landbouwers hierover op tijd informatie zouden krijgen.
“Zodra de Vlaamse regering de nieuwe gebiedstype-indeling heeft goedgekeurd, zal de Mestbank de landbouwers daarvan op de hoogte brengen, zodat men daarmee bij de bedrijfsvoering ook rekening kan houden”, antwoordde Brouns.
Bovendien zou er naast de automatische maatregelen ook een onderhandeling volgen over aanvullende maatregelen. “Intussen is daarover het overleg tussen landbouw- en milieuorganisaties opnieuw opgestart”, meldde Schauvliege in het parlement. “Indien geen consensus wordt bereikt, zal de Vlaamse regering zelf de bijkomende maatregelen uitwerken, die dan vanaf 1 februari 2027 moeten starten.”
Schauvliege vraagt zich af of die tijdspanne niet wat te krap is. Volgens haar is het risico groot dat het overleg tussen landbouw- en milieuorganisaties zonder akkoord afloopt, waardoor kostbare tijd verloren gaat. Daarom wilde ze nu al weten welke maatregelen de Vlaamse Regering zou treffen bij het uitblijven van een consensus.
Brouns wilde niet vooruitlopen op de resultaten van het stakeholderoverleg. "Het lijkt me niet billijk om de sereniteit van dat gesprek te verstoren", stelde hij. Brouns benadrukte ook dat de impact van de maatregelen uit MAP 7 eerst voldoende tijd moeten krijgen om zichtbaar te worden.
MAP-meetpunten betrouwbaar?
Een tweede luik van het debat draaide rond de betrouwbaarheid van de MAP-meetpunten. Lydia Peeters (Anders) vroeg aandacht voor mogelijke andere bronnen van nitraatvervuiling, zoals individuele afvalwaterzuiveringsinstallaties (IBA's), kleinschalige waterzuiveringsinstallaties (KWZI's), overstorten en uitzonderlijke droogte. Volgens haar bestaat het risico dat nitraatoverschrijdingen te snel aan landbouw worden toegeschreven.
De minister antwoordde dat momenteel alle MAP-meetpunten opnieuw een evaluatie krijgen. Daarbij onderzoekt men of meetpunten behouden, verplaatst of geschrapt moeten worden. De onderzoeksmethodiek wordt momenteel gevalideerd en de definitieve resultaten moeten tegen de zomer van 2027 arriveren. Ook de mogelijke invloed van IBA's en KWZI's maakt deel uit van die studie.
De resultaten van die evaluatie moeten meer duidelijkheid geven over de vraag in welke mate andere bronnen dan landbouw bijdragen aan de nitraatproblematiek.
Bron: Eigen berichtgeving