Vlaamse mestproductie daalt voor vierde jaar op rij en zal in de toekomst nog verder afnemen
nieuwsDe totale dierlijke mestproductie in Vlaanderen is voor het vierde jaar op rij gedaald, tot 121,7 miljoen kilo stikstof in 2025. Dat is vooral het gevolg van een dalende varkens- en rundveestapel. Richting 2030 wordt verwacht dat de mestproductie verder daalt. Volgens een prognose van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) zou er dan nog tussen de 112,3 en 117,8 miljoen kilo stikstof worden geproduceerd door de Vlaamse veestapel. Dat staat te lezen in het Mestrapport 2026.
Aantal varkens en runderen structureel gedaald
De laatste vijf jaar is het aantal varkens in Vlaanderen structureel gedaald. In 2025 ging het nog om 4,89 miljoen varkens, een daling van 22 procent op tien jaar tijd. Ook de rundveestapel daalt verder, tot 1,17 miljoen dieren in 2025. Dat zijn 12 procent minder koeien in vergelijking met 2015. Voor pluimvee wordt een omgekeerde beweging vastgesteld. De pluimveestapel is sinds 2015 met 24 procent gegroeid tot 41,5 miljoen dieren. Maar die stijging heeft weinig gevolgen voor de Vlaamse mestbalans, omdat pluimveemest vrijwel volledig wordt verwerkt en geëxporteerd uit Vlaanderen.
Door die evolutie van de veestapel is de totale dierlijke mestproductie voor het vierde jaar op rij gedaald. “Wel wordt deze daling gedeeltelijk afgevlakt door aangepaste, hogere uitscheidingscijfers voor melk- en zoogkoeien, waardoor de mestproductie correcter wordt bepaald. Als we met die hogere uitscheidingscijfers rekenen voor het verleden, dan zien we dat de daling van de dierlijke mestproductie zich wel degelijk doorzet”, meent VLM.
Gebruik van mest op landbouwgrond stabiliseert
Niet alleen daalt de mestproductie, VLM stelt ook vast dat het gebruik van dierlijke mest en van kunstmest op landbouwgrond stabiliseert, al zijn er over de tijd heen wel lichte schommelingen. In de periode 2015-2022 werd ongeveer 92 miljoen kilo stikstof uit dierlijke mest op het land gebracht in Vlaanderen. In 2023 en 2024 daalde dat naar 86 miljoen kilo stikstof. Die daling is grotendeels te verklaren door het wegvallen van de derogatie eind 2022 waardoor minder rundermest gebruikt werd, en door de daling van het aantal varkens die voor minder varkensmest zorgde.
In 2025 zien we opnieuw een kleine stijging van het gebruik van dierlijke mest tot 88,8 miljoen kilo stikstof. VLM sluit niet uit dat dit komt doordat 2023 en 2024 zeer natte jaren waren waardoor veldwerkzaamheden soms moeilijk tot onmogelijk waren. Terwijl 2025 een droog en goed jaar was waardoor de bemesting kon doorgaan zoals gepland. “Toch zien we dat ondanks de lichte stijging het gebruik van dierlijke mest zich op een lager niveau bevindt dan in de periode 2015-2022”, klinkt het.
Als het om kunstmest gaat, zien we een duidelijke impact van de Oekraïnecrisis. Die deed de energieprijzen stijgen in 2022 en dat leidde datzelfde jaar tot een duidelijke afname van het kunstmestgebruik, tot 43,1 miljoen kilo stikstof. Sindsdien is het gebruik van stikstof terug gestegen tot ongeveer 49 miljoen kilo. Dat is wel zo’n twee miljoen kilo stikstof lager dan in de periode 2019-2021.
Mestoverschot van 12 miljoen kilo stikstof
Ondanks de dalende mestproductie blijft Vlaanderen een mestoverschot behouden, want ook de mestgebruiksruimte daalde door het wegvallen van de derogatie in 2022. De mest die niet op het land kan worden afgezet, moet verwerkt of geëxporteerd worden. In 2025 ging het om 12 miljoen kilo stikstof. Dat overschot is de afgelopen vijf jaar stabiel gebleven. Toch is de globale Vlaamse mestbalans negatief door mestverwerking en -export. Dat betekent dat er in totaal voldoende plaatsingsruimte is op landbouwgrond voor het resterende mestaanbod, aldus het Mestrapport.
Daling mestproductie en mestgebruik zet zich door
In dat rapport staat ook een toekomstprognose. VLM verwacht tegen 2030 een verdere daling van de mestproductie door de afname van de varkens- en rundveestapel tot een productie van 112,3 en 117,8 miljoen kilo stikstof. “Dat zou zich vertalen in een afname van het gebruik van dierlijke mest met 3 tot 5,2 miljoen kilo stikstof tegenover 2025, en een afname van de afvoer van mest naar de mestverwerking en -export van 1 tot 4,2 miljoen kilo stikstof”, becijferde de overheidsdienst.
Tot slot laat VLM nog weten dat het dit jaar verder inzet op ondersteuning en begeleiding van landbouwers, maar ook op handhaving. “Waar de nadruk in 2025 onder meer lag op beredeneerd bemesten en duurzaam bodembeheer, willen we daar nu twee nieuwe, bredere thema’s aan toevoegen: regeneratieve en biologische landbouw en circulaire melkveehouderij”, luidt het. “Daarnaast blijft de Mestbank inzetten op gerichte controles, met een combinatie van administratieve opvolging, doorlichting van risicobedrijven en terreincontroles.”
In 2025 werd er ook extra gecontroleerd op duurzame terugverdienpraktijken en de beschermingsstroken langs waterlopen. Die controles verliepen voor het overgrote deel gunstig. Op 94 procent van de op terrein gecontroleerde percelen werden de voorwaarden van de duurzame praktijk nageleefd en op 91 procent van de op terrein gecontroleerde akkerpercelen is geen overtreding van de teeltvrije zone en beschermingsstrook vastgesteld. Omdat de regelgeving nog heel nieuw was, gebeurde de handhaving vooral sensibiliserend.