VLM ziet vooruitgang in mestbeleid, maar nitraatmetingen blijven schommelen
nieuwsSinds het nieuwe Mestactieplan (MAP7) in werking is getreden, zijn al bijna 900 hectare beschermingsstroken aangelegd en wellicht loopt dat aantal nog dit jaar op tot 7.000 hectare. Ook konden 1.860 landbouwers hun bemestingsreductie in gebieden met een minder goede waterkwaliteit geheel of gedeeltelijk terugwinnen. Het gaat in totaal om 17.000 hectare. Dat staat in het Mestrapport 2026 dat de Vlaamse Landmaatschappij recent publiceerde.
Schommelende resultaten
Elk jaar maakt VLM een stand van zaken op over de uitvoering van het mestbeleid in Vlaanderen. In het Mestrapport staan cijfers die al eerder bekend werden gemaakt, maar ook nieuwe cijfers over de realisaties op het terrein. Zo was al bekend dat er tijdens het winterjaar 2024-2025 op 11,5 procent van de MAP-meetpunten voor oppervlaktewater een overschrijding van de norm van 50 mg nitraat per liter werd vastgesteld. Dat is een verdere daling tegenover een jaar eerder, toen dat percentage op 17,5 lag. Het is meteen ook het beste resultaat sinds de metingen.
Opvallend is dat de cijfers voor het winterjaar 2025-2026 al worden meegegeven in het Mestrapport. Een ‘winterjaar’ loopt vanaf 1 juli van een bepaald kalenderjaar tot en met 30 juni van het daaropvolgende kalenderjaar. “In de rapportering wordt altijd gewerkt met een winterjaar omdat de hoogste nitraatconcentraties in het oppervlaktewater normaal gezien in de winterperiode voorkomen, waardoor het zinvoller is om over de winter heen te evalueren dan om de evaluatie over een kalenderjaar te laten verlopen”, duidt VLM.
In het winterjaar 2025-2026, dat afliep op 30 juni 2026, zou 22,1 procent van de MAP-meetpunten een overschrijding van 50 mg nitraat per liter vertoond hebben. Opnieuw een slechter resultaat dan tijdens het vorige winterjaar, toch concludeert VLM dat de inspanningen die door de land- en tuinbouwers op het terrein gebeuren, hun vruchten afwerpen. “Maar ook de weersomstandigheden spelen een rol in de recente meetresultaten van het MAP-meetnet”, klinkt het.
Naast de nitraatconcentratie in het oppervlaktewater wordt ook die in het ondiepe grondwater gemeten. Onder landbouwgebied schommelen die nitraatconcentraties al meer dan tien jaar rond 35 mg nitraat per liter. Na een daling van de concentratie tot 33 mg in 2024, stijgt ze in 2025 opnieuw tot 34,4 mg. Ook in het grondwater zijn er recent schommelingen in de meetresultaten die mee beïnvloed worden door de weersomstandigheden. “Het veranderende klimaat onderstreept het belang van klimaatrobuuste landbouwpraktijken die nutriëntenverliezen beperken”, benadrukt VLM.
Bijsturing mestbeleid werkt
Eind 2024 werd het mestbeleid bijgestuurd. De invoering van beschermingsstroken langs waterlopen en aangescherpte, gebiedsgerichte bemestingsreducties zijn twee belangrijke nieuwigheden in dat beleid. “Wel is voor het eerst voorzien dat landbouwers die bemestingsreducties geheel of gedeeltelijk kunnen terugverdienen als ze duurzame bodem-, teelt- en bemestingspraktijken, zoals vanggewassen, toepassen. We stellen vast dat deze duurzame praktijken minstens even effectief zijn als de bemestingsreductie”, luidt het.
Sinds begin 2025 gelden er strengere bemestingsnormen in gebieden met een minder goede waterkwaliteit, de zogenaamde gebiedstypes 1, 2 en 3. In totaal gaat het om 180.400 hectare waarvoor die strengere normen gelden. Door wetenschappelijk onderbouwde praktijken te hanteren, slaagden 1.860 landbouwers erin om die bemestingsreductie helemaal of gedeeltelijk terug te winnen. In totaal gaat het om 0,31 miljoen kilo werkzame stikstof. Vooral de inzaai van een vanggewas of de inzaai van een nateelt wintergranen zijn populaire maatregelen in dat kader.
Sinds vorig jaar is ook de inzaai van vijf meter brede beschermingsstroken langs waterlopen verplicht in bepaalde gebieden. Voor 2025 gaat het in totaal om 857 hectare langs waterlopen in gebiedstype 2 en 3. Deze stroken mogen niet bemest worden. Dat heeft ervoor gezorgd dat er 0,2 miljoen kilo werkzame stikstof en 0,15 miljoen kilo stikstof uit dierlijke mest minder op het land werden gebracht. “Het effect van deze maatregel is in 2025 nog relatief klein, maar vanaf 2026 wordt de regeling uitgebreid. Zo is begroot dat er 7.000 hectare beschermingsstroken zijn aangelegd in 2026”, aldus VLM.
Tot slot stelt het Mestrapport dat een aantal beheerovereenkomsten, ecoregelingen en agromilieu-klimaatmaatregelen bemestingsbeperkingen tot doel hebben en bijdragen tot een reductie van meer dan 1,2 miljoen kilo werkzame stikstof in de mestgebruiksruimte in 2025. “We zien ook dat die steeds vaker worden opgenomen door land- en tuinbouwers”, staat nog te lezen in het rapport.
“De recente meetresultaten van de waterkwaliteit tonen een genuanceerd, maar hoopgevend beeld”, benadrukt Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&v). Volgens hem zijn er sinds de bijsturing van het mestbeleid eind 2024 duidelijke stappen gezet. “In dat beleid is er gezocht naar een evenwicht tussen verplichtingen en positieve stimulansen, dat gedragen is door de land- en tuinbouwsector. Dat is essentieel om samen vooruitgang te boeken.”