Reportage

De SALV buigt zich over onbeantwoorde watervraagstukken: "Veel bedrijven zitten vast"

Reportage

Naar jaarlijkse gewoonte organiseerde de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV) een studiedag om een antwoord te bieden op de uitdagingen binnen de landbouw. Dit jaar stond waterbeheer centraal. De afgelopen jaren kampten landbouwers met ofwel chronische tekorten, ofwel een desastreuze overvloed. Volgens de SALV is er dringend nood aan meer samenwerking en aangepaste regelgeving om de bedrijven een antwoord te geven op het prangende watervraagstuk.

Vandaag Ruben De Keyzer
SALV studiedag

De studiedag vond plaats in de Westhoek nabij Poperinge, het epicentrum van de Belgische hopteelt. In 2025 werd de regio getroffen door zware overstromingen. En hoewel bij de rampzalige stortvloed van 2021 vooral Wallonië en Limburg de krantenkoppen haalden, deelde ook de Westhoek toen stevig in de klappen. Deze regio was dan ook de bestemming voor de adviesraad. Hier zijn immers voorbeelden te vinden van succesvolle samenwerkingen, maar ook van huidige tekortkomingen in het Vlaamse waterbeleid.

De eerste haltes van de SALV-studiedag passeerden bij de Zuidijzerpolder, het Provinciale Waterspaarbekken op de Vleterbeek en landbouwbedrijf ‘t Platshof in Stavele. Het bekken moet landbouwers van water voorzien tijdens droogte. Stavele is dan weer een dorp gekenmerkt door overstromingsgevoeligheid. Een ringdijk moet hier soelaas bieden, maar niet alle landbouwbedrijven worden gevrijwaard.

captatieverbod poperinge

Dat specifiek de Westhoek zoveel waterproblematieken kent, is niet verwonderlijk. “De bodem in de Westhoek en in grote delen van West-Vlaanderen wordt gekenmerkt door een dun zandleempakket op ondiepe klei”, zegt Lieven Louwagie van de provincie West-Vlaanderen. “Daarom is er een relatief beperkte voorraad aan grondwater. Dat betekent dat water sparen voor deze regio en grote delen van West-Vlaanderen wel zeer belangrijk is.”

Van noodvoorraad naar eerste voorraad

Louwagie illustreert drie sporen waarlangs de provincie droogte wil aanpakken. “Enerzijds blijven we investeren in natuurgebaseerde maatregelen om meer water in de bodem te krijgen, via bijvoorbeeld peilgestuurde drainage en infiltratie. Een tweede piste is onderzoek naar rassen en teelten die resistent zijn tegen droogte. Een derde spoor is de aanleg van watervoorraden zoals in de huidige spaarbekkens, al kent het huidige bekken onvoldoende omvang voor de toekomst.”

Het bekken waar Louwagie het over heeft, is de Zuidijzerpolder. Afgelopen zomer stonden landbouwers hier in grote getale om water te putten. “Dit gebeurt via een aanzuigconstructie”, zegt Louwagie. “De landbouwers mogen niet rechtstreeks uit het water tappen. Zo blijft er altijd een laag water in het bekken staan, zodat de lokale ecologie kan overleven.”

louwagie ijzerbekken

“In de beginjaren werd dit water gebruikt als noodvoorraad, maar de laatste jaren hoor je dat landbouwers hier komen nog voor hun eigen voorraad op is. Zo kunnen ze hun eigen voorraden sparen ten tijde van captatieverboden. Het bekken heeft een volume van 30.000 kubiek. In de jaren 2.000 was dat veel, maar vandaag is dat te klein. In de toekomst willen we nieuwe watervoorraden aanleggen van honderdduizenden tot een miljoen kubiek, afgestemd op de watervraag in de regio. Al zal dat niet op deze locatie zijn.”

Niet-West-Vlamingen pompen mee

Wel ervaart de provincie enkele praktische moeilijkheden met het waterbekken. Zo wordt ze niet altijd door lokale landbouwers gebruikt, en ook niet altijd op geschikte tijdstippen. “Op sommige locaties werkt men met een badgesysteem”, zegt Louwagie. De Poperingse landbouwschepen Ben Desmyter (cd&v) merkt echter op dat zulke systemen niet waterdicht zijn. Zo kan zo'n systeem bijvoorbeeld onbedoeld loonwerkers hinderen. “Het vraagt ook best wat IT en software om zo'n systeem haalbaar te maken”, zegt Desmyter. “We zijn hier dus nog niet uit maar willen er volgend jaar een antwoord op hebben.”

De problematiek zou misschien ook wel eens zichzelf kunnen oplossen, dankzij de dure brandstofprijzen. “Als je vijf kilometer rijdt om water te halen, dan zit je qua brandstof al snel aan de leidingwaterprijs”, zegt Dominique Huits van Inagro. “Ik zal natuurlijk niet promoten om leidingwater te gebruiken als irrigatiewater. Maar als een loonwerker 30 kuub ophaalt en dat vijf kilometer verrijdt, dan kost dat 2,50 euro per kubiek.”

Als je vijf kilometer rijdt om water te halen, dan zit je qua brandstof al snel aan de leidingwaterprijs

Dominique Huts - Inagro

Kluwen aan waterbeheerders

Om de keerzijde van de waterproblematiek te belichten, ging de SALV op bezoek bij landbouwbedrijf ‘t Platshof in Stavele. Zoals vele bedrijven in de regio kampt het bedrijf, gespecialiseerd in vee en pompoenen, met een hardnekkige overstromingsproblematiek. Dit bedrijf zal  mee worden beschermd door een grootschalige ringdijk, maar dat is voor vele andere bedrijven niet het geval.

Vlaanderen telt een kluwen aan waterbeheerders, waaronder de Vlaamse Waterweg, de VMM, de provincie, en de ‘Polders en Wateringen’. Deze instantie is bij het grote publiek niet zo gekend, maar ze beheert een gebied van zo’n 314.000 hectare, 3.538 kilometer waterlopen van de tweede categorie en 1.000 kilometer van de derde categorie, met nog eens 4.250 kilometer polder- en wateringgrachten.

Lozingen bemoeilijkt door stijgende zeespiegel

Voor Pieter-Jan Taillieu van de Zuidijzerpolder en de Vereniging van Vlaamse Polders en Wateringen (VVPW) is de waterproblematiek in de Westhoek een jarenlang vraagstuk. Het afwateringsgebied aan de Zuidijzervlakte telt een stevige 10.000 hectare. “Dat maakt dat we heel veel water moeten ontvangen, dat traditioneel via Diksmuide over de IJzer richting sluizencomplex De Ganzepoot moet worden geloodst. We zijn het grootste semi-natuurlijk overstromingsgebied. De IJzer is aan de linkeroever ingedijkt om de collega’s aan de Westkustpolder te beschermen, maar wij moeten dat water dus als een grote trechter ontvangen. Het water komt vrij snel toe vanuit de Kasselberg, Kemmelberg en het Heuvelland richting de IJzervallei en moet dan via een vrij smalle doorgang richting Nieuwpoort. Vandaar moet het water dus natuurlijk gebufferd worden via het semi-natuurlijk overstromingsgebied van de IJzer en de Handzamevallei.”

Tailleu ringdijk

Dit is een uitdaging, want een ‘gravitaire lozing’, dus een lozing van het water door middel van de zwaartekracht, kan enkel gebeuren bij laag tij. Taillieu noemt de periodes waarop het zeewater lager staat dan het polderwater de ‘gravitaire lozingsvensters’, maar die zijn door de stijging van de zeespiegel steeds korter van duur. Bij droogte komt er ook de problematiek van verzilting bij: als het gebied niet kan worden geloosd en dus gespoeld, neemt de zoetwaterlaag af en komt het zout water omhoog. “We hebben nog maar drie keer sinds begin augustus de gelegenheid gehad om de IJzer te lozen richting Nieuwpoort. Dat is onvoldoende om de aanwezige zoutvracht naar buiten te pompen. Verzilt water kan noch voor landbouw noch voor andere doeleinden gebruikt worden.”

Lintbebouwing en Frans water

De uitdagingen worden dus steeds groter, en volgens Taillieu is opschaling en een bredere samenwerking nodig om die het hoofd te kunnen bieden. Omdat de oostelijke zijde van de IJzer niet is ingedijkt, kan die in de winter uit zijn oevers treden, wat problemen kan opleveren in de omliggende dorpen en zelfs in steden als Ieper en Diksmuide. Deze dorpen zijn hoger gelegen dan de omliggende polders, historisch zo gebouwd om overstroming te mijden. Maar in de middeleeuwen was er geen lintbebouwing. “En dat is dus het probleem, want deze huizen dreigen sneller te overstromen. Extra verharding, maar ook een snellere waterafvoer vanuit Frankrijk maakt dat deze dorpen steeds meer onder druk staan van overstromingsgevaar.”

Volgens Taillieu is er overleg met Frankrijk om de waterproblematiek gezamenlijk aan te pakken, maar die onderhandelingen stonden tot 2021 op een laag pitje. “Het waterbeheer is bij ons al complex, maar in Frankrijk is dat nog tien keer erger’, zegt Taillieu. "Bovendien leeft er al jarenlang de traditie om telkens de waterlopen te verbreden. Hebben de Fransen hun water geloosd richting Vlaanderen, dan is hun probleem ‘opgelost’. Anderzijds merken we er ook een gebrek aan kennis. Aan de Franse zijde van het IJzerbekken kampte Sint-Omaars in 2021 met een overstroming. Als je de pers erop naleest werd er toen gewezen naar Vlaanderen, dat zijn water niet snel genoeg zou lozen. Alleen liggen zij drie tot tien meter hoger dan ons, dus zelfs als het aan onze kant van de grens allemaal onder water staat, zou Sint-Omaars in principe nog steeds volledig moeten kunnen lozen. Sinds de laatste overstromingen merken we gelukkig ook bij hen wel het besef dat ze dus verdere maatregelen moeten nemen. Enkele bufferbekkens aanleggen en de beken verbreden is niet voldoende.”

Hebben de Fransen hun water geloosd richting Vlaanderen, dan is hun probleem ‘opgelost’.

Lieven Taillieu - Zuidijzerpolder

Ringdijk

Om onze Westhoek droog te houden, is er het ringdijkproject. Een grote barrière moet voorkomen dat Stavele onder water komt te staan. Ook deze oplossing heeft zijn beperkingen. “We gaan het dorp beschermen tegen een wateroverlast op basis van de ergste overstromingen op basis van honderd jaar, ofwel een T100. Dat betekent concreet dat we kiezen voor een beschermingsdijk van 6,20 meter hoog, ofwel 1,20 meter meer dan het water op zee.”

De dijk wordt aangelegd langs een talud en bestaat met grond, klei, en waar er geen alternatieven zijn een betonnen keerwand. Ook enkele wegenissen worden verhoogd om te verzekeren dat hulpdiensten Stavele tijdens een overstroming kunnen bereiken. “Waar de dijk weiland passeert, voorzien we een flauwe berm zodat deze begraasd kan worden. Bij akkerlandpercelen kiezen we ofwel om het volledige perceel op te hogen, zodat de berm bij het bewerken van de akker niet aangetast wordt, of om via een flauwe talud het water af te laten stromen.”

De dijk wordt aangelegd op grond die niet is aangekocht of onteigend, maar via een vorm van erfdienstbaarheid. “Dat mensen hiertoe bereid zijn, toont de betrokkenheid van de lokale bevolking”, zegt Taillieu. “Zo beschermen ze zich naar de toekomst toe.”

Niet iedereen wordt mee beschermd

Maar niet iedereen heeft dit geluk. De ringdijk is een ambitieus project, maar vele landbouwpercelen vallen erbuiten. “Elk openbaar bestuur voelt de plicht om de dorpskernen te beschermen. Maar heel wat woningen en bedrijven liggen buiten deze kern, en voor hen is het antwoord helaas dat er geen middelen zijn. Ze moeten het zelf doen, en dat levert natuurlijk een zeker spanningsveld op. Jonge landbouwers met een toekomstvisie willen dat wel doen op eigen kosten, maar dit is een moeilijkere vraag voor andere bedrijven.”

Elk openbaar bestuur voelt de plicht om de dorpskernen te beschermen. Maar heel wat woningen en bedrijven liggen buiten deze kern, en voor hen is het antwoord helaas dat er geen middelen zijn

Lieven Taillieu - Zuidijzerpolder

Nog een ander nadeel is dat bedrijven die zich op eigen kosten indijken, technisch gezien aan ophoging doen binnen overstromingsgebied. Zij moeten die werken dus elders in het overstromingsgebied compenseren met afgravingen. “In de praktijk moet je een stuk dat niet-overstromingsgevoelig is afgraven tot het niveau van overstromingsgebied. Voor sommige bedrijven is dat niet mogelijk. Zij zitten dus vast, zonder een alternatief van de overheid. Zij kunnen dus niet uitbreiden en de vraag is wat hun onbeschermde hoeve op termijn nog waard zal zijn.”

Weerbare Westhoek overweegt compensatie voor deze bedrijven, bijvoorbeeld in de vorm van aankopen, maar dit is nog niet definitief. Bovendien is er nog geen eensgezindheid over welke waterinstantie in zou staan voor deze aankopen. “De gemeenten? De overheid? De Vlaamse Waterweg? Het zal niet evident zijn”, zegt Taillieu.

Veel landbouwers in de Westhoek zitten dus vast. “We moeten in Vlaanderen hier dus heel goed over nadenken. Er zijn mensen op het terrein die het vandaag zeer moeilijk hebben naar de toekomst toe, omdat nu pas de consequenties doorsijpelen van regelgeving zoals de verplichte compensatieruimte voor water. Steeds vaker gaan we zien dat dit op bedrijfsniveau vragen oplevert waar we vandaag geen antwoord op kunnen bieden”, zegt Taillieu.

De SALV pleit voor urgente maatregelen en samenwerking

Een eerste vaststelling van de SALV is dat waterbeheer telkens weer een gebiedsgerichte aanpak vraagt. De bodemsamenstelling en het reliëf in Poperinge is niet gelijk aan die van pakweg Pepinster. De SALV vindt dat lokale landbouwers onmisbare partners zijn voor degelijk landschapsbeheer, maar ze kunnen het niet alleen. Volgens de SALV is er nood aan een overheid die de gebiedsgerichte samenwerkingen tussen de diverse instanties faciliteert. Deze aanbeveling moet ook met de nodige urgentie worden opgevolgd via beleidskaders die mogelijkheden creëren en hindernissen wegnemen.

SALV-voorzitter Loes Lysens geeft mee dat de SALV in de komende periode verder aan de slag gaat met de aspecten die tijdens het event centraal stonden: “De uitdagingen waar landbouw, visserij en platteland mee te maken krijgen, nopen tot gedragen, veerkrachtige en weerbare oplossingen. Om die gedragenheid te bereiken, zijn creativiteit, betrokkenheid en samenwerking cruciale sleutels tot succes. Het is dan ook vanzelfsprekend dat de SALV – als breed samengestelde adviesraad voor landbouw, visserij en plattelandsbeleid – dit thema verder oppikt om gedragen beleidsadviezen te formuleren.”

30 hectare landbouwgrond maakt plaats voor robuuster waterbeheer in Westhoek
Uitgelicht
In de West-Vlaamse gemeenten Lo-Reninge en Alveringem worden verschillende maatregelen gepland om de polderregio beter te beschermen tegen zowel wateroverlast als droogte. Voo...
gisteren Lees meer

Bron: Eigen berichtgeving

Beeld: VILT

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek