Studie: "België enkel klimaatneutraal na drastische transformatie van landbouw"
nieuwsAlleen als de veestapel, voedingsgewoonten en het landgebruik zeer ingrijpend veranderen, kan België binnen 25 jaar klimaatneutraal zijn. Dat besluit een nieuwe studie in opdracht van de dienst Klimaatverandering van de FOD Volksgezondheid. De onderzoekers schetsen een scenario met 57 procent minder runderen en 70 procent minder varkens, en ongeveer een gehalveerde consumptie van vlees en eieren.
Om de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen, heeft de EU zich ertoe verbonden om tegen 2050 CO2-neutraal te zijn. Daarvoor moet België de uitstoot van zijn broeikasgassen drastisch verminderen in alle sectoren. Al betekent dit niet dat deze uitstoot helemaal niet meer mag: resterende uitstoot kan onder meer worden gecompenseerd via koolstofopname of, in beperkte mate, met gekochte buitenlandse carboncredits.
Sectoren zoals transport, industrie, energie en landbouw zijn belangrijke bronnen van broeikasgasuitstoot. In 2024 vertegenwoordigde de uitstoot door de landbouw 8,5 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen (BKG) in België in 2024. Rekening houdende met de uitstoot door energievorm, komt het neer op 11 procent.
De uitstoot door de landbouw is met 27 procent verminderd ten opzichte van 1990. Maar het reductietempo van de afgelopen jaren strookt niet met de trajecten die nodig zijn om klimaatneutraliteit te bereiken.
Stapsgewijze verbeteringen volstaan niet
Een nieuwe studie, in opdracht van de dienst Klimaatverandering van de FOD Volksgezondheid, onderzocht voor de landbouwsector en landgebruik welke veranderingen nodig zijn zodat België in 2050 toch klimaatneutraal kan zijn.
Daaruit blijkt dat enkel nog een drastische transformatie ons tot de finishlijn zal kunnen brengen. “Hoewel bestaande en geplande beleidsmaatregelen naar verwachting de koolstofopname zullen vergroten en de landbouwuitstoot tot op zekere hoogte zullen verminderen, zullen deze stapsgewijze verbeteringen niet volstaan”, klinkt het. “Alleen het scenario van ingrijpende verandering maakt klimaatneutraliteit mogelijk.”
Ingrijpend is daarbij geen overdrijving. Zowel voor de landbouwsector als voor de consument zijn de veranderingen groot in het scenario dat de onderzoekers schetsen. De basis is een forse krimp van de veestapel en een verandering in het voedingspatroon.
YouGov: “Eiwitshift slaat duidelijk niet aan bij de bevolking”
20 november 2025Minder vee in de stal, en vlees op ons bord
Om de klimaatdoelstelling te halen moet binnen 25 jaar de Belgische veestapel 28 procent minder pluimvee, 45 procent minder melkkoeien, 70 procent minder varkens en 71 procent vleeskoeien tellen. Dit ten opzichte van 2022.
Het rapport situeert deze reductie in de context van een verschuiving in het voedingspatroon naar meer plantaardige eiwitten. Om te vermijden dat een noodgedwongen kleinere veestapel wordt opgevangen door meer import, moet ook de appetijt van de Belg naar dierlijke producten dalen. De eiwitshift zal zich moeten waarmaken. Concreet gaat het scenario uit van 51 procent minder vlees, 43 procent minder zuivel en 42 procent minder eieren binnen 25 jaar. Daardoor zou het voedingspatroon evolueren naar 62 procent plantaardige en 38 procent dierlijke eiwitten. Ter vergelijking: in 2024 was 42,6 procent van de eiwitinname van de Vlaming plantaardig. Een stijging van vier procentpunt in tien jaar.
Naast een eiwitshift zal de consument ook veel meer biologische producten moeten eten. Het voorgestelde scenario gaat immers uit van een forse uitbreiding van de biologische landbouw: van vier procent van de Vlaamse landbouwgrond vandaag naar 40 procent binnen 25 jaar, volgens het rapport.
Transformatie in landgebruik
Om de klimaatdoelstellingen te halen, zouden burgers volgens het onderzochte scenario niet alleen hun voedingspatroon moeten aanpassen, maar ook een ander gebruik van de ruimte moeten aanvaarden. Zo zouden binnen vier jaar geen bijkomende woon- of bedrijfsgebieden meer ontwikkeld mogen worden op natuurlijke of landelijke gronden. Het huizenprobleem in de steden wordt in het scenario dan weer opgevangen door een hogere stedelijke dichtheid of door ontwikkeling aansluitend op bestaande bebouwde gebieden.
Wel zou in België heel wat ruimte vrijkomen. Want door de veestapel te verminderen, komen heel wat landbouwpercelen vrij die anders voor veevoeder of tijdelijk grasland worden gebruikt. Die ruimte wordt vervolgens onder meer ingezet voor bebossing en biodiversiteitsherstel. Het zou gaan om zo’n 278.000 hectare. 80.000 hectare daarvan zou onder meer naar bosaanplanting moeten gaan.
Leegstaande weides zouden volgens het scenario ook niet meer in akkerland omgezet mogen worden om er bijvoorbeeld groenten te telen. Permanente graslanden, die veel koolstof huisvesten, moeten koste wat kost beschermd worden.
Wetlands opnieuw nat maken
Het scenario omvat ook de vernatting van drooggelegde landbouwveengebieden. Zo zou er 15.700 hectare akkerland en grasland opnieuw nat veengebied worden. En niet alleen koeien en akkerbouw moeten wijken voor de wetlands, ook huizen en andere bebouwingen. 22.600 hectare bebouwde ruimte in overstromingsgevoelige gebieden moeten als wetlands hersteld worden. De bebouwing zou dan kunnen komen op het herwonnen akkerland van de vleesproductie.
Een studie mag verkennen en uitdagen. Maar wie er politieke conclusies aan verbindt, moet ook antwoorden op de vragen die buiten het model vallen
Landbouwgezinnen achter de cijfers
“Een studie mag verkennen en uitdagen. Maar wie er politieke conclusies aan verbindt, moet ook antwoorden op de vragen die buiten het model vallen”, reageert Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&v). Volgens hem houdt het model geen rekening met betaalbaar eten en de wil van de consument. “Het aandeel dierlijke eiwitten in ons dieet moet van 70% naar 38%. Je kan dat in een computermodel invoeren, maar daarmee ligt het nog niet op het bord van de consument. Wat als we hier de productie afbouwen, maar mensen vlees, kaas en eieren blijven kopen? Gaan we dat verbieden of komen die producten dan van elders?”
Hij benadrukt dat achter de cijfers ook heel wat boerenbedrijven zitten en gezinnen die in het landbouwgebied wonen en werken. “En wat levert dat meest verregaande scenario van de onderzoekers op? 4.000 landbouwbedrijven sluiten voor een jaarlijkse klimaatwinst die China in ongeveer nog geen drie uur uitstoot. Cynischer moet het toch niet worden”, stelt hij. “Natuurlijk ontslaat dat ons niet van onze verantwoordelijkheid. Ook onze landbouw moet verder verduurzamen.”
Volgens Boerenbondvoorzitter Lode Ceyssens bevestigt de studie dat landbouwers een belangrijke partner zijn in de klimaattransitie en een aanzienlijke bijdrage kunnen leveren aan koolstofopslag in de bodem en graslanden. “Maar tegelijk stellen we kanttekeningen bij de afbouw van de veestapel. Zonder oog voor de bredere context en de vraag vanuit de consument, helpt dit noch het klimaat, noch onze economische weerbaarheid vooruit", reageert hij. "Daarom pleiten we er als Boerenbond voor om de klimaatuitdagingen aan te pakken via innovatie, ondernemerschap en een verdere versterking van de competitiviteit van onze landbouwbedrijven.”
Beeld: unsplash