“Landbouwonderzoek moet beter doorstromen naar het beleid”
nieuwsGoede wetenschap alleen volstaat niet om de landbouw te veranderen. Onderzoekskennis moet ook de weg vinden naar beleidsmakers en de praktijk. Dat is de centrale boodschap van Agrolink, het netwerk van 16 Vlaamse landbouwonderzoekscentra. Volgens de koepelvereniging is een betere wisselwerking tussen wetenschap en beleid nodig om onderzoek meer maatschappelijke impact te geven.
Landbouw staat vandaag voor heel wat complexe uitdagingen. Water, klimaat, gewasbescherming en biodiversiteit vragen om keuzes die zowel wetenschappelijk onderbouwd als praktisch haalbaar zijn. Tegelijk verloopt de informatiedoorstroming tussen wetenschap en beleid niet altijd vlot. Beleidsmakers hebben nood aan betrouwbare kennis op het moment dat beslissingen moeten worden genomen, terwijl onderzoekers niet altijd weten hoe en wanneer hun resultaten het beleid kunnen beïnvloeden.
“Impact is vandaag niet langer het toevallige gevolg van excellent onderzoek. Ze moet bewust worden opgebouwd”, zegt Pieter Spanoghe (UGent), voorzitter bij Agrolink. "Onderzoekers worden steeds vaker gevraagd om niet alleen nieuwe kennis te ontwikkelen, maar ook om mee te denken over oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. Dat vraagt een andere manier van samenwerken."
Twee werelden verbinden
Wetenschap en beleid hebben een verschillende logica en werkwijze. Onderzoekers nemen de tijd om hypotheses te testen, resultaten te valideren en conclusies te onderbouwen. Beleidsmakers moeten daarentegen vaak snel beslissingen nemen, op basis van onvolledige informatie en onder maatschappelijke druk.
Volgens Eva Maes (ILVO) is het daarom belangrijk dat onderzoekers beter begrijpen hoe beleidsprocessen verlopen. ILVO investeert onder meer in een Science Policy Interface om onderzoekers daarbij te ondersteunen. Het doel is om beleidsvragen beter te begrijpen en wetenschappelijke expertise op het juiste moment beschikbaar te maken. Die wisselwerking werkt ook in de andere richting. Beleidsvragen kunnen onderzoekers helpen om hun onderzoek sterker af te stemmen op maatschappelijke noden.
Breder kijken naar impact
Een voorbeeld daarvan is het onderzoek naar gewasbeschermingsmiddelen. Wanneer een actieve stof van de markt verdwijnt, lijkt het logisch om op zoek te gaan naar een alternatief. Maar volgens Michael Raimondi (UGent) is die redenering te eenvoudig.
Samen met ILVO en pcfruit ontwikkelde hij een kader waarmee volledige gewasbeschermingsstrategieën over een teeltseizoen met elkaar kunnen worden vergeleken. Daarbij kijkt men niet alleen naar één middel, maar ook naar de gevolgen van de volledige strategie voor mens en milieu.
Uit casestudies blijkt dat een alternatief niet automatisch duurzamer is. Een andere aanpak kan bijvoorbeeld leiden tot meer bespuitingen of een hoger energieverbruik. De vraag is volgens de onderzoekers daarom niet alleen welk product een verdwenen middel kan vervangen, maar welke strategie over de hele teelt de beste balans oplevert.
Onderzoek kan ook regels veranderen
Onderzoek kan bovendien verder gaan dan het onderbouwen van beleidskeuzes. Het project rond peilgestuurde drainage toont aan dat onderzoeksresultaten ook kunnen leiden tot aanpassingen in de regelgeving.
Tijdens het onderzoek werd niet alleen gekeken naar de technische mogelijkheden van de drainage, maar ook naar de praktische en administratieve problemen waarmee landbouwers te maken kregen. Die knelpunten werden gesignaleerd aan de Vlaamse overheid. Dat leidde uiteindelijk tot een aanpassing van de regelgeving en bijkomende ondersteuning via het VLIF.
Het voorbeeld illustreert volgens Annemie Elsen (Bodemkundige Dienst België) dat praktijkgericht onderzoek ook kan bijdragen aan regelgeving die beter aansluit bij de realiteit op landbouwbedrijven.
Impact wordt belangrijker
Ook in de beoordeling van onderzoek krijgt die maatschappelijke impact meer aandacht. Volgens Bert Beck (VLAIO) wordt steeds minder uitsluitend gekeken naar klassieke onderzoeks-output zoals publicaties. Bij de evaluatie van Vlaamse Landbouwtrajecten kijkt men bijvoorbeeld ook naar economische effecten, de verspreiding van innovaties en de mate waarin kennis effectief op landbouwbedrijven wordt toegepast.
Daarbij blijkt dat bedrijven die actief betrokken zijn bij onderzoeksprojecten gemiddeld beter scoren op verschillende economische indicatoren. Tegelijk blijft financiering een uitdaging. Vooral onderzoek dat gericht is op maatschappelijke transities, zoals biodiversiteit, blijkt moeilijker cofinanciering te vinden.
Kennis moet haar weg vinden
Voor Agrolink toont dit aan dat de relatie tussen wetenschap en beleid verder evolueert. Onderzoekers leveren niet langer alleen kennis aan, maar moeten er ook voor zorgen dat die kennis bruikbaar en toegankelijk wordt voor beleidsmakers en de praktijk.
“Dat betekent niet dat wetenschap beleidskeuzes moet maken”, klinkt het. “Wel is het zo dat beleidsbeslissingen sterker worden wanneer ze steunen op gevalideerde wetenschap uit het onderzoeksveld. Het kan beleidsmakers helpen om complexe problemen beter te begrijpen en de gevolgen van verschillende beleidsopties in kaart te brengen.”
De ambitie van Agrolink is daarom om onderzoekers uit verschillende disciplines nauwer met elkaar en met beleidsmakers te verbinden. Het netwerk wil bijdragen aan een onderzoeksomgeving waarin wetenschappelijke inzichten sneller uitgroeien tot bruikbare oplossingen voor landbouw, maatschappij en beleid. “De grootste impact van onderzoek ontstaat niet wanneer iedereen het met elkaar eens is, samenkomt en erover praat, maar wanneer kennis helpt om duurzame beleidskeuzes te maken in een steeds complexere leefomgeving”, besluit Agrolink.