Opinie

Opinie: “Landbouwonderzoek verandert: niet de publicatie, maar de toepassing bepaalt steeds vaker de impact”

Opinie

"Wanneer is een onderzoeksproject eigenlijk afgelopen?", vraagt professor Pieter Spanoghe (UGent) en voorzitter van AgroLink, zich af. "Tien jaar geleden was het antwoord eenvoudig: wanneer het eindrapport was geschreven en het wetenschappelijke artikel gepubliceerd. Vandaag klinkt binnen het Vlaamse landbouwonderzoek een heel ander geluid. De echte uitdaging begint pas wanneer die kennis haar weg echt vindt naar de landbouwer, de adviseur of de beleidsmaker."

Vandaag
Lees meer over:
research laptop onderzoek_unsplash

De verwachtingen tegenover land- en bosbouwonderzoek zijn fundamenteel veranderd zijn. De kwaliteit van ons onderzoek staat daarbij niet ter discussie. Maar excellente wetenschap alleen volstaat niet meer. De maatschappelijke eis naar meerwaarde wordt meer prioritair. De ‘return on investment’ van landbouwonderzoek moet voelbaar en zichtbaar zijn op het veld. Dat klinkt vanzelfsprekend. Toch blijkt precies daar vandaag voor onze onderzoekers de grootste uitdaging te liggen.

De landbouwer wacht niet op een wetenschappelijk rapport

Landbouwers nemen elke dag beslissingen. Wanneer zaaien, bemesten of beregenen? Moeten zij een ziekte in vroeg stadium behandelen of nog even afwachten? Die beslissingen laten zich wel eens moeilijk afstemmen op de beperkte looptijd van een onderzoeksproject.

Waar onderzoekers vroeger hun werk grotendeels afsloten met een publicatie, verwachten gebruikers vandaag iets anders: actuele informatie, praktische adviezen, handleidingen en digitale hulpmiddelen die onmiddellijk en voordelig inzetbaar zijn. Volgens Jurgen Decloedt (VITO) verandert daardoor niet alleen de manier waarop kennis wordt gedeeld, maar ook de manier waarop onderzoek wordt georganiseerd.

Onderzoeksresultaten evolueren steeds vaker naar digitale platformen waarop data, modellen en algoritmes voortdurend worden bijgewerkt

Pieter Spanoghe - Professor gewasbeschermingsmiddelen aan de Universiteit Gent

Onderzoeksresultaten evolueren steeds vaker naar digitale platformen waarop data, modellen en algoritmes voortdurend worden bijgewerkt. Niet één rapport vormt nog het eindproduct, maar wel een kennisomgeving die blijft groeien. Decloedt omschrijft die evolutie als de stap van ‘science on paper naar science as a service’: wetenschap die niet enkel op lange termijn in wetenschappelijke journals beschikbaar blijft  maar ook met nieuwe inzichten mee evolueert.  Dat vraagt een andere organisatie van onderzoek. Softwareontwikkelaars, dataspecialisten en gebruikers schuiven mee aan tafel naast de klassieke onderzoeksteams. Zij sturen aan op gestandaardiseerde dataopslag waardoor data van meetapparatuur en observaties tussen onderzoekseenheden toegankelijk, uitwisselbaar en herbruikbaar worden.

Technologie is zelden de moeilijkste uitdaging

Wie denkt dat die omslag vooral over technologie gaat, vergist zich. Dat blijkt uit ‘Flaxsense’, een onderzoeksproject dat een toepassing voor de Vlaamse vlassector ontwikkelde. Satellietbeelden en groeimodellen maken de teelt vandaag veel efficiënter om te toestand van elke perceel afzonderlijk op te volgen. Maar volgens Lies Willaert (Inagro) zat de grootste uitdaging niet in deze technologische innovatie binnen de vlasteelt.

De beslissingsondersteunende modellen werden vanaf het begin samen met mensen uit de sector zelf ontwikkeld. Het projectteam ontving van vlastelers voortdurend feedback over wat wel en niet van de toepassing, die zij ontwikkelden in de dagelijkse praktijk, bruikbaar was. Door zogenaamde ‘cocreatie’ groeide Flaxsense niet uit tot een loutere onderzoeksdemo, maar wel tot een onontbeerlijk hulpmiddel dat vandaag invulling aan de concrete vragen van landbouwers geeft.

Deze manier van het uitvoeren van onderzoek zien we steeds vaker terugkeren. Eindgebruikers worden niet langer pas betrokken wanneer een project is afgerond, maar denken al mee tijdens het schrijven van het voorstel tot onderzoek en werken zelfs mee aan de ontwikkeling.

Kennis heeft pas waarde wanneer ze gevonden wordt

Ook buiten Vlaanderen groeit dat besef. Europa investeert jaarlijks miljarden euro's in landbouwonderzoek. Toch blijft een groot deel van de resultaten moeilijk terug te vinden voor wie er dagelijks mee aan de slag wil. Dat was voor Peter Rakers (ESSET Engage) de aanleiding om mee te bouwen aan EU-FarmBook. Het digitaal platform verzamelt praktijkgerichte kennis uit Europese onderzoeksprojecten en stelt die rechtstreeks ter beschikking aan landbouwers, adviseurs en bosbeheerders.

Niet wetenschappelijke artikels staan centraal, maar wel video's, handleidingen, praktijkfiches en andere toepassingen die op concrete vragen op het terrein snel antwoord geven. Dankzij automatische vertalingen in alle talen van Europa en AI-ondersteunde zoekfuncties moet relevante kennis bovendien makkelijker vindbaar worden.  De vraag verschuift daarmee van "Hoeveel kennis produceren we?" naar "Bereikt die kennis ook de mensen die ze nodig hebben en gebruiken?"

Van projecten naar infrastructuur

Opvallend genoeg vertellen de voorbeelden van VITO, Flaxsense en EU-FarmBook uiteindelijk hetzelfde verhaal: het gaat niet langer over afzonderlijke projecten, het gaat over infrastructuur. Het gaat om hedendaagse online platformen waarop nieuwe kennis kan voortbouwen, waarop toepassingen blijven bestaan nadat een project is afgelopen en waarop onderzoekers niet telkens opnieuw van nul moeten herbeginnen. Volgens Decloedt biedt dat ook kansen om efficiënter samen te werken. Wanneer onderzoeksresultaten herbruikbaar worden, groeit niet alleen de impact van één project, maar van het volledige onderzoekslandschap. 

Niet de vraag hoe we nieuwe kennis ontwikkelen maar hoe die kennis kan blijven leven, is vandaag misschien wel de grootte verandering

John Doe - Developer

Misschien begint onderzoek pas wanneer het project afloopt

De wetenschappelijke publicatie blijft de hoeksteen van kwaliteitsvol onderzoek. Daarover bestaat weinig discussie maar steeds meer onderzoekers beschouwen haar niet langer als eindpunt. Ze zien haar als het moment waarop de volgende fase begint: kennis vertalen naar praktijktoepassingen, beschikbaar maken voor gebruikers en blijven verbeteren op basis van nieuwe ervaringen. Dat vraagt andere vaardigheden dan klassieke onderzoekscompetenties. Het vraagt inzicht en samenwerking met softwareontwikkelaars, communicatie-experts, bedrijven, landbouwers en beleidsmakers. Misschien is dat wel de grootste verandering die zich momenteel binnen het landbouwonderzoek voltrekt. Niet de vraag hoe we nieuwe kennis ontwikkelen, maar hoe we ervoor zorgen dat die kennis blijft leven.

Die volledige evolutie houdt ook AgroLink, een netwerk waarin de zestien Vlaamse landbouwonderzoekscentra samenwerken, bezig. Agrolink ziet ook een belangrijke rol in de evolutie voor zichzelf: onderzoekers uit verschillende disciplines samenbrengen, ervaringen delen en zoeken naar manieren om wetenschappelijke kennis sneller haar weg te laten vinden naar het landbouwbedrijf binnen een duurzame samenleving.


Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. 

Professor Pieter Spanoghe is expert gewasbescherming en verbonden aan de UGent. Hij is ook voorzitter van AgroLink.

Antwerpse proefcentra fuseren tot Harvestis
Uitgelicht
Op 1 juli zijn Proefcentrum Hoogstraten en Proefstation voor de Groenteteelt uit Sint-Katelijne-Waver gefuseerd tot Harvestis. De twee Antwerpse proefcentra werkten al langer...
2 juli 2026 Lees meer

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek