Onderzoek vindt geen nadelig effect van emissiearm bemesten op bodemleven, wel op bodemstructuur
nieuwsIs mest emissiearm toedienen via injectie of sleuven nadeliger voor het bodemleven dan mest bovengronds uitrijden? Neen, concludeert een vijfjarig Nederlands onderzoek van Wageningen University & Research (WUR) en het Louis Bolk Instituut (LBI). Wel werden langetermijneffecten vastgesteld op de bodemstructuur en beworteling, die samenhangen met de zwaardere machines die bij emissiearme bemesting worden gebruikt.
Wanneer mest breedwerpig bovengronds wordt uitgereden, kan een belangrijke hoeveelheid ammoniakale stikstof vervluchtigen. Om de ammoniakuitstoot te beperken, moet dierlijke mest daarom sinds 2000 in Vlaanderen emissiearm worden toegediend. Landbouwers kunnen daarvoor verschillende technieken gebruiken. Zo kan drijfmest via mestinjectie rechtstreeks in de bodem worden gebracht of in smalle sleufjes in de bodem of graszode toegediend. Ook de sleepslangtechniek is mogelijk, al wordt die vanaf 2028 verboden op grasland.
Sommige landbouwers vrezen dat mestinjectie of het maken van sleuven negatieve gevolgen heeft voor het bodemleven en de bodemkwaliteit, en daardoor ook voor de opbrengst. Het Nederlandse ministerie van Landbouw vroeg daarom vijf jaar geleden aan Wageningen University & Research (WUR) en het Louis Bolk Instituut (LBI) om verschillende technieken voor mesttoediening te onderzoeken. Daarbij brachten de onderzoekers onder meer de bodemkwaliteit, grasopbrengst en uitstoot van lachgas en nitraatuitspoeling in kaart. Het veldonderzoek vond plaats op 40 melkveebedrijven in Nederland.
Bodemleven en stikstofopname
De onderzoekers vonden op korte noch lange termijn duidelijke verschillen in de biologische en chemische bodemeigenschappen tussen percelen met bovengrondse bemesting en zodenbemesting. De aantallen en biomassa van regenwormen, nematoden, bacteriën en schimmels waren in beide situaties vergelijkbaar.
Omdat bij het insnijden of injecteren minder ammoniak naar de lucht verdwijnt, blijft meer stikstof in de bodem beschikbaar voor het gewas. Op grasland resulteert dat in een betere stikstofopname en een hogere gewasopbrengst dan bij bovengrondse bemesting.
Tegenover de lagere ammoniakemissie staat wel een hogere lachgasemissie. Doordat bij emissiearme toediening meer stikstof in de bodem terechtkomt, kan ook meer lachgas worden gevormd. De toedieningstechniek had volgens het onderzoek geen effect op het risico op nitraatuitspoeling.
Zware machines wegen op bodemstructuur
Een ander aandachtspunt is het gebruik van zware machines bij emissiearme bemesting. Op praktijkpercelen waar langdurig bovengronds mest werd uitgereden, stelden de onderzoekers een betere bodemstructuur en beworteling vast. “Dit hangt waarschijnlijk samen met het gebruik van lichtere machines bij bovengrondse toediening ten opzichte van zwaardere mestinjecteurs”, klinkt het. "In het veldonderzoek werd bij zodenbemesting zowel in de boven- als onderlaag een minder gunstige bodemstructuur vastgesteld. Ook was de doorworteling op deze percelen minder goed."
De manier waarop mest wordt toegediend, kan daarnaast een effect hebben op scheurvorming. Tijdens de veldproef ontstonden bij aanhoudende droogte op kleihoudende percelen meer en sterkere scheuren bij zodenbemesting dan bij bovengrondse bemesting.
Verschillen in bedrijfsvoering
De onderzoekers brachten ook de kenmerken van de 40 melkveebedrijven in kaart. Bedrijven die mest bovengronds uitrijden, hebben gemiddeld een extensievere bedrijfsvoering, met een lagere melkproductie en een lager kunstmestgebruik. Daardoor bevat ook hun drijfmest gemiddeld minder stikstof en ammonium.