Opinie

Opinie: "Besparen op praktijkonderzoek verzwakt de positie van fruittelers"

Opinie

De Vlaamse regering wil besparen op subsidies, maar volgens Nico Rosmeulen, voorzitter van Actiegroep Fruittelers, mag de financiering van pcfruit en andere praktijkcentra niet sneuvelen. “Een subsidie mag je niet alleen beoordelen op wat ze kost, maar ook op wat ze oplevert”, stelt hij. Rosmeulen waarschuwt dat besparingen het onafhankelijke praktijkonderzoek en advies aan fruittelers in gevaar brengen en dat juist in tijden waarin de uitdagingen groot zijn.

Vandaag

De Vlaamse regering heeft duidelijk gemaakt dat ze moet besparen, en subsidies staan hoog op haar lijstje. Laten we eerlijk zijn: die kritiek is niet onterecht. Jarenlang ging er te veel overheidsgeld naar subsidies, en niet elke euro leverde maatschappelijke meerwaarde op. Sommige organisaties krijgen royale steun, terwijl hun return voor de samenleving moeilijk te zien is. Een regering die daar kritisch naar kijkt, doet haar werk.

Maar goed besparen betekent goed kiezen. Een subsidie mag je niet alleen beoordelen op wat ze kost, maar ook op wat ze oplevert en op wat we zonder haar zouden verliezen. Volgens die toets is de financiering van pcfruit en de andere praktijkcentra geen kost om te schrappen. Het is één van de beste investeringen die Vlaanderen in zijn landbouw doet. Daarom steunt Actiegroep Fruittelers volmondig de waarschuwing die professor De Coninck onlangs in VILT gaf.

Een kleine besparing, een groot risico

In vergelijking met het economische gewicht van de Vlaamse fruitsector is het geld dat naar praktijkonderzoek gaat bescheiden. Wat dat geld oplevert, is allesbehalve bescheiden. Onze telers kampen met droogte, late vorst, nieuwe plagen en ziekten, en een steeds kleiner aanbod aan erkende gewasbeschermingsmiddelen. De antwoorden op die problemen vallen niet uit de lucht. Ze komen uit jarenlange proeven in de boomgaarden en serres van onze proefcentra, en uit het advies dat die centra elke dag aan telers doorgeven.

Wordt de financiering voor dat werk afgebouwd, dan verschijnt de besparing meteen in de begroting maar zal de schade nog jarenlang zichtbaar zijn in de sector: in verloren oogsten, zwakkere bedrijven en een sector die achterop raakt tegenover buitenlandse concurrenten. Expertise die over decennia is opgebouwd en proefvelden die jaren nodig hadden om aan te leggen, kun je niet zomaar weer aanzetten zodra de begroting beter oogt. Dat maakt deze besparing zo anders dan het snoeien in andere subsidies die niet renderen.

Wie betaalt, bepaalt

Er is een tweede gevaar, en dat is misschien nog ernstiger. Als de overheidsfinanciering wegvalt, hebben de proefcentra geen andere keuze dan elders geld te zoeken: bij bedrijven, bij toeleveranciers, bij grote commerciële spelers. Private partners kunnen een waardevolle rol spelen, maar een onderzoekscentrum dat voor zijn voortbestaan van hen afhangt, is niet langer onafhankelijk.

S_NICO ROSMEULEN_portret

De grootste sponsor krijgt een beslissende stem in wat er onderzocht wordt, en wat niet. En proeven die ongemakkelijke resultaten kunnen opleveren, verdwijnen stilletjes

Nico Rosmeulen - Voorzitter Actiegroep Fruittelers

De gevolgen laten zich makkelijk raden. De grootste sponsor krijgt een beslissende stem in wat er onderzocht wordt, en wat niet. Proeven die ongemakkelijke resultaten kunnen opleveren, verdwijnen stilletjes. Onderzoeksvragen worden bepaald door commerciële belangen in plaats van door de noden van de telers. Zelfs als de onderzoekers zelf eerlijk blijven, ondermijnt alleen al de schijn van afhankelijkheid het vertrouwen in hun resultaten.

Voor onze sector zou dat catastrofaal zijn. Telers, beleidsmakers en consumenten moeten kunnen rekenen op onderzoek dat objectief en wetenschappelijk onderbouwd is, of het nu gaat om een nieuw ras, een gewasbeschermingsstrategie of een teelttechniek. Die onafhankelijkheid is precies wat overheidsfinanciering garandeert. Ze is geen luxe. Ze is het fundament dat het onderzoek überhaupt waardevol maakt.

Onderzoek voor elke teler, niet alleen voor de grootste

Tot slot moeten we ons afvragen wie het hardst getroffen zou worden. Grote bedrijven kunnen zich eigen adviseurs en proeven veroorloven. Het kleine familiebedrijf kan dat niet. Voor duizenden familiebedrijven zijn de proefcentra de plek waar ze onafhankelijk advies krijgen, nieuwe technieken gedemonstreerd zien en kennismaken met resultaten die open met de hele sector worden gedeeld.

Als onderzoek afhankelijk wordt van private sponsors, dreigt die open kennis een product te worden dat alleen de grootste spelers kunnen kopen. De kloof tussen grote en kleine bedrijven zou groeien, en daarmee ook de druk op de familiebedrijven die de ruggengraat vormen van de fruitteelt in Haspengouw en de rest van Vlaanderen.

"Maak de juiste keuze"

Actiegroep Fruittelers begrijpt dat de Vlaamse regering moeilijke keuzes moet maken. Wij vragen haar om de juiste keuzes te maken. Houd de structurele financiering van pcfruit en de andere proefcentra veilig, zodat ze onafhankelijk kunnen blijven en voor de hele sector kunnen blijven werken. Bespaar waar de return klein is, niet waar het risico het grootst is. Onze telers, en iedereen die Vlaams fruit wil blijven eten, verdienen niet minder.


Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. Hij schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

De auteur:

Nico Rosmeulen is fruitteler in Tongeren en voorzitter van Actiegroep Fruittelers, een groepering van familiale fruitbedrijven die streeft naar een leefbare toekomst voor de fruitteelt.

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek