Opinie: "Onbegrijpelijk dat landbouwinnovatie wordt afgebouwd wanneer sector voor zijn grootste uitdagingen staat"
nieuwsZelden schaft een overheid een programma af kort nadat een onafhankelijke evaluatie heeft vastgesteld dat het relevant, efficiënt en impactvol is. Toch is dat precies wat de Vlaamse regering doet met de VLAIO-landbouwtrajecten. Op een moment waarop landbouwers de omslag proberen te maken naar duurzame voedselproductie en tegelijk geconfronteerd worden met uitdagingen rond klimaat, biodiversiteit en rendabiliteit, verdwijnt één van de weinige instrumenten die onderzoek rechtstreeks met de praktijk verbindt. En dit volledig, en onverwacht. Dat schrijft professor Barbara De Coninck van de KULeuven. Ze krijgt daarbij steun van Agrolink, Boerenbond, VBT en LAVA.
Met de septemberverklaring 2026 besliste de Vlaamse regering om de VLAIO-landbouwtrajecten af te schaffen. Die beslissing komt hard aan bij onderzoekers, praktijkcentra, landbouworganisaties en landbouwers die dagelijks werken aan oplossingen voor de grote uitdagingen waarmee onze land- en tuinbouw wordt geconfronteerd.
Wat deze beslissing bijzonder moeilijk te begrijpen maakt, is dat ze lijnrecht ingaat tegen de conclusies van de recente evaluatie van het subsidieprogramma. Die evaluatie stelde vast dat de landbouwtrajecten relevant zijn voor de sector, efficiënt worden beheerd, kennis succesvol naar de praktijk brengen en aantoonbare economische en maatschappelijke impact genereren. Bedrijven die deelnemen aan deze trajecten realiseren een hogere economische output, investeren sterker in hun toekomst en kunnen sneller inspelen op nieuwe uitdagingen.
Landbouwbedrijven die deelnemen aan een VLAIO-landbouwtraject realiseren een substantieel hogere output dan niet-deelnemende bedrijven
Op basis van gegevens van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij blijkt dat landbouwbedrijven die deelnemen aan een VLAIO-landbouwtraject een substantieel hogere economische output realiseren (+35%) dan niet-deelnemende bedrijven. Bovendien dragen de projecten bij aan maatschappelijke doelstellingen zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit, duurzame voedselproductie, reductie van gewasbeschermingsmiddelen en inkomenszekerheid voor landbouwers.
De Vlaamse overheid vraagt terecht aan land- en tuinbouwbedrijven om duurzamer, innovatiever en weerbaarder te worden. Maar dergelijke transities ontstaan niet vanzelf. Ze vereisen praktijkgericht onderzoek, kennisuitwisseling en samenwerking. Net daarin lag de unieke sterkte van de VLAIO-landbouwtrajecten. Individuele land- en tuinbouwbedrijven beschikken doorgaans niet over de financiële middelen, tijd of expertise om zelf innovatief onderzoek op te zetten. Daarom steunt de sector al jarenlang op collectief onderzoek, waarbij land- en tuinbouwers, praktijkcentra, sectorverenigingen, toeleveranciers, afnemers, onderzoeksinstellingen en universiteiten samenwerken aan oplossingen voor sectorale uitdagingen.
De VLAIO-landbouwtrajecten spelen hierin een cruciale rol. Ze brengen alle relevante partners rond dezelfde tafel en zorgen ervoor dat nieuwe kennis niet beperkt blijft tot wetenschappelijke publicaties, maar effectief vertaald wordt naar toepasbare innovaties op het landbouwbedrijf. De Vlaamse praktijkcentra vervullen daarbij een unieke brugfunctie tussen onderzoek en praktijk en zorgen ervoor dat nieuwe inzichten snel hun weg vinden naar het werkveld.
De volledige afschaffing van de VLAIO-landbouwtrajecten dreigt deze goed functionerende innovatieketen fundamenteel te onderbreken. Daardoor verliezen landbouwers, praktijkcentra en onderzoeksinstellingen niet alleen een belangrijk platform voor samenwerking, maar trekt de Vlaamse regering ook de stekker uit een systeem waarop de sector jarenlang heeft gebouwd voor kennisontwikkeling, technologische vooruitgang en duurzame oplossingen. Op een moment waarop de uitdagingen voor landbouw en milieu groter zijn dan ooit, wordt net één van de belangrijkste instrumenten voor innovatie weggenomen.
De afschaffing van de VLAIO-landbouwtrajecten is een verzwakking van de volledige innovatieketen die nodig is om maatschappelijke doelstellingen rond klimaat, biodiversiteit, voedselzekerheid en rendabiliteit te realiseren
De afschaffing is dan ook niet alleen een besparing op een subsidieprogramma. Ze betekent een verzwakking van de volledige innovatieketen die nodig is om maatschappelijke doelstellingen rond klimaat, biodiversiteit, voedselzekerheid en een economisch rendabele land- en tuinbouw te realiseren. Vlaanderen profileert zich terecht als een innovatieve kennisregio, maar met deze beslissing dreigt het zijn voortrekkersrol binnen de Europese landbouw te verzwakken. Op langere termijn zal dit onvermijdelijk leiden tot een verlies aan concurrentiekracht, een tragere ontwikkeling van duurzame oplossingen en een verminderde impact van Vlaamse expertise op de landbouw van morgen.
De afschaffing van de VLAIO-landbouwtrajecten staat bovendien niet op zichzelf. Tegelijkertijd wordt ook 35 miljoen euro bespaard op het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en het Bijzonder Onderzoeksfonds (BOF), de belangrijkste financieringskanalen voor onderzoekers en onderzoeksgroepen aan Vlaamse kennisinstellingen. Daarmee wordt zowel aan de basis van de kennisontwikkeling als aan de vertaalslag naar de praktijk geraakt. Een sterke kennisbasis is nochtans essentieel om toekomstige uitdagingen het hoofd te bieden. Innovatie ontstaat niet vanzelf en kan niet van vandaag op morgen opnieuw worden opgebouwd wanneer kennisnetwerken eenmaal zijn afgebroken.
De Vlaamse land- en tuinbouw heeft nood aan minder symboliek en meer langetermijnvisie. De uitdagingen waar de sector voor staat zijn te groot om te besparen op de instrumenten die oplossingen helpen ontwikkelen en verspreiden. Het stopzetten van de VLAIO-landbouwtrajecten dreigt geen besparing te worden, maar een factuur die Vlaanderen later meer dan dubbel zal betalen: in gemiste innovatie, verloren concurrentiekracht, vertraagde verduurzaming en een verzwakte kennisbasis voor onze voedselproductie.
Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.
De auteur:
Barbara De Coninck is professor aan de vakgroep Plantenbiotechniek van de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de KULeuven. Haar opinie wordt ondersteund door leden van Agrolink, Boerenbond, VBT en LAVA.
Beeld: ILVO