Reportage

Wettelijk kader boerderijcompostering aan de eindmeet: wat zijn de voordelen en beperkingen?

Reportage

Een nieuw wettelijk kader moet Vlaamse landbouwers binnenkort de mogelijkheid geven om de reststromen uit het eigen bedrijf en natuurgebieden te composteren. Boerderijcompostering is niet altijd evident, maar op een studiedag in Hansbeke leerden ILVO en ANB de aanwezigen de kneepjes van het vak.

Vandaag Ruben De Keyzer
boerderijcompostering1

Boerderijcompost wordt gemaakt door groene, stikstofrijke reststromen zoals gewasresten of grasmaaisel te mengen met bruine, koolstofrijke reststromen zoals houtsnippers of stro. Ruim 130 geïnteresseerden zakten op maandag 14 september af naar Hansbeke voor het ILVO-ANB-event om meer te leren over deze praktijk, en over het wettelijk kader dat na meer dan 20 jaar eindelijk vorm krijgt. Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&v) spreekt dan ook over een 'mijlpaal'. "Als er één thema is waarop landbouw en natuur hun rol als eeuwenoude bondgenoot kunnen opnemen, dan is het dit wel."

Wat maakt het wettelijk vastleggen van boerderijcompostering zo complex?

Hoewel boerderijcompostering een vrij eenvoudig gegeven lijkt, is het uitwerken van een wettelijk kader geen evidentie. Wanneer een boerderij materiaal van natuurgebied wil verwerken, is onder meer de traceerbaarheid een vraagstuk. Afvalstoffenmaatschappij OVAM gaf toelichting bij het nieuw wettelijk kader dat de Vlaamse overheid administratief voorbereidt.

Volgens Nico Vanaken ligt de complexiteit erin dat boerderijcompostering zich bevindt op het kruispunt van verschillende wetgevingen. “Je hebt het mestdecreet, het omgevingsvergunningsbesluit, je hebt de afvalwetgeving, de bijproductenwetgeving enzovoort.”

Dit web van wettelijke bevoegdheden maakt het des te moeilijker een rechtlijnig kader uit te werken. "Ik denk dat het verleden ons geleerd heeft dat we goed zijn in het bedenken van vele regels", zegt Brouns. "Die maken het vaak zo complex dat we in de praktijk vaak naar oplossingen moeten zoeken die soms buiten die regels treden. Dus laten we het wettelijk kader vooral zo eenvoudig mogelijk maken. Ik begrijp dat het geen eenvoudige weg was om te komen tot waar we vandaag staan, maar het is een mijlpaal waar we de komende jaren mee verder kunnen."

Dit duidelijk wettelijk kader voor boerderijcompostering is welgekomen. Volgens Vanaken kent de huidige regelgeving inzake compost zoveel beperkingen, dat het landbouwbedrijven belemmert. “Je kan bijvoorbeeld niet samenwerken met andere landbouwers, de inputstromen die je mag gebruiken zijn beperkt en er is nog wat onduidelijkheid over het compoststatuut”, illustreert hij.

‘Maximaal faciliterend’, binnen de wettelijke marges

Het nieuwe, ‘maximaal faciliterend’ kader moet boerderijcompostering toch praktisch haalbaar maken. Zo zullen landbouwers kunnen samenwerken om het maaisel van natuurgebieden te verwerken tot compost, maar niet bijvoorbeeld tuinsnoeisel dat anders naar het containerpark zou verdwijnen. Er zijn namelijk te weinig garanties over de samenstelling van deze snoeisels. Wel is er een bovengrens op hoeveel boerderijcompost men mag aanbrengen.

Nog belangrijk om te weten is dat er een limiet zit op de hoeveelheid boerderijcompost die een bedrijf mag produceren. “Volgens de principes die nu voorliggen mag je zoveel boerderijcompost maken als je op je eigen areaal afgezet krijgt”, zegt Vanaken. “Per locatie ligt de limiet op 1.000 kuub.”

Omdat boerderijcompostering niet altijd evident is op het niveau van één bedrijf, kan elke onderneming met een landbouwnummer samenwerkingsverbanden opstarten met maximaal drie leden om bijvoorbeeld de nodige grondstoffen uit te wisselen. Waarom niet meer dan drie? “We moesten een fair evenwicht vinden voor de afvalverwerkingsbedrijven en het aangepast kader voor landbouwers”, klinkt het. Vanaken verduidelijkt dat sommige taken zoals het beschikbaar stellen van keerders breder geregeld kunnen worden op regioniveau.

Geclusterde samenwerkingen zouden hoe dan ook de haalbaarheid vergroten van een composteringsproject. “Ook natuurbeheerders hebben immers enige schaal en afnamegaranties nodig van de landbouwers, en dat is niet evident als men op kleine schaal werkt”, zegt Hans Vandermaelen van ILVO.

Een ander heikel punt is dat compost samengesteld uit enerzijds plantaardig en anderzijds dierlijk materiaal, aanzien wordt als honderd procent dierlijk mest. Dat laatste wierp toch wat vragen op bij de aanwezigen. “We hebben momenteel geen uitzicht op een andere aanpak”, zegt Vanaken. “We weten dat Europa mee over onze schouders kijkt in dat aspect, dus we hebben beperkte bewegingsruimte momenteel.”

Voordelen voor boerderij en omgeving

Dit alles neemt de voordelen van boerderijcompostering niet weg. Stikstof-kunstmest is verantwoordelijk voor twee procent van het mondiale energieverbruik. Bovendien bevatten vele natuurgebieden meer nutriënten (stikstof en fosfor) dan wenselijk is. “Dankzij boerderijcompostering kan men nutriënten structureel aan natuurgebieden onttrekken en ze op landbouwgronden toepassen”, zegt Hans Vandermaelen van ILVO.

Hoewel het niet meteen realistisch is dat boerderijcompost alle kunstmest zou vervangen, is het wel een goede aanvulling in tijden van historisch hoge kunstmestprijzen. Bovendien tonen de vaststellingen van het onderzoek beloftevolle resultaten voor het milieu. “Door natuurbeheerresten te composteren, recycleren landbouwers stikstof en andere voedingselementen uit onze natuurgebieden tot een waardevolle bodemverbeteraar”, zegt Goedele Van der Spiegel, administrateur-generaal bij ANB.

Veldproeven van ILVO bevestigen het belang dat compost kan spelen in de bodemzorg. In België heeft ongeveer de helft van alle landbouwbodems een organisch koolstofgehalte onder de streefzone. ILVO noteert bij haar compostproeven een betere bodemstructuur en betere worteling van gewassen, en positieve effecten op de pH, het behoud van plantenvoedingsstoffen enzovoort. Compostering is ook de meest emissiearme vorm van bemesting. Koen Willekens van ILVO tekent op hoe gecomposteerde bodems ook beter bestand zijn tegen de klimaatextremen, onder meer door de verbeterde waterretentie.

Leren compost maken

Sarah Van Lommel van Harvestis lichtte bij de velddemo toe hoe kwaliteitsvol boerderijcompost wordt gemaakt. “Je hebt een goede koolstof-stikstofverhouding nodig. Daarvoor hebben we zowel groen, stikstofrijk materiaal als houtig koolstofrijk materiaal nodig. Je hebt best een startverhouding van 25:1 koolstof-stikstof. Ons mengsel met 100 procent paardenmest, bestaande uit houtkrullen, is bijvoorbeeld te droog. Terwijl ons mengsel waarbij we natuurmaaisel, witloofwortels, faunamengsel en grasmaaisel hebben toegevoegd veel meer samenhang kent, met een frisse bosgeur. Als je erin knijpt, valt het niet uit elkaar. Je moet al je zintuigen gebruiken om compost te evalueren.”

Compost gebruiken gaat immers ook gepaard met enkele risico’s. Zo kan je onbedoeld onkruidzaden aanbrengen op je erf. “Compostvorming kent twee fases, de thermofiele fase en de mesofase. Die eerste thermofiele fase is cruciaal om een temperatuur van 50 graden Celsius te bereiken om onkruidzaden te doden. Met een goede verhouding natuurmaaisel en stalmest kan je dat bereiken.”

Natuurlijk blijft het risico dat onkruidzaden aan de buitenranden van de composthoop in leven blijven. Voldoende mengen en keren is dus de boodschap. Ook zaden van onkruid als knolcyperus en doornappel mogen niet verwerkt worden in de compost. “Maar uit onze ervaring bevat het maaisel van Natuurpunt geen hardnekkige onkruidzaden.”

Harvestis raadt landbouwers ook aan zich voldoende te informeren voor het maken van compost.

Ondersteuning nodig

Ondanks alle voordelen verwachten ILVO en ANB dus niet meteen een stormloop zodra het wettelijk kader administratief rond is. Aan de slag gaan met boerderijcompostering vraagt immers heel wat inspanningen van landbouwers, zeker als zij het alleen doen. Samenwerken in regionale verbanden met andere landbouwers en natuurbeheerders moet hier soelaas bieden.

“Publieke instellingen hebben een belangrijke rol te spelen om dit soort transitiebegeleiding te gaan ondersteunen”, zegt Hans Vandermaelen van ILVO. “Het is aan hen om hier ook te overwegen met projectfinanciering en pilootfinanciering over de brug te komen. En om los van geld duidelijk aan te geven dat men gelooft in dit verhaal.”

Hoewel er voor het wettelijk kader nog enkele knopen moeten worden doorgehakt, merkt ILVO wel veel enthousiasme, vooral bij jonge landbouwers.

Dossier boerderijcompostering hapert al 25 jaar: "Alleen systeemdenken zal tot innovatie leiden"
Uitgelicht
Vlaanderen verkoopt zichzelf graag als een regio waar innovatie en circulariteit de motor zijn van het succes. Tegelijkertijd remt Vlaanderen die innovatie zelf af door in hok...
6 juli 2026 Lees meer

Bron: Eigen berichtgeving

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek