Vraag over afroming NER's roept wrevel op in commissie Landbouw
nieuwsEen vraag over de afroming van NER's bij bedrijfsovername heeft wrevel opgeroepen in de commissie Landbouw. Vlaamse parlementslid Arnout Coel (NVA) merkte op dat de huidige regelgeving de instroming van jonge boeren en zij-instromers in de landbouw bemoeilijkt en daarmee een belangrijke doelstelling van de overheid frustreert. Cd&v reageerde dat er meerdere voorstellen voor een aanpassing van de wet op tafel liggen, maar dat dit uitgerekend voor de N-VA onbespreekbaar is.
Groene Kring luidde enkele weken geleden de alarmbel. De huidige nutriëntenemissierechten (NER)-regelgeving bemoeilijkt de instroom van jongeren en zij-instromers in de landbouw. Alleen bij een overdracht in rechte lijn hoeven er geen NER’s ingeleverd te worden. In andere gevallen moet de overnemer 25 procent van de NER’s inleveren. Ook wijzigingen in de vennootschapsstructuur kunnen aanleiding geven tot een afroming.
De nieuwe NER-regelgeving leidde vorig jaar tot een record aan afgeroomde NERs. In 2025 werd ongeveer 2,6 miljoen NER afgeroomd. Dat is het hoogste aantal in tien jaar tijd.
De noodkreet van de jonge boeren was Vlaamse parlementslid Arnout Coel (N-VA) niet ontgaan. De politicus stelt het systeem in vraag. In de commissie Landbouw constateerde hij dat de NER-regels een belangrijke beleidsdoelstelling van de Vlaamse overheid frustreert, namelijk het wegwerken van belemmeringen voor jongeren en nieuwkomers om in de landbouwsector in te stappen.
Coel vroeg aan landbouwminister Brouns (cd&v) of deze bereid is om de regels rond de overdracht en afroming van NER te evalueren, in het bijzonder voor de doelgroepen van de jonge landbouwers en de zij-instromers. “Welke aanpassingen acht u daarbij mogelijk? Ziet u mogelijkheden om de impact van de aankoop van bijkomende NER op de investeringsruimte van jonge landbouwers na een bedrijfsovername te beperken?”
Tegenwerking door NV-A
De vraag van Coel riep verbazing op in de commissie Landbouw. Zo reageerde Bart Dochy (cd&v), voorzitter van de commissie Landbouw als volgt: “Collega Coel, u weet dat ik zeer veel sympathie heb voor u en uw benadering in de landbouwdossiers, maar ik vraag mij echt oprecht af waarom u hier deze vraag stelt. Stelt u deze vraag om het mes nog eens in de wonde te draaien? Of stelt u deze vraag met een oprechte bekommernis en ook opdracht en mandaat van uw partij om die zaken op te lossen?”
Dochy refereert hierbij aan de onwil van NV-A om iets te doen aan de NER-regelgeving. De partij zou in de regering hebben aangegeven niet over het Stikstofdecreet te willen praten voordat er een uitspraak van het Grondwettelijk Hof over dat decreet is.
Minister Jo Brouns valt zijn partijgenoot bij en geeft aan dat de cd&v in het verleden meerdere voorstellen op tafel heeft gelegd om de afroming van NER’s bij bedrijfsovername anders te regelen en zo de generatiewisseling te vergemakkelijken. “Concreet lijken vereenvoudigingen, het faciliteren van de overdrachten voor jonge starters, ook als het zijinstromers betreft, en het ondersteunen van overdrachten tussen broers en zussen de prioriteit. Ik sta echt heel open voor verdere aanpassingen op dat vlak.”
Brouns geeft aan dat er in het stikstofdecreet een specifieke regeling is opgenomen voor ontwikkelingsmogelijkheden voor startende landbouwers. Het betreft de oprichting van een stikstofdatabank voor starters, waarbij NER volgens nog nader te bepalen regels specifiek toegewezen zullen worden aan startende landbouwers. “Dit kan voor alle duidelijkheid enkel als er een bewezen krapte is op de NER-markt. Maar de eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat dit een eerder beperkte mogelijkheid betreft, die pas mogelijk is na evaluatie”, aldus de minister die pleit voor een “algemene vereenvoudiging van het NER-systeem, zonder dat onderuit te halen.”
Leasen van NER's
Coels zei het dossier nog eens voor te willen leggen in zijn fractie. De politicus opperde verder om het systeem van NER-leasing naar Nederlands voorbeeld. “Misschien zijn er oudere boeren die niet hun volledig NER-potentieel gebruiken, die ook niet bereid zijn om dat te verkopen, omdat ze misschien een opvolger hebben die op termijn met die NER nog iets wil doen binnen de ontwikkeling van dat bedrijf, maar die NER wel tijdelijk kunnen leasen aan een starter.”