Verder na tegenslag

Stalbrand kost familie haar veestapel, stikstofcrisis zet heropbouw erna zes jaar op pauze

Verder na tegenslag

“Nu kan ik erover praten, maar dat is nog niet zo lang het geval”, vertelt Geert Vandeputte wanneer hij terugblikt op de stalbrand die zes jaar geleden zijn bedrijf trof. In enkele tellen stond zijn melkveestal met 130 koeien in lichterlaaie. De brand was snel voorbij, maar voor zijn familie begon een periode van onzekerheid die uiteindelijk zes jaar zou aanslepen.

13 augustus 2026 Jozefien Verstraete
Lees meer over:
DSC07143-3

Zomerreeks 2026: Verder boeren na een tegenslag

Boeren weten als geen ander dat ondernemen nooit zonder risico is. Extreme weersomstandigheden, dierziekten, brand of een onverwacht overlijden kunnen een bedrijf van de ene dag op de andere op zijn grondvesten doen daveren. In deze zomerreeks gaan we langs bij Vlaamse landbouwers die zo'n zware tegenslag meemaakten. Ze vertellen hoe ze de klap verwerkten, welke keuzes ze maakten en waarom ze, ondanks alles, bleven geloven in hun bedrijf. Verhalen over veerkracht, doorzettingsvermogen en een passie voor landbouw die sterker blijkt dan de tegenslag

Elk jaar worden meer dan 50 landbouwers getroffen door een brand op hun bedrijf. De impact is vaak groot, zowel emotioneel, economisch als praktisch. Geert Vandeputte maakte het zes jaar geleden mee.

“Het gaat mij niet over al het materiële dat verloren is gegaan in de brand, maar over de koeien. De kudde was het levenswerk van de familie”, vertelt Vandeputte. “Ik ben hier op de boerderij geboren en getogen. Al altijd hebben we onze eigen koeien gefokt. We bouwden onze eigen veestapel telkens verder met de beste, meest tamme en mooiste koeien. Het dagelijks werken met die koeien, die we zelf telkens grootbrachten, was voor mij pure passie.”

Het gaat mij niet over al het materiële dat verloren is gegaan in de brand, maar over de koeien. De kudde was het levenswerk van de familie

Geert Vandeputte - Melkveehouder

Vandeputte was buiten op de boerderij wanneer binnen in de melkveestal brand uitbrak. Hij hoorde een kleine explosie en zag hoe het vuur over de strobalen liep. “In een oogwenk stonden het hele gewelf en dak in brand. Toen is de brandende dakisolatie naar beneden beginnen druppelen op alles wat in de stal stond. Ligbedden, melkrobots, melktanks, maar ook de koeien”, vertelt hij. “Het gebeurde allemaal zo snel, ook de koeien waren verrast. Het was één grote chaos. Sommige dieren die al buiten op de weide stonden, gingen zelfs opnieuw naar binnen.”

Grote schade

Samen met toegesnelde buren slaagde de familie Vandeputte erin om uiteindelijk alle koeien uit de brandende stal te jagen. Maar de schade was enorm. De korte blootstelling aan de intense hitte van de brand zorgde ervoor dat bijna alle overlevende dieren later geëuthanaseerd moesten worden. Van de 200 melkkoeien en jongvee, bleven er nog 40 over. “Maar ook zij ondervonden later nog een impact. De melkkoeien geraakten bijvoorbeeld niet meer drachtig”, vertelt Vandeputte. “En ook het jongvee is nooit een kudde topkoeien geworden.”

Naast zijn koeien verloor Vandeputte ook zijn nieuwe stal van nog geen zeven jaar oud en de installaties die erin stonden. Zo gingen beide melkrobots en de melktank in vlammen op. Toch moesten de koeien die de brand overleefden wel verder gemolken worden. “Ik heb het geluk dat ik veel hele goeie buren heb”, vertelt Vandeputte. “Zij zorgden ervoor dat er de dag nadien opnieuw elektriciteit was en regelden een melktank en een container waarin ik de koeien handmatig kon melken.” Uiteindelijk hebben Geert en zijn familie zes jaar de koeien gemolken in die container. “We deden er telkens vier uur over, zowel ‘s ochtends als ’s avonds.”

Dat de container er uiteindelijk zes jaar lang stond, heeft alles te maken met een tweede tegenslag voor de familie: stikstof. De melkveestal vatte vuur in 2020, vlak voor de stikstofcrisis losbarstte en elk uitbreidings- en vernieuwingsplan in de veehouderij op losse schroeven kwam te staan. “We wilden opnieuw starten, maar konden gewoonweg niet door het stikstofverhaal”, legt Vandeputte uit.

Afscheid van de melkveehouderij

Na de brand was het voor Vandeputte erg moeilijk om opnieuw met koeien te werken. “Ik zag het niet meer zitten”, vertelt hij. “In samenspraak met mijn kinderen, die op het moment van de brand uitkeken om het bedrijf over te nemen, hebben we beslist om over te schakelen op pluimvee. Geurhinder was toen ons belangrijkste aandachtspunt. We wilden absoluut vermijden dat onze buren er last van zouden hebben. Uiteindelijk hadden we een geschikt stalsysteem gevonden in Nederland.”

De plannen van de familie om een stal met moederdieren te zetten, waren al vergevorderd. “We hadden ons dossier klaar om in te dienen”, vertelt Vandeputte. Maar het stikstofarrest van 2021 gooide roet in het eten. De juridische onzekerheid rond stikstof nam sterk toe en de vergunningverlening raakte in het slop. De familie Vandeputte was genoodzaakt om te wachten tot er meer duidelijkheid kwam.

Meer fietsenstallingen

Om die periode financieel te overbruggen, schakelde Vandeputte tijdelijk een versnelling hoger in zijn bijberoep. “Toen mijn vrouw en ik als melkveehouders begonnen, startten we ook een bedrijfje dat fietsenstallingen en speeltuigen voor scholen en gemeenten maakt en plaatst”, legt hij uit. “Normaal besteed ik daar ongeveer 30 procent van mijn tijd aan en gaat de overige 70 procent naar de boerderij. Toen we na de brand nog maar enkele tientallen dieren overhadden, namen we veel meer opdrachten aan. Zo konden we onze leningen en rekeningen blijven betalen.”

Het had geen zin om een nieuwe stal te bouwen zolang we niet wisten hoe groot die mocht worden

Geert Vandeputte - Melkveehouder

"We konden niet vooruit"

Toen na lang wachten duidelijk werd dat een overstap naar pluimvee door de nieuwe regels niet haalbaar was, richtte de familie noodgedwongen de blik toch opnieuw op het melkvee. “We zijn toen geleidelijk vaarzen beginnen aan te kopen op de veiling”, vertelt Vandeputte. Een nieuwe stal was er echter nog niet en het melken gebeurde nog altijd met een melkmachine uit de jaren vijftig in de container. “De koeien hebben ook zo'n vier jaar in een stal zonder dak gestaan. Het had geen zin om een nieuwe stal te bouwen zolang we niet wisten hoe groot die mocht worden.”

Net op het moment dat andere veehouders weer verder konden met hun toekomstplannen, moesten wij opnieuw wachten

Geert Vandeputte - Melkveehouder

Opnieuw op de bank

Toen duidelijk werd hoe de PAS-referentie werd bepaald, kreeg de brand voor de familie opnieuw een onverwachte staart. De referentie werd namelijk berekend op basis van de veebezetting in de jaren waarin hun melkveestal zo goed als leegstond. “Net op het moment dat andere veehouders weer verder konden met hun toekomstplannen, moesten wij opnieuw wachten”, vertelt Vandeputte. Zijn dossier moest worden beoordeeld door het speciale comité CAPAS. Maar dat comité werd pas ruim een jaar na de inwerkingtreding van het Stikstofdecreet operationeel.

“Pas een half jaar geleden kregen we te horen hoeveel dieren we mogen houden”, aldus Vandeputte. En helemaal tevreden met die uitkomst is hij niet. “We verliezen ruimte voor 25 koeien. Dat is zuur, zeker omdat we tegen 2030 onze ammoniakemissies nog verder moeten terugdringen, met een reductie die ongeveer overeenkomt met de uitstoot van 25 koeien.”

Toch wil Vandeputte de beslissing niet verder aanvechten. “We willen nu zo snel mogelijk een nieuwe stal bouwen”, vertelt hij. Naast hem ligt het bouwplan, uitgetekend in potlood.

Sinds een half jaar heb ik weer plezier in mijn werk

Geert Vandeputte - Melkveehouder

Terug op niveau zoals vroeger

Tijdens het wachten heeft Vandeputte in de voorbije twee jaar zijn veestapel geleidelijk uitgebreid tot 130 melkkoeien. Jongvee heeft de familie voorlopig nog niet. “Daar zouden we wel stilaan opnieuw mee willen beginnen”, vertelt Vandeputte. “Op ons eigen bedrijf hebben we er geen plaats meer voor. Maar een bevriende melkveehouder stopt met zijn melkkoeien. In samenwerking met hem kunnen we daar ons jongvee opkweken." Een manier van werken die door de beperkte stikstofruimte steeds vaker wordt gedaan, merkt Vandeputte op.

Ondertussen kreeg de afgebrande stal een tijdelijk dak en worden de koeien in een melkput gemolken. “Die hebben we zelf gebouwd met onderdelen van drie tweedehands melkputten”, klinkt het.

“Economisch zitten we nu weer op hetzelfde niveau als voor de brand, met opnieuw een verdeling van 70-30 tussen de veehouderij en het plaatsen van fietsenstallingen”, zegt hij. “Sinds een half jaar heb ik ook weer plezier in mijn werk. Ik kijk ernaar uit om opnieuw jongvee te kunnen selecteren en op te kweken.”

Ik had graag gehad dat mijn kinderen zes jaar geleden al met een nieuwe stal aan hun verhaal konden beginnen

Geert Vandeputte - Melkveehouder

Toekomst in handen van kinderen

Maar zelf zal Vandeputte niet lang meer aan de slag blijven op het bedrijf. “Ik wil het echt overlaten aan mijn kinderen. Ik had eigenlijk liever gehad dat zij zes jaar geleden al met een nieuwe stal aan hun verhaal konden beginnen”, vertelt hij. “Daarom hadden we in 2013 ook geïnvesteerd in een nieuwe stal met alles erop en eraan.”

Het werden uiteindelijk zes bijzonder zware jaren voor de familie Vandeputte. “We hebben alles telkens moeten ondergaan. We hadden zelf nauwelijks iets in handen”, blikt Vandeputte terug. “We konden geen vaart zetten achter het Stikstofdecreet of de behandeling door CAPAS. Ook de beslissing om niet te heroriënteren naar pluimvee lag buiten onze macht. Was de brand een half jaar eerder gebeurd, dan waren mijn kinderen en ik waarschijnlijk al vijf jaar aan de slag geweest in onze pluimveestal.”

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek