Verder na tegenslag

Guido’s boerderij werd onteigend: “Ik rij 2,5 uur naar mijn velden”

Verder na tegenslag

“Hij wil landbouwer worden? Over tien jaar is dit allemaal haven!” Dat kreeg de 12-jarige Guido Van Mieghem te horen op het bedrijf van zijn grootouders in Doel. Aan het woord was een commissaris, belast met onteigening. Decennia later is het Antwerpse havenproject nog niet voltooid, maar in 2015 is de familie Van Mieghem dan toch onteigend. Guido (nu 71) en zijn zoons Filip en Bert ruilden hun vleesvee- en varkensbedrijf om voor melkvee in het Oost-Vlaamse Velzeke. “De grond waar de koeltorens op staan, heb ik nog omgeploegd.”

Vandaag Ruben De Keyzer
Guido Van Mieghem

Zomerreeks 2026: Verder boeren na een tegenslag

Boeren weten als geen ander dat ondernemen nooit zonder risico is. Extreme weersomstandigheden, dierziekten, brand of een onverwacht overlijden kunnen een bedrijf van de ene dag op de andere op zijn grondvesten doen daveren. In deze zomerreeks trekken we langs bij Vlaamse landbouwers die zo'n zware tegenslag meemaakten. Ze vertellen hoe ze de klap verwerkten, welke keuzes ze maakten en waarom ze, ondanks alles, bleven geloven in hun bedrijf. Verhalen over veerkracht, doorzettingsvermogen en een passie voor landbouw die sterker blijkt dan de tegenslag.

Een kleine tien jaar nu leeft Van Mieghem uit de schaduw van de koeltorens van Doel. Na de onteigening kocht de familie een melkveebedrijf in het Oost-Vlaamse Velzeke aan de Paddestraat: de iconische kasseistrook uit de Ronde Van Vlaanderen. Het uitzicht is een verbetering: Van Mieghem kijkt uit op zijn glooiende landerijen. Voorin is er een tuin met wilde bloemen, een strook pompoenen en een beginnende haag die aan groeipijnen lijdt door de hitte. “Aangelegd voor de privacy, want tijdens de koers stond het volk tot tegen mijn gevel te supporteren”, zegt Van Mieghem. “Maar door de droogte wil hij niet mee.”

Een mensenleven in onzekerheid

Na decennia vol stress en onduidelijkheid, is het leven voor Van Mieghem vandaag vrij zorgeloos. Terwijl echtgenote Lutgarde Rooms bloemkool met ribbetjes bereidt, vertelt Van Mieghem aan zijn keukentafel hoe het Doeldossier decennialang hun leven heeft beheerst. Hij toont een foto van een boerenprotest. “Zie je het jaartal staan? 1967, op de markt van Sint-Niklaas. Ik was toen een manneke van twaalf jaar. Toen sprak men al van onteigeningen voor de kerncentrale en de haven.”

Datzelfde jaar werd het Paardenschor onteigend. Op grond die Van Mieghem als kind nog had omgeploegd, zou de kerncentrale van Doel worden gebouwd. Maar in 1978 werden de expansieplannen van de haven teruggeschroefd. Niet per boot, maar per helikopter kwam staatssecretaris voor Streekeconomie Mark Eyskens (toen CVP) naar het dorp om aan te kondigen dat Doel definitief zou mogen blijven bestaan. Op het gewestplan van 7 november 1978 werd de uitbreidingszone voorlopig beperkt tot het zuidelijke deel van de Scheldepolders.

“Toen kregen we dus te horen dat we nog even mochten blijven boeren. Maar in 1998 zei men dat het Deurganckdok er zou komen. Wij hebben daartegen gevochten omdat ze bij ons een hoek gingen innemen voor natuurcompensaties. In 2013 zijn we naar de Raad Van State getrokken tegen de Sluis van Kallo. Maar alles was al beslist.”

“Het was met ups en downs”, zegt Van Mieghem. “De bouwstop, Eyskens die het opheft, het dok,… In 1967 zei men dat het snel zou gaan, maar uiteindelijk zijn we er blijven wonen tot 2014. Een mensenleven lang.”

In 1967 zei men dat het snel zou gaan, maar uiteindelijk zijn we er blijven wonen tot 2014. Een mensenleven lang

Guido Van Mieghem - Landbouwer

Zo ging het nog even door. De havens breidden uit en Van Mieghem ging telkens weer in verzet. “Het was geen proces van efkes. Heel mijn carrière hebben we gevochten tegen dat onteigeningsproces.”

Weg uit Doel

In 2014 besloten de Van Mieghems dan toch om een nieuwe weg in te slaan. Tijdens hun deelname aan de Dag van de Landbouw kondigden ze hun afscheid aan. “De raming, de onderhandelingen,… ik heb me daar zo weinig mogelijk mee gemoeid. Boerenbond-consulent Jan De SaedeIeer heeft toen voor ons onderhandeld. Ik vertrouwde hem daarin. Voor mij was het te emotioneel om me ermee te moeien. Ik heb gezegd tegen de onteigeningscommissaris: 'als jij tegen het einde nog in mijn ogen durft kijken, dan heb je correct gehandeld'. De ambtenaren van VLM zijn uiteindelijk wel correct geweest. Nu ja, correct… als iemand morgen tegen u zegt dat ze uw huis, uw thuis en uw broodwinning afpakken, wat zou u daarvan vinden?"

Het opgeven van het bedrijf waar Van Mieghems grootvader ooit nog met de handen in de aarde zat, viel zwaar. Als Van Mieghem verder wou boeren zou hij zelf op zoek moeten naar een nieuwe stek. Ook hier staken de beroepsgilden een handje bij. Na een lange zoektocht vond Van Mieghem, met hulp van Boerenbond, een stoppend melkveebedrijf met stallen in Velzeke en Erwetegem. "We hadden het geluk al decennialang te hebben geboerd en zo een spaarpotje te hebben opgebouwd. Want hoewel we een vergoeding kregen voor de onteigening, hadden we zonder eigen middelen daarbovenop deze verhuis niet kunnen bekostigen."

heropgebouwde stal

Stallen ontmantelen en heropbouwen

Een landbouwbedrijf verhuizen, kost niet alleen veel centen, het is ook een logistieke opgave. “Onze varkensstallen in Doel waren zes jaar oud. Alles wat nog bruikbaar was, hebben we ontmanteld en meegenomen”, zegt Van Mieghem. “De isolatie bijvoorbeeld. En in de loop van juni, toen ons vleesvee buiten kon, hebben we ook hun stallen ontmanteld. Verhuisd met de tractor en de wagen, heen en weer. Onze silo’s voor de varkens hebben we ook verhuisd. Die waren al gebouwd op meeneembasis, los op de grond, en hebben we met een camion vervoerd. Een nacht gereden met vijf camions, met van die grote ‘legoblokken’ achteraan. Onze laatste zeugen in Doel hebben gebigd in juni 2026. En die winter hebben we heel wat jongvee gekocht bij boeren in Nederland: Holsteins. Het was draaien en keren. In 2016 hadden we onze eerste vaarzen die kalfden, maar de verhuis was nog niet rond.”

De shift naar een nieuw verdienmodel ging gepaard met een leerproces. Zoon Bert was enkele maanden voor de verhuis ingetrokken bij de stoppende familie in Velzeke om de melkveestiel te leren. “Bert heeft hier op vier maanden tijd veel geleerd. Koeien melken hadden we nog nooit gedaan. Zelfs de grond is hier anders: niet meer van die zware polderklei. We zijn de vorige boer heel dankbaar voor alles wat hij ons heeft geleerd. En als jonge kracht was onze Bert ook een goede hulp voor hem."

2,5 uur tractorpendelen

Vandaag behoren deze eerste, chaotische jaren tot een ver verleden. Vader Guido en zoons Bert en Filip zijn inmiddels volleerde melkveehouders met 150 koeien, verdeeld over Velzeke en Erwetegem. En het jongvee? Die grazen nog steeds in Doel. Met de wagen is dat meer dan een uur rijden. “En 2,5 uur met de tractor”, zegt Van Mieghem. “Ik doe dat meermaals. Inmiddels is het er overwoekerd met bomen. Het huis is onbewoond. Heel de boel is nu van de overheid, en wij huren onze oude gebouwen. 25 hectare grond gebruiken we er nog.”

Guido Van Mieghem voortuin 2

Wat ook mee verhuisd is, zijn de NERs. Of toch gedeeltelijk. “Wij hebben zoals bij alle overnames een vierde van onze NERs moeten afgeven”, zegt Van Mieghem. “Maar we hadden er nog zodanig veel sinds de overgang van varkens naar rundvee, dat we zwommen in de NERs. Ik doe het bedrijf met mijn twee zoons, en we hebben geen ambitie om uit te breiden naar een proportie waar we personeel moeten inschakelen. We zijn nu zelfvoorzienend qua voer en mestafzet. Ik ga zelf nog niet met pensioen, maar intussen wil ik ook wel eens rustig in de zetel kunnen zitten.”

Beter in Velzeke

Inmiddels heeft de familie als inwijkeling in Velzeke de draai gevonden. “Zonder mijn zoons was ik waarschijnlijk gestopt. Dat kozen de meesten. Wie werken wil kon goed zijn boterham verdienen in de haven. Als tien procent van de boeren in Doel de landbouw niet verlaten heeft, zal het veel zijn.”

“Of we Doel missen? Het dorp bestaat al sinds 2003 niet meer. Maar onze beste buur leeft er wel nog. Met hem hebben we jaren patatten geladen. Ik bij hem, hij bij ons, tot diep in de nacht. Hij mist ons het meest. Ze hebben hem nog altijd niet kunnen onteigenen. Wij hadden er ook nog kunnen blijven, tot vandaag. Maar ik wilde verder gaan, voor mijn zoons. Weg van de onzekerheid. Binnen de bedrijfsgilden, de Landelijke Gilden, zijn we hier goed ontvangen. De kinderen van mijn zoon Filip gaan hier nu naar het school. Zijn vrouw zit in het oudercomité. Zij hebben inmiddels ook hun contacten in het dorp. We zijn niet in een doosje gekropen. En eerlijk, het uitzicht is hier veel mooier, dan te moeten kijken op die koeltorens. Het waren jaren vol stress, maar we hebben onze situatie verbeterd.”

Bron: Eigen berichtgeving

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek