Opinie

Is een nieuw GLB de laatste kans om de Vlaamse landbouw te redden?

Opinie

Het huidige GLB is ineffectief, stuwt de grondprijzen op en benadeelt kleinere landbouwbedrijven. Dat stelt ingenieur Ruben Savels, academisch assistent aan de vakgroep Landbouweconomie van UGent. Volgens Savels moet de hervorming na 2027 het systeem fundamenteel veranderen, zodat landbouwers een eerlijk inkomen krijgen én beloond worden voor een duurzame transitie. Vandaag beloont het beleid volgens hem vooral grondbezit en intensivering.

Vandaag
Ruben Savels 7

De Vlaamse landbouw bevindt zich zowel ecologisch, sociaal als economisch in woelig water. De opeenstapeling en interactie tussen verschillende crisissen zorgt ervoor dat landbouwers meer dan ooit voor uitdagingen staan. Het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) evolueert al decennia mee met de veranderende uitdagingen in de landbouw, maar is doorheen de jaren geëvolueerd tot een lappendeken van maatregelen, die nu als doekje voor het bloeden worden gebruikt. Het GLB is niet enkel duur – het vertegenwoordigt zo’n kwart van de uitgaven van de Europese Unie – maar is ook nog eens ineffectief en inefficiënt in het behalen van haar eigen doelstellingen. Dat gaat van het zorgen voor een eerlijk inkomen voor landbouwers en hun positie in de voedselketen versterken tot het zorgen voor milieu, landschap en biodiversiteit en de generatiewissel bevorderen. Voor landbouwers biedt het GLB een menukaart met vooral vrijblijvende en op de individuele landbouwer gerichte maatregelen die hen verschillende kanten tegelijk op stuurt zonder echt een richting te kiezen. Dit onder het mom van “voor elk wat wils”, maar dat ondertussen geen toekomstperspectief biedt bij gebrek aan een duidelijke onderliggende beleidsvisie.

Het huidige GLB loopt af in 2027, en gesprekken en onderhandelingen om tot een nieuw GLB voor de periode 2028-2034 te komen zijn volop gaande op Vlaams en op Europees niveau. Het wordt stilaan duidelijk dat drastische hervormingen nodig zijn om de drastische gevolgen van de multicrisis die zich ontplooit in de landbouw het hoofd te bieden. De aankomende hervorming van het GLB is dan ook een unieke kans om los te komen van de opeenstapeling aan vooral corrigerend beleid, en terug aan de tekentafel te gaan staan en een landbouwbeleid uit te tekenen dat landbouwers perspectief geeft en ondersteunt om samen de uitdagingen van vandaag en morgen tegemoet te komen. Hieronder formuleren we drie centrale voorstellen om dit mogelijk te maken.

De landbouwer, en niet de landbouwgrond, heeft een inkomen nodig

De ondersteuning van het inkomen van landbouwers is sinds de start van het GLB één van de centrale pijlers en omvat het belangrijkste deel van het budget. Hoewel de economische omstandigheden in de landbouw sindsdien sterk zijn veranderd, blijft het gemiddeld inkomen van Vlaamse landbouwers zeer variabel en doorgaans ruim onder dat van mensen in loondienst liggen. De huidige inkomenssteun wordt nog steeds per hectare uitbetaald, waardoor landbouwers met veel landbouwgrond meer inkomenssteun krijgen dan landbouwers met weinig landbouwgrond. Dit systeem is niet enkel fundamenteel ongelijk, het zorgt er ook voor dat inkomenssteun niet is afgestemd op de effectieve nood aan inkomensondersteuning. Daarnaast zorgt het voor een resem aan negatieve effecten waaronder een opwaartse prijsdruk op landbouwgrond die in Vlaanderen al bij de duurste van Europa hoort. Landbouwgrond heeft geen inkomen nodig, de landbouwer wel. Het kwart grootste landbouwbedrijven kreeg in 2023 bijna de helft van de inkomenssteun, terwijl het kwart kleinste landbouwbedrijven amper acht procent van de inkomenssteun kreeg. Hebben landbouwers met weinig grond – waaronder veel startende, jonge, biologische en gediversifieerde bedrijven – minder recht op een waardig inkomen dan landbouwers met veel grond? Wat als we elke landbouwer een gelijk aandeel steun geven, of nog beter, de steun afstemmen op die landbouwers die het nodig hebben om een leefbaar inkomen te krijgen?

Ruben-Savels-profile2

Het kwart grootste landbouwbedrijven kreeg in 2023 bijna de helft van de inkomenssteun, terwijl het kwart kleinste landbouwbedrijven amper acht procent van de inkomenssteun kreeg

Ruben Savels - UGent

Niet enkel de kosten, maar vooral de baten van ecosysteemherstel vergoeden

De huidige vergroeningsmaatregelen worden vergoed volgens een systeem waarbij de gemaakte kosten of de gederfde inkomsten worden vergoed. Terwijl de baten van de verschafte ecosysteemdiensten nog niet worden vergoed. Denk aan het voorzien van koolstof- en wateropslag in de bodem of het ondersteunen van biodiversiteit die zowel landbouw als natuur ten goede komt. Het herstellen van de waterkwaliteit of het beschermen van kwetsbare of bedreigde soorten gebeurt daarnaast best op landschapsschaal. En door in te zetten op collectieve maatregelen kunnen landbouwers samenwerken, kennis en ervaring uitwisselen en eigenaarschap over het ecosysteemherstel krijgen. Wanneer naast vergoedingen voor de inspanning ook ingezet kan worden op extra vergoedingen voor het bereiken van resultaten (denk aan het verhogen van het koolstofgehalte in de bodem, het bereiken van een waterloop in goede kwaliteit, het reduceren of elimineren van kunstmest-, antibiotica- en pesticidegebruik) krijgen landbouwers de zekerheid dat hun inspanningen worden gewaardeerd. Terwijl de overheid grip krijgt op het bereiken van de opgelegde doelstellingen. Deze vergoedingen kunnen mee bijdragen aan het ondersteunen van het inkomen van landbouwers door hen naast voedselboer ook een rol als koolstofboer, waterboer of biodiversiteitboer te laten opnemen.

Van een investeringsfonds naar een transitiefonds

Vlaanderen zet een bovengemiddeld deel van haar budget in om productieve investeringen te ondersteunen, waarvan het overgrote deel naar dure investeringen gaat. En landbouwers zo verder op het pad van de intensivering stuurt waar vooral inputleveranciers, stallenbouwers, machinebouwers en afnemers langs de zijlijn juichen. Maar waar op het einde van de rit zelden een beter inkomen voor de landbouwer of een betere leefomgeving te bespeuren valt. Investeringen in diversificatie en ecosysteemherstel – zoals de aanplant van bomen en struiken en de aanleg van natuurlijke wateropslagsystemen – zijn daarentegen heel wat goedkoper. Ze dragen daarnaast sterk bij aan de veerkracht van landbouwbedrijven in een wereld met sterk toenemende klimatologische en economische schokken. De vraag is hier wélke investeringen het beleid moet ondersteunen. Duurzaamheidstransities op landbouwbedrijfsniveau zijn maatwerk. In plaats van een waslijst aan investeringen voor te schotelen, zou er ingezet moeten worden om deze duurzaamheidstransitie van dichtbij te begeleiden. En ook ondersteunen door onafhankelijk advies te garanderen waarbij een holistische duurzaamheidsbenadering kan worden vooropgesteld. Hierbij zouden landbouwers ondersteund kunnen worden bij het opstellen van een bedrijfseigen actieplan. Waarbij het bijdragen aan of bereiken van beleidsdoelstellingen (zoals de groei van het aantal biologische landbouwbedrijven en de reductie van het pesticidegebruik) zowel adviserend als financieel kunnen worden ondersteund.

De laatste kans om de landbouw te redden?

De opeenstapeling van uitdagingen en crisissen in de Vlaamse landbouw vereist een transformatie van het GLB om landbouwers te ondersteunen en te begeleiden in hun transitie naar een duurzame en veerkrachtige landbouw. Vlaanderen wijst hierbij vaak naar Europa. Maar nu de lidstaten meer zeggenschap lijken te gaan krijgen om het GLB in te vullen, moeten wij vooral de Vlaamse beleidsmakers ter verantwoording roepen om met voldoende ambitieuze plannen te komen. De aankomende hervorming van het GLB is hierbij een opportuniteit om elke gespendeerde euro zo goed mogelijk te laten bijdragen aan zowel inkomensondersteuning, vergoeding voor het leveren van ecosysteemdiensten, herstel van het sociaal weefsel op het platteland en het ondersteunen van de duurzaamheidstransities op individueel landbouwbedrijfsniveau. Terwijl weersextremen, biodiversiteitsverlies, dalende marges en een leegloop van het platteland de sector naar de rand van de afgrond duwen, wordt het nieuwe GLB misschien wel de laatste kans om de landbouw te redden?


Met dit opiniestuk wil de auteur een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

De auteur:

Ruben Savels is academisch assistent bij de vakgroep Landbouweconomie, Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen, Universiteit Gent.

Beeld: Ruben Savels

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek