Nieuw pensioencriterium stuwt aantal starters en stoppers in landbouw
nieuwsHet aantal geregistreerde starters in de Vlaamse landbouw is in 2025 opvallend gestegen. Maar liefst 1.096 ondernemingen begonnen een landbouwactiviteit, 62 procent meer dan een jaar eerder. Tegelijk nam ook het aantal stoppers met 24 procent toe. Achter die opvallende evolutie zit voor een belangrijk deel het nieuwe pensioencriterium. Dat bracht heel wat overnames en generatiewissels in een stroomversnelling en laat zich daardoor duidelijk voelen in zowel de starters- als de stopcijfers.
In 2025 startten in het Vlaams en Brussels Hoofdstedelijk Gewest 1.096 ondernemingen met een landbouwactiviteit. Dat is een opmerkelijke stijging van 62 procent tegenover het jaar ervoor. Een belangrijke driver achter de stijging is het nieuwe pensioencriterium dat in 2025 in werking trad. Sindsdien moet een landbouwbedrijf minstens één zaakvoerder hebben die geen rustpensioen ontvangt om als actieve landbouwer in aanmerking te komen voor de meest GLB-subsidies. "Daardoor werden verschillende landbouwbedrijven volledig overgenomen of werd een nieuwe, jongere zaakvoerder aangesteld. Wanneer zo’n wijziging gepaard gaat met de toekenning van een nieuw KBO-nummer, wordt het bedrijf in de statistieken als starter geregistreerd", duidt het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. Het gaat dus niet noodzakelijk om een volledig nieuw landbouwbedrijf.
Van de landbouwbedrijven die in 2025 startten, was 34 procent een veeteeltbedrijf, 33 procent een akkerbouwbedrijf, tien procent een bedrijf gespecialiseerd in tuinbouw en 12 procent een gemengd bedrijf. Van 11 procent van de ondernemingen kon er geen typologie bepaald worden.
Meer stoppers
Naast de vele starters, zetten minstens evenveel landbouwbedrijven hun activiteiten stop in 2025. Zo zetten volgens de cijfers 1.145 landbouwbedrijven er een punt achter. Dat is 24 procent meer dan in 2024. 28 procent van de stoppers was een akkerbouwbedrijf, 26 procent een veeteeltbedrijf, vijf procent een tuinbouwbedrijf en vijf procent een gemengd bedrijf. Van 36 procent van de ondernemingen kon geen typologie bepaald worden.
Ook achter de stijging van het aantal stoppers zit voor een stuk het nieuwe pensioencriterium. Want bij een nieuw KBO-nummer, wordt het overgenomen bedrijf niet alleen als nieuwe starter geregistreerd, maar verschijnt het oorspronkelijke bedrijf ook als stopper in de statistieken. Achter die stoppers zitten dus niet alleen landbouwbedrijven die voorgoed de deuren hebben gesloten.
In totaal telde Vlaanderen in 2025 uiteindelijk 23.887 landbouwbedrijven met KBO-nummer. De meerderheid daarvan ligt in West-Vlaanderen. 34 procent van de bedrijven heeft er een bedrijfszetel. 26 procent situeert zich in Oost-Vlaanderen, 16 procent in Antwerpen, en telkens 12 procent in Limburg en Vlaams-Brabant.
Meer zaakvoerders, waarvan meer vrouwen
Het invoeren van het pensioencriterium is ook in de cijfers van aantal zaakvoerders te zien. Om aan de voorwaarden voor een actieve landbouwer te voldoen, versnelden sommige landbouwbedrijven de generatiewissel via een bijkomende jongere zaakvoerder(s) naast de bestaande zaakvoerder. Mee hierdoor stijgt het aantal zaakvoerders vrij snel in één jaar met 699 zaakvoerders naar een totaal van 29.104.
Van de 29.104 zaakvoerders in 2025 was 76 procent een man en 22 procent een vrouw. 17 procent van alle bedrijfsleiders was jonger dan 41 jaar. Het merendeel (44%) heeft een leeftijd tussen de 41 en 65 jaar. En nog zo’n 26 procent van de bedrijfsleiders is ouder dan 65 jaar.
Zo'n 53 procent van de starters in 2025 is man en 43 procent vrouw. Van vijf procent is het geslacht niet bekend. Bijna de helft van de starters (46%) is jonger dan 41 jaar. Het aandeel vrouwen bij de starters ligt heel wat hoger dan tien jaar geleden. In 2015 was nog 67 procent van de starters man en 30 procent vrouw.