Meer bioboeren en bioareaal, maar groei blijft bescheiden
nieuwsDe Vlaamse biosector zet zijn gestage groei voort. Er kwamen in 2025 opnieuw enkele bioboeren en bioareaal bij en ook de biologische veestapel nam toe, al blijven de biologische aandelen in de Vlaamse landbouw erg beperkt. De algemene groei verschilt wel sterk per deelsector. Zo verliezen biogroenten areaal en zonder pluimvee zou de bioveestapel licht krimpen. Steeds meer bioboeren zoeken het intussen ook breder en combineren landbouw met andere activiteiten in de biologische keten.
Eind 2025 telde Vlaanderen 639 landbouwers onder biocontrole, vijf meer dan een jaar eerder. Het bio-aandeel van alle Vlaamse landbouwbedrijven stijgt daarmee naar drie procent. Een lichte stijging van 0,8 procent, maar wel een toename van bijna de helft in vergelijking met tien jaar geleden.
Tuinbouw blijft de vaakst voorkomende bedrijfsspecialisatie in de biosector. Meer dan de helft (53%) van de Vlaamse biolandbouwers is hierin gespecialiseerd, met de teelt van groenten in openlucht op kop. Akkerbouw en veeteelt volgen met elk 18 procent. Binnen de veeteelt zijn pluimvee- en melkveebedrijven het sterkst vertegenwoordigd.
Groenten en kruiden verliezen terrein
Ook het landbouwareaal kende een lichte stijging (+2,4%) in 2025. Het landbouwareaal onder biocontrole telt nu 10.483 hectare. Dat komt overeen met 1,7 procent van de totale oppervlakte cultuurgrond in Vlaanderen.
Grasland neemt daarvan 43 procent in, tegenover 41 procent in 2024. Ter vergelijking: in Nederland maken graslanden 74 procent uit van het biologisch landbouwareaal. Daarnaast wordt 29 procent van het Vlaamse bioareaal gebruikt voor voedergewassen, voornamelijk klavergewassen.
Akkerbouwgewassen beslaan 992 hectare, goed voor negen procent van het bioareaal. Groenten en kruiden komen op een vergelijkbaar aandeel uit, maar verliezen terrein. Hun oppervlakte daalde vorig jaar met zeven procent tot 972 hectare. De biologische fruitteelt neemt 791 hectare in en behoudt daarmee een aandeel van acht procent.
Pluimvee trekt groei veestapel
Vlaanderen telt in 2025 twee biologische veehouders minder dan een jaar eerder. Daarmee houdt een kwart van de biologische landbouwbedrijven dieren die onder biocontrole staan. In Wallonië ligt dat aandeel met 64 procent aanzienlijk hoger. De bioveestapel groeide met vier procent iets steviger. Voor het tweede jaar op rij is die groei te danken aan pluimvee. Want zonder die diergroep daalt het aantal dieren onder biocontrole licht, met één procent.
Naast pluimvee neemt ook het aantal varkens onder biocontrole in aantal toe (+2%). Bij runderen, geiten en vooral schapen is er daarentegen een terugval. Voor de runderen is het ondertussen het derde jaar op rij dat het aantal achteruit (-4%) gaat. Op langere termijn blijft de groei duidelijk. In tien jaar tijd is de totale biologische veestapel met ruim de helft toegenomen. Toch blijft het biologische aandeel in de Vlaamse veestapel voor de meeste diersoorten zeer beperkt.
Meer bioboeren combineren landbouw met andere activiteiten
Steeds meer biolandbouwers zijn ook gecertificeerd voor andere activiteiten in de biologische keten. In 2025 geldt dat voor bijna een kwart van de bedrijven, tegenover 18 procent in 2020. Distributie is de vaakst voorkomende bijkomende activiteit. 100 van de 639 biolandbouwers zijn hiervoor gecertificeerd. Ruim acht op de tien van hen verkopen bioproducten rechtstreeks aan de consument. Een kwart handelt ook met andere ondernemingen.
Naast biolandbouwers telt Vlaanderen nog 1.388 andere bedrijven die actief zijn in de biologische keten. Het totaal komt daarmee op 2.027 unieke bedrijven, één procent minder dan een jaar eerder.