Update van de Europese bioregels: soepelere weideplicht en nieuwe importregels
nieuwsDe Europese regels voor de biologische productie worden momenteel herzien. De landbouwcommissie van het Europees Parlement heeft daarvoor haar goedkeuring gegeven aan het voorstel van de Europese Commissie. Dat bevat onder meer nieuwe voorwaarden voor ingevoerde biologische producten en een versoepeling van de weideverplichtingen voor biovee.
De herziening van de bioregelgeving kwam tot stand nadat het Europees Hof van Justitie in 2024 oordeelde dat ingevoerde producten, erkend op basis van wederzijdse erkenning van gelijkwaardige maar afwijkende normen, het EU-biologisch logo niet mogen gebruiken. Volgens de biologische verordening van 2018 zou dat gelijkwaardigheidsprincipe vanaf 2027 verdwijnen, maar de onderhandelingen met handelspartners zijn nog niet afgerond. Daarom stelt de Europese Commissie als tijdelijke oplossing voor dat het EU-biologo alleen mag worden gebruikt als de ingevoerde producten aan nieuwe extra productie- en controlevereisten voldoen. “Zo willen we het consumentenvertrouwen vergroten en eerlijke concurrentie tussen bioproducenten binnen en buiten de EU waarborgen”, klinkt het.
De aanvullende voorwaarden voor het biologo zijn niet de enige wijziging. Zo wil de Commissie ook de regels versoepelen voor kleine marktdeelnemers die onverpakte biologische producten rechtstreeks aan consumenten verkopen. Zij zijn vandaag vrijgesteld van de certificeringsplicht als zij blijven onder bepaalde drempels voor omzet, verkoopvolume en certificeringskosten. Door de recente prijsstijgingen verloren echter heel wat producenten die vrijstelling. De landbouwcommissie stemde daarom in met een verhoging van de jaarlijkse omzetdrempel van 20.000 naar 25.000 euro en van het verkoopvolume van 5.000 naar 10.000 kilogram, zodat meer producenten onder de vrijstelling blijven vallen.
Daarnaast schaarde de landbouwcommissie zich achter een verlenging van de vrijstelling voor het gebruik van niet-biologisch voeder in de pluimvee- en varkenshouderij tot december 2036. Ook wil ze de regels rond weidegang voor runderen versoepelen. Bioveehouders zouden "innovatieve huisvestingssystemen" mogen gebruiken wanneer de omstandigheden weidegang niet toelaten.
Deadline nadert
Met de goedkeuring door de landbouwcommissie kunnen de onderhandelingen met de Raad van de Europese Unie starten. De bedoeling is om nog voor het einde van 2026 een akkoord te bereiken, aangezien de huidige invoerregels voor biologische producten op 31 december 2026 aflopen.
"Op een moment waarop de biologische sector dringend behoefte heeft aan rechtszekerheid, is het bemoedigend dat het Europees Parlement erkent dat deze herziening snel moet worden afgerond", zegt Dora Drexler, voorzitter van IFOAM Organics Europe. IFOAM is de wereldwijde koepelorganisatie van de biologische landbouw.
Tegelijk zit de schrik er bij de organisatie in dat bepaalde kernprincipes van de biologische productie, zoals de weideregels, door de herziening kunnen verzwakken. Ook het voorstel om een herzieningsclausule op te nemen, waardoor de biologische verordening geregeld opnieuw kan worden aangepast, zorgt volgens IFOAM voor onnodige onzekerheid en instabiliteit.
Gezien de rol van de EU als exporteur van bioproducten kan een gebrek aan handelsregels aanzienlijke gevolgen kennen
De Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca maakt zich dan weer zorgen dat de deadline van december 2026 niet gehaald zal worden. “Het groot aantal amendementen, bijna 230, baart ons zorgen. Een dergelijke versnipperde aanpak dreigt de onderhandelingen en het wetgevingsproces te bemoeilijken. Die timing is van het grootste belang. Gezien de rol van de EU als exporteur van bioproducten kan dit aanzienlijke gevolgen kennen”, klinkt het.
Hoewel Copa-Cogeca positieve elementen ziet in het pakket, plaatst de organisatie ook enkele kanttekeningen. Zo vindt ze dat de bevoegdheid voor de Europese Commissie, om regels vast te leggen over de intellectuele eigendom van biologisch plantaardig teeltmateriaal, niet thuishoort in de biologische verordening, maar onder de bestaande specifieke EU-regelgeving moet blijven vallen. Daarnaast vraagt de organisatie ook nog een verdere uitwerking en verduidelijking van verschillende technische dossiers, waaronder een vereenvoudiging van de regels over de herkomst van niet-biologische mest die in de biologische productie mag worden gebruikt.