“Hele jaar stratego spelen”: Auberginetelers gebruiken leger aan insecten tegen ziektes en plagen
ReportageDuizenden kleine seizoenarbeiders zijn druk in de weer in de serres van aubergineteler TOPA, een familiebedrijf in Jabbeke van telers Jurgen Franco, Nancy Verstegen en hun zoon Warre. Roofwantsen, roofmijten en sluipwespen doden schadelijke insecten terwijl hommels de planten bestuiven. Zo houden ze hun teelt veilig met een minimum aan chemische gewasbescherming. “Al ben ik helaas wel allergisch voor hun steken”, zegt teler Jurgen.
De metershoge aubergineplanten van de familie Franco zijn enkele weken verwijderd van de oogst. Dat ze zo groen en sterk staan, is te danken aan een huurlingenleger van duizenden kleine insecten. Doorheen het seizoen heeft TOPA zo’n 150 kasten met ongeveer 15.000 hommels die zorgen voor de bestuiving. Natuurlijke vijanden zoals trips, spint en bladluis worden aangepakt door roofmijten, sluipwespen en roofwantsen.
Biologische oorlogsvoering
Adviseur Bart Elseviers van Biobest, die TOPA begeleidt bij de aanpak, helpt de telers bij de samenstelling van hun zwerm, van dikke zoemers tot beestjes die je amper ziet. “Zie je deze zwarte puntjes? Geparasiteerde bladluis. Als we deze uitzetten geraken ook andere bladluizen met deze parasiet besmet. Voor elk slecht insect zorgen we dat we een balans aan goede insecten hebben. Het is het hele jaar door een beetje Stratego spelen.”
Roofwants bijvoorbeeld is een generalist die vooral wordt ingezet tegen witte vlieg. "We zetten ze uit wanneer de nieuwe aubergineplantjes worden aangeplant", zegt Elseviers. "Zo hebben ze enkele maanden tijd om een populatie op te bouwen. We beginnen met één beestje per vierkante meter. Na enkele maand zijn dat er 25 op diezelfde oppervlakte."
Ook sluipwesp is nuttig tegen bladluis, en zorgt er eveneens voor dat dit beschadigend insect wordt geparasiteerd. "Voor elke plaag hebben we een beestje", zegt Elseviers.
Werken met insecten is de voorbije jaren heel gewoon geworden in de serreteelt. TOPA is geen biobedrijf, maar heeft dankzij de insecten amper nog chemische gewasbeschermingsmiddelen nodig. “Het grootste deel van de tijd is de aubergineteelt zuiver bio”, zegt teler Jurgen. “Vooral de laatste maanden, wanneer het kouder wordt, nemen onze insecten af en zullen we al eens moeten corrigeren met een kleine chemische behandeling.”
Gangbaar in de serreteelt
De overstap naar werken met insecten is deels uit noodzaak gebeurd. “Steeds meer chemische gewasbeschermingsmiddelen worden verboden, en er komen amper producten bij”, zegt Elseviers. “De producten die overblijven, zijn niet altijd even doeltreffend en je mag ze ook niet het hele jaar door gebruiken.”
De insecten zijn niet noodzakelijk minder arbeidsintensief dan chemische gewasbescherming, want een constante opvolging van de zwerm is nodig. Als men te weinig goede insecten heeft, zullen de plagen de bovenhand krijgen. Zijn er te veel goede insecten om een plaag te bestrijden, dan komt de zwerm zonder voedsel te zitten.
Veel opvolging is dus nodig. “Je kan niet gewoon insecten uitzetten en ervan uitgaan dat alles vanzelf goed komt”, zegt Jurgen. “Je moet blijven kijken: hoe doen de planten het, welke insecten zien we en waar ontstaat misschien een probleem? Hoe sneller je iets opmerkt, hoe gerichter je kan bijsturen.”
Biologie en high-tech
Ook de temperatuur, luchtvochtigheid, licht en plaagdruk spelen een rol. Nuttige insecten zijn levende organismen, reageren verschillend op de omstandigheden in de serre, en dus is advies op maat nodig. Daarom volgt ook Bart Elseviers om de twee weken de situatie mee op. Die monitoring gebeurt steeds meer digitaal. Waarnemingen worden in apps geregistreerd en via grafieken en heatmaps opgevolgd. Andere systemen fotograferen vangplanten en gebruiken AI om de insecten automatisch te herkennen en te tellen.
“De nuttige insecten blijven het echte werk doen, maar technologie helpt ons om sneller te zien waar iets verandert”, zegt Elseviers. “Waar biologische bestrijding vroeger vooral draaide om de juiste natuurlijke vijand uit te zetten, combineren we dat vandaag steeds meer met data, monitoring en automatische detectie. Zo kan je veel gerichter werken. Ook het verspreiden van nuttige insecten kan steeds meer geautomatiseerd worden. Daarmee evolueert de sector naar een vorm van precisie-gewasbescherming met een nauwe samenwerking tussen biologie en technologie.”
Langs de serres werden inheemse struiken aangeplant die eveneens nuttige insecten aantrekken, om rondom de serre al te helpen om plaaginsecten onder controle te houden.
Voordeliger dan klassieke gewasbescherming?
Maar ondanks de technologie en de vele helpers, blijft het werken in de kassen. “Je moet nog altijd zelf tussen je planten lopen en weten wat je ziet”, zegt Franco. Bovendien vormt aubergine veel blad, en kan een aantasting binnen het dikke gebladerte soms even ongemerkt doorgaan.
De natuur laten werken, is ook niet noodzakelijk goedkoper of duurder dan klassieke gewasbescherming. “Sommige populaties komen de winter goed door, maar het gebeurt ook regelmatig dat we insecten moeten bijkopen. Dat heeft zijn kostprijs. Maar of het duurder is dan chemische gewasbescherming? Dat kan ik moeilijk zeggen. Het verschilt jaar na jaar.”
Werken tussen de insecten betekent soms ook opletten. “Hommels steken altijd op de vervelendste plekken”, zegt Jurgen. “Ik heb al eens mogen rondlopen met een zwelling van formaat op mijn lip. Of aan mijn wenkbrauw.”
De keuze voor hommels als bestuiver is niet toevallig: auberginebloemen bevatten geen nectar en zijn dus niet aantrekkelijk voor bijen.
Oogstseizoen nabij
Binnen enkele weken wordt de jongste lichting aubergines geoogst. “Nu zijn we laat begonnen, maar in normale jaren halen we drie miljoen kilo aubergine uit onze serre van 5,5 hectare”, zegt Jurgen. “Wat de prijs zal worden, weten we nog niet. Soms hebben we een heel goed jaar, soms niet.”
Aubergines bewaren niet, dus inspelen op de prijs is hoe dan ook geen optie. “Pas op het einde van de teelt kunnen we de balans opmaken”, zegt Jurgen. “ ’s Morgens snij ik, tegen de middag is de eerste vracht weg en tegen de avond liggen mijn aubergines in Engeland. Toen Brexit gebeurde, dachten we dat de handel zou stilvallen, maar het groeit nog. We doen veel aan export, al zien we de laatste jaren ook de binnenlandse markt groeien.”
Bron: Eigen berichtgeving
Beeld: VILT