nieuws

Knolcyperus kent geen genade: besmet areaal bijna zeven keer groter geworden

nieuws

Het overleeft de vrieskou, doorstaat zelfs de spijsvertering van koeien en vermenigvuldigt zich in een razend tempo. Knolcyperus is de nachtmerrie van elke akkerbouwer. Wie het onkruid op de percelen aantreft, kijkt aan tegen een jarenlange uitputtingsslag en zware economische gevolgen. Op besmette percelen mag je namelijk geen knol- en wortelgewassen zoals aardappelen meer telen. En die nachtmerrie grijpt steeds verder om zich heen in Vlaanderen. In amper twee jaar tijd is de geregistreerde besmette oppervlakte bijna verzevenvoudigd.

Vandaag Jozefien Verstraete
knolcyperus lcv

Het geregistreerde areaal met besmetting van knolcyperus is gestegen van 241 hectare in 2024 naar 1.680 hectare in september 2026. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams parlementslid Arnout Coel (N-VA) opvroeg bij Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&v). Het gaat om de besmette oppervlakte die bekend is bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. Daarbij bevindt de grootste besmette oppervlakte zich in de provincie Antwerpen.

staafdiagram
Cirkelgrafiek

Het geregistreerde areaal bij het Agentschap is slechts het topje van de ijsberg

Danny Callens - Adviseur tuinbouw openlucht bij Inagro

Danny Callens, knolcyperus-expert bij Inagro, schrikt niet van de cijfers. Volgens hem is de geregistreerde 1.680 hectare slechts het topje van de ijsberg. In werkelijkheid gaat het wellicht om een veelvoud daarvan. Heel wat landbouwers melden besmette percelen namelijk niet. “Zodra een perceel besmet is, mogen er jarenlang geen aardappelen of andere knol-, wortel of bolgewassen meer op geteeld worden. Dat betekent een aanzienlijk economisch verlies voor de landbouwer”, aldus Callens.

Toch hebben landbouwers, die een oogje dichtknijpen bij een besmetting, daar volgens Callens op lange termijn geen baat bij. “Hoe langer je wacht, hoe verder de knolletjes zich verspreiden, hoe moeilijker de bestrijding wordt en hoe groter het risico dat ook andere percelen besmet raken”, vertelt Callens. “Bij knolcyperus mag je echt net wachten, je moet er onmiddellijk mee aan de slag.”

Waarom is knolcyperus zo hardnekkig?

Knolcyperus is een grote lastpak omdat het ten eerste heer en meester is in overleving. De plant vormt ondergrondse knollen die jarenlang in kiemrust kunnen blijven en massaal uitlopen. De winter deert de knollen bijvoorbeeld niet. De bovengrondse plant sterft met de eerste nachtvorst af, maar ondergronds blijven de knollen in leven. Eén knol kan bij ongestoorde groei met gemak 740 nieuwe knollen voortbrengen in één seizoen.

Daarbovenop kan de plant ook zaden produceren. Lange tijd werd aangenomen dat zaden nauwelijks een rol speelden bij de verspreiding, maar wetenschappelijk onderzoek toont aan dat hun bijdrage werd onderschat. Onder bepaalde omstandigheden kunnen planten tot 353 kiemkrachtige zaden produceren.

Daarmee houden de overlevingstrucs van knolcyperus niet op. De plant is namelijk ook allelopathisch. Dat betekent dat de plant stoffen kan afscheiden die de kieming en groei van andere planten afremmen. Zo vormt knolcyperus niet alleen een sterke concurrent voor cultuurgewassen, maar kan de plant ook de bodemecologie beïnvloeden.

Een aardappelrooier kan 60 knollen naar niet-besmette percelen verspreiden

Besmetting ligt overal op de loer

Knolcyperus kan zich snel op verschillende manieren verspreiden. De bestrijding van knolcyperus begint dan ook bij het voorkomen van verspreiding. Een goede machinehygiëne speelt hierin een grote rol. Landbouwmachines kunnen gemakkelijk besmette grond met zich meenemen en zo knollen verspreiden. Zo kan na het rooien tot wel 30 kilogram grond achterblijven op een tweerijige aardappelrooier. Bij een besmettingsgraad van slechts twee knollen per kilogram grond kan één machine zo tot 60 knollen naar andere percelen verspreiden. “Aarde-aanvoering is ook heel vaak een bron van besmetting”, aldus Callens. “Accepteer geen aarde van anderen.”

Niet alleen tussen twee verschillende percelen, maar ook binnen eenzelfde perceel is het opletten geblazen. Machines zoals ploegen, eggen of rooimachines kunnen knollen tientallen meters ver verslepen, wat leidt tot een snelle en onzichtbare uitbreiding van besmettingshaarden.

Verspreiding via aarde, maar ook via… mest van koeien

Knolcyperus verspreidt zich niet alleen via grond en machines, maar ook via organische reststromen zoals mest. Knolcyperus is zodanig hardnekkig dat de meeste knollen en zaden levensvatbaar blijven zelfs na pensvertering bij runderen. Na uitscheiding zal de plant gewoon opnieuw kiemen. Daarom is het belangrijk dat besmette gewasresten niet als veevoeder gebruikt worden en dat besmet stalmest niet op akkers wordt uitgereden. Ook compost met besmette gewasresten kan een bron van verspreiding vormen. "Landbouwers kunnen besmet plantmateriaal inkuilen in een maïskuil. Door de fermentatieprocessen worden de zaden en knollen na zes weken volledig afgedood", geeft Inagro mee in zijn informatiebrochure over knolcyperus.

Een belangrijke maatregel om verdere verspreiding te voorkomen, is het huidig teeltverbod van bol-, wortel- en knolgewassen op besmette percelen. Deze gewassen, zoals aardappelen, wortelen, bieten en uien, verhogen namelijk het risico op versleping van knollen via oogstmachines en reststromen.

Maïsteelt biedt uitweg

Een groot probleem bij het indammen van knolcyperus, is dat er in nauwelijks nog mogelijkheden bestaan voor effectieve curatieve bestrijding. In een aardappelteelt bijvoorbeeld is een effectieve selectieve chemische bestrijding van knolcyperus vrijwel onmogelijk. Hierdoor kan de besmetting in één seizoen met 1.950 procent toenemen.

“Er zijn vandaag twee herbiciden toegelaten met een werking tegen knolcyperus in mais. Enerzijds heb je Onyx, waarvan de actieve stof ook in bepaalde groenteteelten is erkend, maar daar is de toegelaten dosering echter te laag om knolcyperus effectief te bestrijden”, vertelt Callens. “Anderzijds heb je Callisto die enkel gebruikt kan worden in de maïsteelt. Dit is de enige teelt waarin chemische bestrijding nog mogelijk is.”

Maïs is bovendien een sterk concurrerend gewas dat zich snel ontwikkelt en een dicht bladerdek vormt. Daardoor bereikt minder licht de bodem en wordt de groei van knolcyperus afgeremd. Ook wintergranen zoals tarwe en gerst zijn daarom een optie, op voorwaarde dat het gewas gezond en legervast blijft. Ook spruitkool is dankzij de lange groeiperiode en dichte bladstructuur een geschikt gewas.

Telkens wanneer de knollen uitlopen, moet de groeicyclus onderbroken worden. Het principe is eenvoudig, maar de uitvoering vergt precisie en volharding

Inagro

Zwarte braak als uitputtingsslag

In plaats van een gewas te zaaien, is er nog ‘zwarte braak’. Daarbij wordt een perceel gedurende het groeiseizoen bewust zonder teelt gelaten om knolcyperus systematisch te verzwakken en uit te putten. Telkens wanneer de knollen uitlopen, moet je de groeicyclus onderbreken met een mechanische bewerking, thermische behandeling of gerichte chemische bestrijding. "Het principe is eenvoudig, maar de uitvoering vergt precisie en volharding", aldus Inagro. "Op permanent grasland kan ook intensieve begrazing of maaien helpen om knolcyperus terug te dringen. Hierbij wordt de vegetatie kort gehouden."

Knolcyperus kent geen grenzen

De opmars van knolcyperus is geen typisch Belgisch fenomeen. “Ik heb al contacten gehad met experten uit Spanje, Portugal, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Het onkruid rukt overal op en vormt in steeds meer landen een probleem”, aldus Callens.

En wie denkt dat knolcyperus een vrij recent fenomeen is, heeft het mis. Het onkruid verspreidt zich al sinds de jaren tachtig. De aandacht is de laatste jaren vooral toegenomen omdat knolcyperus zich door zijn exponentiële vermeerdering inmiddels zo sterk heeft verspreid dat het probleem steeds zichtbaarder wordt.

Over de verdere evolutie van het probleem durft Callens zich niet uit te spreken. “Het is koffiedik kijken. Sommige telers zijn er intensief mee bezig en proberen elke nieuwe besmetting meteen in de kiem te smoren. Maar dan heb je ook telers die er niet naar kijken.”  Aan bewustwording ontbreekt het volgens hem nochtans niet. “De meeste akkerbouwers zijn ondertussen wel op de hoogte van het probleem. De bestrijding van knolcyperus is ook opgenomen in de conditionaliteit van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). De voorbije jaren is er bovendien veel gesensibiliseerd. Maar uiteindelijk is het aan de teler zelf om zijn percelen te controleren.”

En wat is nu de ultieme tip of remedie tegen knolcyperus? “Absoluut vermijden dat je insleep hebt”, sluit Callens af.

Drones helpen bij het opsporen van knolcyperus
Uitgelicht
Automatische herkenning van knolcyperus is vandaag technisch haalbaar, maar enkel onder de juiste omstandigheden wat betreft gewas, perceel en weer. Zo luidt de uitkomst van h...
17 maart 2026 Lees meer

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek