Van resistente plagen tot AI: drie inzichten over de toekomst van gewasbescherming
nieuwsMet twee informatiesessies over gewasbeschermingsmiddelen wil Boerenbond het vaak gepolariseerde debat over het thema meer op feiten en praktijkervaringen baseren. Daarvoor bracht de landbouworganisatie beleidsmakers, onderzoekers en landbouwers samen. Tijdens de eerste sessie in West-Vlaanderen kwamen heel wat uitdagingen en bezorgdheden aan bod, maar ook mogelijke oplossingen. Van toenemende resistentie en snel oprukkende onkruiden tot de mogelijkheden van artificiële intelligentie. Hier zijn drie inzichten uit de sessie.
Om bij te dragen aan een beter geïnformeerd debat over gewasbeschermingsmiddelen, nodigde landbouworganisatie Boerenbond parlementsleden en sectorvertegenwoordigers uit voor een informatiesessie over het thema. “Discussies over gewasbeschermingsmiddelen zijn vaak sterk emotioneel geladen. Om verdere polarisatie tegen te gaan, organiseerden we twee informatiesessies, één in West-Vlaanderen en één in Vlaams-Brabant. Tijdens die bijeenkomsten kregen de genodigden wetenschappelijke inzichten en praktijkervaringen aangereikt, zodat toekomstige discussies op een beter geïnformeerde manier kunnen worden gevoerd”, klinkt het.
In de West-Vlaamse infosessie deelden drie landbouwers hun dagelijkse ervaringen op het terrein. Inagro en toxicoloog Pieter Spanoghe zorgden voor de wetenschappelijke inzichten, en ook VBT, Fegra en Ardo gaven hun kijk op het thema. Tal van inzichten kwamen aan bod. Hier zijn er drie op een rij.
1. Toenemende resistentie vormt een prangend probleem
De krimpende toolbox aan gewasbeschermingsmiddelen is geen nieuw inzicht. Misschien minder bekend is dat die evolutie ook resistentie-ontwikkeling in de hand werkt. “Voor een aantal teelten is de chemische toolbox bijna leeg. Hierdoor kunnen landbouwers nauwelijks of niet meer afwisselen tussen middelen met verschillende werkingsmechanismen”, aldus Ellen Pauwelyn, onderzoeksleider gewasbescherming bij Inagro. “Door telkens met hetzelfde product de plaag te moeten bestrijden, groeien de resistente stammen van de plagen en onkruiden en wordt het overblijvende middel steeds minder doeltreffend. Het is een vicieuze cirkel.” Uiteindelijk zullen enkel de resistente stammen overblijven en er geen product meer zijn om te bestrijden.
Zachte winters versterken die vicieuze cirkel. Doordat plagen gemakkelijker kunnen overwinteren, beginnen telers het nieuwe seizoen niet met een schone lei, maar worden ze meteen geconfronteerd met een verhoogde plaagdruk.
De gevolgen van de resistentie zijn al voelbaar in verschillende teelten. "In de aardappelteelt zijn ondertussen verschillende middelen waartegen de aardappelplaag resistent is. We adviseren om steeds gewasbeschermingsmiddelen met verschillende werkingsmechanismen af te wisselen", aldus Pauwelyn. Ook in spruitkool hebben telers steeds meer moeite om bladluizen en de witte vlieg onder controle te krijgen. "Dit is vooral het gevolg van het feit dat er te weinig middelen zijn om deze adequaat te bestrijden. Er wordt ook een resistentie van de overblijvende middelen vermoed, want men ziet dat sommige producten minder werken." Naast de aardappelen en spruitkool geven de aanwezige landbouwers ook mee dat onder meer bij suikerbieten sommige percelen ook al overwoekerd worden met melganzevoet en melde. En ook in de witloofteelt is onkruidbestrijding ondertussen bijzonder moeilijk.
2. AI kan gewasbescherming naar een hoger en gerichter niveau tillen
Artificiële intelligentie wordt vandaag onder meer al toegepast in precisiebespuiting en wied- en laserrobots. Via camera's en AI kunnen deze machines gewassen van onkruid onderscheiden. Waarna ze het onkruid mechanisch verwijderen, met een laser vernietigen of heel gericht bespuiten. Deze technieken kunnen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aanzienlijk verminderen. “De prestaties van deze machines staan of vallen met de kwaliteit van hun algoritmes”, aldus Pauwelyn. Die moeten worden getraind om gewassen en onkruiden onder uiteenlopende omstandigheden correct van elkaar te kunnen onderscheiden. “Voor heel wat gewassen en toepassingen zijn vandaag nog onvoldoende algoritmes beschikbaar. Ook zijn de robots vandaag nog erg duur."
AI kan de ontwikkeling van technologieën voor mechanische onkruidbestrijding wel in een stroomversnelling brengen en op termijn misschien een alternatief bieden voor nieuwe herbiciden, waarvan de ontwikkeling en toelating al snel tien jaar in beslag nemen.
3. Doornappel en knolcyperus dreigen Vlaamse percelen over te nemen
De twee hardnekkige onkruiden knolcyperus en doornappel vormen een snel opkomend probleem voor de Vlaamse landbouw. Beide verspreiden zich bijzonder gemakkelijk, zijn moeilijk te bestrijden en duiken op in verschillende teelten, waaronder maïs, aardappelen en suikerbieten.
Knolcyperus vermeerdert zich via ondergrondse knolletjes die jarenlang kunnen overleven. Chemische bestrijdingsmiddelen zijn er amper, enkel in de maïsteelt zijn nog een beperkt aantal herbiciden beschikbaar. Wanneer een landbouwer knolcyperus op zijn akker ziet, mag hij er geen wortel-, knol- en bolgewassen meer telen.
Ook doornappel is aan een opmars bezig. Met zaaddozen die honderden zaden bevatten en tot 70 jaar kiemkrachtig zijn, vormen ze ook een groot probleem voor veel akkerbouwers. Daarbovenop is doornappel ook bijzonder giftig, waardoor de plant niet in de voedselketen mag terechtkomen. Net als bij knolcyperus zijn de chemische bestrijdingsmogelijkheden beperkt. Er bestaan nog doeltreffende herbiciden, maar die zijn niet in alle teelten toegelaten. Daardoor moeten landbouwers de planten vaak met de hand verwijderen. Een bijzonder arbeidsintensieve en gevaarlijke klus door zijn giftigheid.
Aardappelteler Lemahieu-Ameloot uit Watou zag de hoeveelheid doornappel op zijn percelen in korte tijd fors toenemen. “Vorig jaar kon ik nog met mijn bestelwagen naar het containerpark rijden om de uitgetrokken doornappel af te zetten”, getuigt hij tijdens de infosessie. “Dit jaar was dat niet meer het geval. De lading was ondertussen verviervoudigd.” Hij kijkt dan ook met bezorgdheid naar de toekomst. “Als ze het fytoproduct tegen doornappel ook zullen afnemen, dan komt het niet goed met doornappel in Vlaanderen.”
Ook groenteteler Stephan Obin ziet de verspreiding van doornappel met lede ogen aan. “Eens je erop begint te letten, is het ongelooflijk hoeveel je er ziet. En niet alleen op akkers, maar ook in grachten en tuinen.”
"Chemische bestrijdingsmiddelen zijn niet de oplossing"
Tussen de aanwezigen waren ook Vlaamse parlementsleden Bart Dochy (cd&v) en Mieke Schauvliege (Groen). “Het was interessant om de ervaring van de drie landbouwers op het veld te horen”, geeft Schauvliege mee. “Die inzichten komen natuurlijk volledig vanuit de landbouw- en voedingsindustriehoek. Het dalende aantal beschikbare gewasbeschermingsmiddelen wordt als een bedreiging voor de sector gezien. Maar de middelen zijn ook een bedreiging voor het milieu. De impact ervan op het milieu en het drinkwater, alsook de impact van het cocktaileffect kwamen tijdens de sessie niet aan bod.”
Schauvliege erkent de problemen waarmee telers van onder meer spruiten, kolen, prei en witloof kampen doordat plagen steeds moeilijker te bestrijden zijn. Toch ziet ze chemische gewasbescherming niet als de oplossing. “Ik zie op dit moment ook niet hoe je bijvoorbeeld de wittevliegplaag kunt aanpakken. Dat is een gigantisch probleem, maar er zijn geen pasklare oplossingen op korte termijn. Chemische gewasbescherming is dat volgens mij ook niet. Daarmee zou je misschien het probleem voor de teelt oplossen, maar niet voor de gezondheid van de landbouwer die de middelen gebruikt, noch voor die van de omgeving. Er moeten afwegingen worden gemaakt.”
Vlaanderen wil tegen 2036 alle PFAS-gewasbeschermingsmiddelen uitfaseren. Voor Schauvliege en haar partij is dat te laat. “Die moeten op veel kortere termijn afgeschaft worden", zegt ze. En als er tegen dan geen alternatieven zijn? "De geschiedenis leert dat duidelijke deadlines innovatie stimuleren. Ik geloof dat er voldoende wetenschappelijke kennis is om alternatieven te ontwikkelen.”