OVAM screent resten gewasbeschermingsmiddelen: hoogste concentraties in tuinen
nieuwsOVAM brengt voor het eerst de impact van historisch gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de bodem in kaart. In 44 procent van de onderzochte bodemstalen vond OVAM sporen van minstens één gewasbeschermingsmiddel of een afbraakproduct terug, maar telkens zonder risico-overschrijding van de toetsingswaarden. Op landbouwpercelen lagen de concentraties doorgaans laag. De hoogste waarden werden vastgesteld in particuliere tuinen. Vooral DDT, een product dat ook particulieren gebruikten, blijkt een probleem.
De aanwezigheid van gewasbeschermingsmiddelen in voeding, oppervlaktewater en grondwater wordt vandaag al gemonitord, maar ook voor de bodem is het belangrijk om een beeld van de situatie te ontwikkelen. De studie van OVAM moest nagaan welke stoffen vandaag nog voorkomen, in welke concentraties en waar verdere monitoring het meest zinvol is.
De hoogste waarden werden niet op landbouwpercelen, maar in particuliere tuinen aangetroffen. Heel vaak ging het om DDT en afbraakproducten daarvan. Ook AMPA, een afbraakproduct van glyfosaat, werd in een aantal stalen teruggevonden. Glyfosaat zelf is minder vaak gemeten. "Waarom er meer detecties zijn in particuliere tuinen kunnen we niet met zekerheid zeggen", zegt Jan Verheyen van OVAM. "Het was geen onderdeel van het onderzoek. Maar het is inderdaad wel een opvallende vaststelling. "
Spuiten op de hond
Dat er in enkele particuliere tuinen verhoogde concentraties vastgesteld werden van bepaalde oude, inmiddels verboden gewasbeschermingsmiddelen is niet vreemd. Neem DDT, dat was halfweg de 20ste eeuw bij landbouwers en particulieren zeer populair. Het zat in spuitbussen tegen vliegen, muggen, vlooien, luizen en werd niet enkel in de tuin maar zelfs in huis en op huisdieren gebruikt. Pas vanaf de jaren 1960 groeide het besef dat DDT zich ophoopte in het milieu en schadelijk was voor vogels en andere dieren. Zelfs vandaag nog is er een link tussen DDT en actuele vogelsterfte.
Wie kippen heeft rondlopen in de tuin met een DDT-vervuilde bodem en hun eieren eet, loopt dus mogelijk een gezondheidsrisico. OVAM benadrukt wel dat de in de bodemstalen aangetroffen sporen niet wijzen op een overschrijding van de toetsingswaarden. Dat zijn grenswaarden die aangeven vanaf welk niveau er mogelijk een risico is voor mens of milieu.
118 bodemstaalnames
Het onderzoek gebeurde in drie erg verschillende regio’s: centraal West-Vlaanderen, de Noorderkempen en Haspengouw. Deze regio’s variëren niet alleen in bodemtype, maar ook in dominante teelten, zoals aardappelteelt, groententeelt en fruitteelt. OVAM en de onderzoeksorganisatie VITO namen begin dit jaar 118 stalen op 100 locaties in 26 gemeenten.
Naast landbouwpercelen en particuliere tuinen werden ook natuurgebieden, openbaar groen en recreatieterreinen onderzocht. Het merendeel van de bodemstalen werd verzameld in de bovenste bodemlaag, tot 30 centimeter diepte. Op een beperkt aantal locaties zijn aanvullend ook diepere bodemstalen genomen.
De staalnames gebeurden bewust buiten het groeiseizoen, om vooral residuen op te sporen die langer in de bodem aanwezig blijven. Over alle analyses heen werd in 52 van de 118 stalen (44%) minstens één gewasbeschermingsmiddel of metaboliet boven de rapportagegrens aangetroffen. In 32 stalen ging het om minstens twee stoffen. Het ging vooral om historische organochloorpesticiden zoals DDT en afbraakproducten daarvan.
Aangetroffen hoeveelheden beperkt
Maar wat met de impact van de middelen die we vandaag gebruiken? “De brede screening naar actuele gewasbeschermingsmiddelen leverde slechts een beperkt aantal detecties op”, meldt OVAM.
Hoe dan ook zijn de aangetroffen concentraties van een hoeveelheid die volgens VITO en OVAM geen risico met zich meebrengt. Meestal niet. In vier particuliere tuinen vormen de overschrijdingen wél een risico, of toch in scenario’s waarbij eieren van eigen kippen zouden worden geconsumeerd. In scenario’s zonder consumptie van eigen eieren werden geen overschrijdingen vastgesteld.