Reportage

Liesbeth Lambrecht oogst eerste kleurrijke paprika's: "Dit is nog altijd handwerk"

Reportage

Rode en gele paprika’s bengelen in de serres van familiebedrijf Gemapa in Nevele. Het seizoen is officieel begonnen, en dus krijgen ook de groenterayons van de supermarkt kleur van eigen bodem. De uitdagingen voor de sector zijn echter niet min. Resistentie en een inkrimpend bestrijdingsgamma maakt het moeilijk om het hoofd te bieden aan ziektes en plagen.

Vandaag Ruben De Keyzer
Liesbeth Gemapa

Zaakvoerder Liesbeth Lambrecht (39) rijdt met een oogstkar langs de eindeloze paprikarijen. Per plant worden drie hoofdstengels omhooggehouden met elk drie fijne witte draadjes. Wanneer de mobiele schaarlift van de oogstkar stijgt, zien we hoe de 196.000 plantjes worden rechtgehouden door een fijnmazig dradennetwerk, waar zelfs een doorwinterde poppenspeler bleek van wordt. Men rekent op een jaarlijkse productie van 30 kilo per vierkante meter.

Voor Lambrecht en haar team zijn de komende maanden cruciaal. Sinds oktober vorig jaar is er naarstig gewerkt om de paprika’s tot groei te brengen. In welke mate dat werk zal lonen, zal pas na de oogst duidelijk worden. Door klimaatopwarming is er de laatste jaren steeds meer overlap tussen het Belgische en het Spaanse teeltseizoen, al hebben de stormen in Almeria de lokale tuinbouwsector er een flinke klap toegedeeld. Een drama voor de telers ter plaatse, al geeft de wet van vraag en aanbod zo een nodig voordeel aan Belgische telers. Door een internationaal overaanbod waren de prijzen in 2025 rampzalig voor Belgische paprikateler. “Landbouw is de enige sector die met verlies mag verkopen”, zegt Lambrecht. Een beter 2026 moet soelaas bieden.

Paprika dradennetwerk serre

Sinds de oprichting van Gemapa in 1991, gesticht door Liesbeths ouders Gerda en Marc, is zowel de sector als het bedrijf onherkenbaar veranderd. Gerda en Marc begonnen met sla en tomaten, maar als teeltvoorlichter voor een zadenbedrijf leerde hij snel de paprika kennen. Zo besloot hij het roer om te gooien. De groente was toen al redelijk gekend in Vlaanderen, maar werd er amper geteeld. “In heel België had je er nog maar twee of drie”, zegt Lambrecht.

Buitenleven in de serre

Een gat in de markt, zo bleek. Vandaag bedraagt de serre 8,7 hectare, aangevuld met een indrukwekkende sorteerinstallatie. Maar hoezeer de teeltinstallatie ook is geëvolueerd: oogsten blijft handwerk. Met een fijn mesje worden geschikte paprika’s van de planten gesneden. De jonge groenten zijn allemaal groen, en verkleuren later naar een gele of rode kleur. De paprika’s worden geoogst wanneer ze voor 85 procent hun definitieve kleur hebben. “Er zitten drie dagen tussen de oogst en wanneer ze in de rekken liggen, dus zodra ze in de schappen liggen zijn ze helemaal rood”, zegt Lambrecht. Een paprikaweetje: groene paprika’s zijn rode paprika’s die vroeg worden geoogst. “Met Pasen in aantocht zijn het vooral de gele die het goed doen”, zegt de teler nog.

Een serre mag dan wel een gecontroleerde omgeving lijken, maar ze is niet hermetisch afgesloten en de buitenwereld blijft een factor. Soms is dat positief. Vogels die binnenvliegen langs de opening boven, zijn voor Lambrecht welkome gasten. “Hoe meer, hoe liever. De meest vogels blijven van de paprika’s af, maar ze eten wel de schadelijke insecten op”, zegt de teler. “Een uitzondering zijn merels, die kunnen de paprika’s beschadigen.”

Paprika controle serre Liesbeth Gemapa

Ziekten en plagen

De grootste uitdaging voor de telers komt ook van buitenaf: ziekten en plagen. Beestjes zoals spint of bladluis zijn steeds hardnekkiger te bestrijden, en richten zware schade aan bij de planten. “90 procent van onze bestrijding is biologisch”, zegt Lambrecht. “Veel middelen zijn vandaag niet meer toegelaten, en de plagen zijn ook resistent aan diverse producten. Daarom moeten we nog voor de start van het seizoen natuurlijke bestrijders zoals sluipwespen en lieveheersbeestjes opkweken.”

De natuur moet dus ook in deze kassen haar diensten bewijzen, al is dit makkelijker gezegd dan gedaan. Sommige bestrijders blijven enkel in leven als de plaag in kwestie aanwezig is, dus preventief uitzetten is niet mogelijk. Andere bestrijders zijn slechts beperkt effectief, en zowat alle bestrijding gaat ook gepaard met een economische kostprijs. “Reken maar vijf euro per vierkante meter voor al onze bestrijdingsmiddelen samen”, zegt Liesbeth. Die bestrijdingsmiddelen doorrekenen naar de eindconsument is volgens haar geen optie, want ze blijven onderhevig aan de veilingprijzen.

Tegen andere dieren zoals de stinkmijt, bestaat er geen bestrijdingsmiddel. “Ze zijn zo’n halve duimnagel groot, en de enige manier om ze te bestrijden; is door de dieren met de hand dood te pitsen”, zegt ze.

Bovendien moet er voortdurend worden gescout op nieuwe plagen. Dit lijkt onbegonnen werk, al zegt Lambrecht dat een geoefend oog schade al van enkele rijen verderop kan herkennen.” Er gebeuren ook geregeld sapanalyses. “Wij telen onze planten op substraat en weten heel goed wat onze plant opneemt”, zegt ze. “Het calciumgehalte is zo een belangrijke graadmeter voor de kwaliteit.”

Imago van glastuinbouw

Hoewel Liesbeth Lambrecht werkt in een letterlijk glazen huis, is er ook nog het imagoprobleem van grootschalige landbouw. “Buren hebben ons zien evolueren van een bedrijf van 1.000 vierkante meter naar dit”, zegt de teler. “Voor hen is dit geen landbouw meer, maar industrie. Alsof er geen groene vingers meer aan te pas zouden komen. Zo krijgen we commentaar als we aan het spuiten zijn met NeemAzal. Dat is een biologisch bestrijdingsmiddel  gebaseerd op zaden van de Neemboom, maar buren denken dat we met ‘vergif’ aan het sproeien zijn.”

Volgens haar is het niet evident om de werking van het bedrijf bij de buren te duiden. “Het is erg, zij wonen zonevreemd in landbouwgebied. Onze boerderij bestaat langer dan deze huizen. Toch doet men alsof wij de “indringers” zijn die overlast veroorzaken. Terwijl alles wat we doen binnen de normen valt voor dit type gebied.

sorteerinstallatie paprika gemapa

Seizoensarbeid

Liesbeth wil het niet aan haar hart laten komen. Moeilijke jaren of makkelijke jaren: bovenal wil ze elk teeltjaar afsluiten met een product waar ze fier op kan zijn. Met 28 man in totaal wordt het werk binnen en buiten de serre gebolwerkt. “Op vlak van seizoensarbeid mogen we niet klagen”, zegt ze. “We hebben veel hulp van Oekraïners. Vroeger mochten we geen niet-Europeanen hier laten werken, maar dat is sinds de oorlog veranderd.

Het werk gebeurt met twee ploegen. “De eerste ploeg komt hier in december. Zij weten perfect hoe ze de koordjes moeten aanbrengen aan de planten en hoe ze zich goed ontwikkelen. Vanaf april komt de oogstploeg. We werken tot 50 uren per week, maar ze zouden het niet anders willen. Deze mensen komen naar hier om zoveel mogelijk uren te werken om met een mooi spaarpotje naar huis te gaan. Moesten onze werkdagen korter zijn, er zou niemand meer langskomen.”

Energieprijzen

Een ander heet hangijzer in deze oorlogstijden is energie. De temperatuur wordt geregeld door twee WKK’s van 2 en 2,5 Megawatt. “Elektriciteit wordt op het net gestoken, grotendeels. De warmte die we overdag niet buiten hebben, wordt buiten in buffertanks gestoken van rond de 3.000 tot 4.500 kubieke meter aan warm water.”

Gele paprika

Alle water voor de planten wordt hergebruikt. “We vangen regenwater op via ons dak. Onze planten krijgen altijd ongeveer 30 procent te veel water, omdat we er rekening mee houden dat de ene meer drinkt dan de andere. Het restwater wordt opgevangen in kelders. Daar wordt de zuurtegraad weer geregeld en het water ontsmet zodat het opnieuw kan gaan naar de plant. Geen druppel gaat verloren.”

“Wat de stookkosten betreft, liggen onze contracten vast voor de komende drie jaar. Maar we houden natuurlijk ons hart vast voor hoe de situatie zal evolueren.”

Kleur of smaak?

“Als er iets is wat ik anders zou willen zien in de paprikateelt, is het een grotere focus op de smaak”, zegt Lambrecht tot slot. “Vandaag liggen alle paprikarassen door elkaar. Ik zie het verschil in de supermarkt, maar de meesten niet. Er wordt niet gekeken naar de smaak of Brix-waarde zoals bij tomaten.”

De verkoopbaarheid van paprika wordt vandaag vooral bepaald door kleur en grootte. Een geschikte blokpaprika is tussen 85 tot 95 millimeter diameter, niet groter en niet kleiner, en bevat voldoende kleur. “Misschien dat er in de toekomst ook naar andere zaken word gekeken. Ik zou het niet erg vinden moest smaak een grotere factor worden.”

BelOrta ziet dit jaar minder telers en minder areaal
Uitgelicht
Het aantal telers bij BelOrta zakt dit jaar voor het eerst onder de duizend. In een areaalenquête bij de coöperatieve groente- en fruitveiling gaf acht procent van de huidige...
24 maart 2026 Lees meer

Bron: Eigen berichtgeving

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek