Zo denken Belgen en Europeanen over landbouw
nieuwsEuropeanen hechten veel belang aan landbouw en een stabiele voedselvoorziening. Ze erkennen de klimaatbijdrage van landbouwers, maar vinden dat die hun productiewijze moeten aanpassen om klimaatverandering tegen te gaan, zelfs als de Europese landbouwsector daardoor minder concurrerend wordt. Dat blijkt uit de tweejaarlijkse Eurobarometer, die ook enkele Belgische bijzonderheden blootlegt.
Om de twee jaar peilt de EU naar de publieke opinie over de landbouw, het platteland en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Ook dit jaar vindt bijna alle Europeanen dat landbouw en plattelandsgebieden belangrijk zijn voor de toekomst van Europa (95%) en dat een stabiele voedselvoorziening cruciaal is (93%).
De meeste Europeanen vinden dat de voedselzekerheid in hun land de afgelopen tien jaar is toegenomen of gelijk gebleven. Gemiddeld ziet 38 procent een verbetering en 42 procent een stabiele situatie. Belgen zien echter minder vooruitgang. Slechts 28 procent zegt dat de voedselzekerheid is toegenomen, terwijl 51 procent geen verandering ervaart.
Zowel Belgen als alle Europeanen noemen 'extreme weersomstandigheden en klimaatverandering' het vaakst als risico voor die voedselzekerheid. In België staan geopolitieke gebeurtenissen op de tweede plaats. Het afnemende aantal landbouwbedrijven en de schaarste of aantasting van natuurlijke hulpbronnen delen de derde plaats. Europees staan natuurlijke hulpbronnen op twee en geopolitieke gebeurtenissen op drie. Het dalende aantal landbouwbedrijven komt pas op de vijfde plaats.
Landbouw en klimaatverandering
Meer dan zes op de tien Europeanen vinden dat de landbouw al een grote bijdrage heeft geleverd aan de strijd tegen klimaatverandering. In België deelt 64 procent die mening, maar die erkenning is zes procentpunten afgenomen sinds 2024.
Zeven op de tien vinden ook dat landbouwers hun productiewijze moeten aanpassen om klimaatverandering te bestrijden, ook als de Europese landbouw daardoor minder concurrerend wordt. Zo'n 40 procent is echter niet bereid om tien procent meer te betalen voor landbouwproducten die geproduceerd worden op een manier die hun koolstofvoetafdruk beperkt. Belgen denken hierover grotendeels hetzelfde als andere Europeanen.
Als belangrijkste maatschappelijke verantwoordelijkheid van landbouwers komt het leveren van veilig, gezond en duurzaam kwaliteitsvoedsel naar voren. Van de Europeanen rekent 52 procent dit tot de twee belangrijkste taken van landbouwers, tegenover 60 procent van de Belgen. Europeanen zien dit ook als de belangrijkste doelstelling van het Europese landbouw- en plattelandsontwikkelingsbeleid. Redelijke voedselprijzen voor consumenten en een eerlijke levensstandaard voor landbouwers vervolledigen de top drie.
Brede steun voor het GLB
Zeven op de tien Europeanen en Belgen vinden dat het GLB alle burgers ten goede komt, en niet alleen landbouwers. Over de milieu- en klimaatrol van het GLB zijn Belgen kritischer. Terwijl 67 procent van de Europeanen vindt dat het GLB die rol vervult, is dat in België 60 procent. Voor het stimuleren van duurzame voedselproductie liggen de positieve beoordelingen iets hoger: 70 procent Europees en 66 procent in België.
De financiële steun aan landbouwers, goed voor ongeveer 30 procent van de EU-begroting, is volgens 55 procent van de Europeanen 'net voldoende'. In België deelt 53 procent die mening. Belgen vinden de steun vaker te laag: 34 procent tegenover 29 procent Europees. Een kleine tien procent vindt de steun te hoog.
Op de vraag waarom de EU een aanzienlijk deel van haar begroting aan het GLB besteedt, is het meest genoemde antwoord dat voedselproductie in de EU duurder is dan in andere landen door de hogere normen. Daarna volgt de overtuiging dat financiële steun aan landbouwers de voedselvoorziening van Europeanen helpt garanderen.
Opvallend is dat het GLB in België relatief weinig bekend is. Zo heeft 35 procent van de Belgen er nog nooit van gehoord. Alleen in Italië ligt dat aandeel hoger. Luxemburg en Oostenrijk scoren gelijk met België.
Meerderheid positief over handelsakkoorden
Zeven op de tien Belgen beoordelen de EU-handelsakkoorden positief voor zichzelf als voedselconsument, evenveel als het Europese gemiddelde. Voor de gevolgen voor de landbouw is het enthousiasme kleiner. 36 procent ziet nadelige gevolgen voor de landbouw, tegenover 26 procent Europees.
56 procent van de Belgen vindt ook dat de EU handelsbarrières moet opleggen aan de invoer van landbouwproducten, met een uitzondering voor ontwikkelingslanden. Die steun ligt tien procentpunten lager dan in 2024. België behoort daarmee tot de landen waar de steun voor zulke barrières het sterkst is afgenomen.
Crevits “not amused” over EU-budgetvoorstel voor platteland
13 oktober 2025Positief Belgisch beeld van het platteland
Opvallend is hoe Belgen verschillende voorzieningen op het platteland duidelijk positiever beoordelen ten opzichte van de rest van Europa. Vooral de gezondheidszorg springt eruit: 73 procent van de Belgen oordeelt positief, tegenover 46 procent Europees. Ook onderwijs, werkgelegenheid, culturele activiteiten en snel internet krijgen in België een betere beoordeling.
De vervoersinfrastructuur krijgt zowel in België als Europees van ongeveer de helft van de respondenten een negatieve beoordeling. Daarmee is dit de slechtst beoordeelde plattelandsvoorziening in België. Milieu en landschap scoren het best, met 86 procent positieve en 13 procent negatieve beoordelingen bij de Belgen.
Werken met de natuur maakt het landbouwberoep volgens de respondenten het aantrekkelijkst. Moeilijke werkomstandigheden en financiële onzekerheid maken het beroep vooral onaantrekkelijk. België behoort tot de zes lidstaten waar financiële onzekerheid het vaakst wordt genoemd, door 56 procent van de respondenten. In de meeste lidstaten staan moeilijke werkomstandigheden bovenaan.
Beeld: Bioforum