Grootste teler van stekelbessen verliest serre door hagel
ReportageHagelstenen als golfballen vernietigden begin juni de glazen serre van Steve Vandercappellen uit Borgloon. "Gelukkig was de teelt van stekelbessen net achter de rug, waardoor we geen productie hebben verloren", vertelt de teler. Half juli ruimde hij met een aantal personeelsleden de laatste glasscherven op. Met 2,5 hectare behoort Vandercappellen tot de grootste stekelbessentelers van Vlaanderen. Deze winter plant hij op de brokstukken van de oude serre een nieuwe overkapping te bouwen. "Een upgrade van de serre stond al op het programma, maar niet zo snel."
Glasscherven liggen her en der verspreid over het worteldoek in de glazen serre van Steve Vandercappellen in Borgloon. Verderop scheppen een aantal medewerkers glazen platen in de kipper van de tractor, om deze vervolgens naar een container af te voeren. "We hebben tot na de oogst gewacht met het opruimen van het puin", vertelt de teler.
Met 2,5 hectare behoort Vandercappellen tot de grotere telers van stekelbessen in ons gewest. Stekelbessen worden ook kruisbessen genoemd. De vrucht, afhankelijk van de regio in Nederland en Vlaanderen, staat ook bekend als klapbes, knoesel of kroezel. Anders dan de vele benamingen is het areaal in België beperkt en werd het in 2025 op 11 hectare geschat. Acht daarvan is in beheer van BelOrta-telers.
Dalend areaal in België
De voorbije jaren laat het areaal een dalende trend zien. In 2020 bedroeg het Belgische stekelbessenareaal nog 14 hectare. Volgens de Limburgse teler komt deze afname vooral doordat oudere telers ermee stoppen en jongere telers er door de complexiteit niet mee beginnen. "De voorbije jaren zie je vooral veel takkensterfte. Dat is een ziekte waarvan de oorzaak niet bekend is en die plantages snel aantast."
Steve Vandercappellen blijft relatief gespaard van deze ziekte. Hij nam de teelt over van zijn vader en heeft deze ingepast in een reeks zachtfruit-teelten, waardoor hij zijn oogstseizoen kan rekken van half mei tot half oktober. "We beginnen met stekelbessen, stappen in juli over op rode bessen (één hectare) en vanaf augustus is het de beurt aan bramen (één hectare)."
De schrik van mijn leven
De oogst van stekelbessen was al een eind gevorderd toen de teler begin juni getroffen werd door een hagelbui. Hagelstenen ter grootte van een golfbal daalden neer op zijn terrein. Toen de teler de volgende ochtend poolshoogte ging nemen, bleek zijn serre volledig verhageld. "Dat was enorm schrikken. De serre stond er 40 jaar en ik had nooit gedacht dat deze zou kunnen verhagelen. Gelukkig was de oogst net achter de rug en was er ook weinig schade aan de planten", vertelt de teler.
De glazen serre beslaat een relatief klein areaal van de beschutte teelt, die grotendeels uit plastic overkappingen bestaat. "De serre is 40 jaar geleden gebouwd. Mijn vader is er gestart met aardbeien en heeft er vervolgens verschillende fruitgewassen geteeld. Sinds een jaar stond de serre vol met nieuwe stekelbesplanten op substraat. Door de glazen overkapping komen de stekelbessen hier het eerst in productie. Hierdoor, en doordat de jonge planten nog geen volledige productie geven, was de oogst al binnen toen de hagelbui viel", vertelt de teler. Ook de schade aan de planten was relatief beperkt.
In tegenstelling tot de glazen serre kwamen de folieoverkappingen er ongeschonden vanaf. Hieronder teelt hij het grootste deel van zijn stekelbessen, bramen en rode bessen. "Naast de glazen serre hebben we wel veel hagelschade aan onze pruimen", vertelt de teler, die op een halve hectare pruimen teelt.
“Vandercappellen is een cruciale leverancier voor de veiling”
Medio juli is er nog geen duidelijkheid over deze vruchten. "Misschien kunnen we een deel plukken voor de versmarkt en kan een ander deel naar de industrie. We hebben hierover contact met BelOrta, aan wie we al ons fruit leveren", aldus de teler. Ook over de toekomst van de vernietigde serre staat hij in nauw contact met de coöperatieve groente- en fruitveiling BelOrta. "Vandercappellen is een cruciale stekelbessenteler voor ons. Als zijn productie wegvalt, is dat voor ons ook een grote klap", vertelt Kris Jans, directeur fruit bij BelOrta.
De veiling hoeft zich echter geen zorgen te maken over de toekomstige aanvoer van stekelbessen. De 40-jarige teler wil de serre deze winter herbouwen. "We willen de structuur van de bestaande serre gebruiken en deze ophogen, om er vervolgens een foliekap overheen te trekken", vertelt hij.
Oude serre niet bestand tegen hittegolven
Deze plannen stonden al op het programma, maar pas over enkele jaren, geeft de teler aan. "Het is een oude, lage serre en door de steeds warmere zomers is hij steeds minder geschikt voor de teelt. We zagen steeds meer verbranding van het fruit." Hij wijst daarbij naar de moderne serrebouw, waarbij geraamtes worden opgetrokken die drie keer zo hoog zijn. "In een hogere serre is het makkelijker om de warmte buiten te houden."
Doordat een ontmanteling van de serre op de planning stond, was het financiële verlies min of meer ingecalculeerd. Een verzekering voor hagelschade had de teler niet. “De serre staat er al veertig jaar. Met de premies, die hiermee gemoeid zouden zijn geweest, hadden we ook een nieuwe serre kunnen bouwen”, verklaart hij de afwezigheid van een verzekering.
Terwijl de fruitteler de glasscherven afvoert naar een container, houdt zijn vader toezicht op de ontmanteling van de serre. "Ik heb de serre gebouwd en nu breekt mijn zoon haar af", vertelt Vandercapelle senior, die nog dagelijks meewerkt op het bedrijf. Tijdens het plukseizoen werken er tien seizoensarbeiders op het bedrijf.
Bedrijfsplanning in de war geschopt door hagel
Vandercappellen geeft aan dat deze arbeidspool ook de grootte van het bedrijf bepaalt. "Vroeger had ik ambities om uit te breiden, maar door de jaren heen ben ik me gaan beseffen dat ik een fruitteler ben en geen bedrijfsleider. Met meer dan tien seizoensarbeiders in dienst verlies ik het overzicht en moet ik als bedrijfsleider opereren. Daar ligt niet mijn passie."
De heropbouw en upgrade van de oude serre hebben de nabije toekomstplannen van de teler in de war geschopt. "Eigenlijk hadden we deze zomer gepland om een hectare te overkappen: een halve hectare voor de bramen en een halve hectare voor nieuwe stekelbessen, die een oudere plantage vervangen." Dat werk moet de teler enkele jaren vooruit schuiven. "We zijn een klein familiebedrijf en doen al het werk zo veel mogelijk zelf", besluit hij.