IBR-insleep bracht voortbestaan van het West-Vlaamse rode ras in gevaar
ReportageDe familie Monballiu werd begin 2024 op hun vleesveebedrijf getroffen door een IBR-insleep. Met uitzondering van zeven koeien waren al hun 650 runderen van zowel vlees- als melktype besmet en moesten afgevoerd worden. Behalve het dierenleed dreigde ook een grote klap voor het West-Vlaamse rode ras, dat tot het Vlaamse levend erfgoed behoort. Met ongeveer 550 dieren van het West-Vlaamse rode ras was de familie veruit de grootste kweker ervan. De veehouders kregen een fokkerijderogatie van de federale overheid en met een uitgedokterd fokkerijprogramma, waarbij sperma uit de jaren tachtig is ingezet, hebben ze een doorstart kunnen maken.
Een dozijn kalveren bevindt zich in iglo's vooraan op het rundveebedrijf van de familie Monballiu in Ramskapelle (Nieuwpoort). Onder de kalfjes een aantal Holsteins, een paar Belgische Witblauwen en een handvol West-Vlaamse roden. "Deze twee stiertjes zijn geboren uit embryo's die we hebben gewonnen van de beste koeien die anderhalf jaar geleden het bedrijf hebben verlaten met een IBR-besmetting", vertelt Tony Monballiu (38), die het bedrijf runt met zijn broer Andy. Ze namen het familiebedrijf in 2011 over van hun ouders.
Een IBR-uitbraak trof het bedrijf in februari 2024. "De koeien zijn waarschijnlijk in de weide besmet door runderen van een aanpalende weide die uitgebroken waren", vertelt de West-Vlaming. Alleen wist de boer aanvankelijk niet dat de dieren besmet waren en bij het opstallen werden ze met de rest van de veestapel vermengd, waardoor de insleep kon plaatsvinden. Bij een standaard monitoring in februari kwam de IBR-besmetting aan het licht. Met uitzondering van zeven dieren waren alle runderen getroffen.
Grote onzekerheid
Nadat de insleep was vastgesteld, verviel het gezin in grote onzekerheid. Het was juist een periode waarin de Belgische overheid een versnelling hoger schakelde in het IBR-programma, dat erop gericht was de hele Belgische veestapel tegen 2030 IBR-vrij te krijgen. "In deze periode mocht je nog enkele jaren voortboeren met besmette dieren, maar een paar maanden later in mei kwam het Koninklijk Besluit dat stelde dat IBR-besmette dieren tegen het najaar van 2024 geruimd moesten worden."
Op dat moment viel de grond weg onder de voeten van de veehouders, die 70 melkkoeien met jongvee en 550 vleeskoeien houden. Dat waren geen standaardvleeskoeien, maar dieren van het West-Vlaamse rode ras. "Mijn ouders en hun ouders hebben hun hele leven West-Vlaams rood vleesvee gekweekt", vertelt Monballiu, die al zijn dieren verkoopt aan de bekende slager-beenhouwer Dierendonck in Koksijde.
Levend cultureel erfgoed
Niet alleen het levenswerk van meerdere generaties dreigde ten onder te gaan, ook een stukje levend Vlaams erfgoed kwam hiermee onder druk te staan. Het West-Vlaamse rode ras behoort tot een handvol Vlaamse rassen dat met uitsterven bedreigd wordt. Volgens gegevens het Agentschap van Landbouw en Zeevisserij telde Vlaanderen begin 2024 809 vrouwelijke dieren en 234 mannelijke dieren van het West-Vlaamse rode ras, waarvan een derde op het IBR-besmette bedrijf liep. “Wij waren de grootste kweker van rode koeien ter wereld”, zegt Tony met een knipoog.
Het West-Vlaamse rode ras wordt traditioneel gehouden in de regio boven de rivier de IJzer, maar is de voorbije decennia ingeruild voor de efficiëntere Belgische Witblauwe runderen. Hetzelfde lot ondergingen het West-Vlaamse rode dubbeldoelras, het Oost-Vlaamse Wit-Rood en het Wit-Blauw dubbeldoelras; ook deze rassen staan op de lijst van levend cultureel erfgoed.
Derogatie voor fokkerij
Met dank aan CRV, DGZ en vooral door de bemiddeling van Dieder Vangindertael van het Vlaamse Agentschap Landbouw en Visserij slaagde de familie erin de urgentie duidelijk te maken aan federaal minister van Landbouw Clarinval (MR). Na maanden bang afwachten kreeg de familie in juni een derogatie op de verplichte afvoer van IBR-besmette dieren. "We kregen uitstel van afvoer en mochten de besmette veestapel nog tot eind 2024 laten afkalven en vervolgens afmesten", vertelt de boer. Medio 2025 werden de laatste besmette koeien afgevoerd en hebben we opnieuw een IBR vrij statuut.
IBR wordt via neus-neuscontact overgedragen, terwijl kalveren ook via de moederbiest besmet kunnen raken. "Daarom hebben we de kalveren direct na het afkalven bij het moederdier weggehaald en hebben we ze aangekochte biest gegeven", legt hij uit.
Sperma uit de jaren tachtig
Met hulp van CRV werd een noodfokkerijprogramma opgesteld waarmee ze binnen enkele jaren hun bloedlijn weer op peil hopen te brengen. Van de beste koeien werden embryo's gewonnen. De eerste embryokalfjes staan nu in de kalveriglo's te pronken. Hieronder ook nagenoeg twee unieke stiertjes, zij zijn ontstaan uit één embryo. Om de veestapel snel weer op peil te brengen, werden niet alleen West-Vlaamse rode koeien aangekocht, maar ook heel wat Belgische Witblauwe runderen. Alle runderen worden standaard geïnsemineerd met sperma van West-Vlaamse rode stieren. "Omdat de achtergrond van de aangekochte dieren niet altijd bekend is, is het niet altijd evident welke stieren te gebruiken. Daarbij is de kans op inteelt te groot", legt de vleesveehouder uit.
HIj vervolgt: "CRV heeft de voorbije decennia een genenbank aangelegd waar onder andere nog sperma inzit van West-Vlaamse rode stieren uit de jaren tachtig. Via hen kunnen we terugkeren naar de basis van het West-Vlaamse rode ras, maar het aantal rietjes ervan is echter beperkt, we gebruiken deze bijzonder gericht. Intussen zijn hier ook enkele kalfjes uit geboren waaronder een dochter van de stier Chopin."
Ook de Wit-Blauwe runderen worden bevrucht met West-Vlaams rood sperma en de vrouwelijke nakomelingen zullen in de toekomst verder ingekruist worden met rode stieren. Het aantal kalfjes uit witblauwen gekruist met een rode stier die geboren worden met een rode vacht, is groot. "Na selectie en gericht inkruisen moet het zo mogelijk zijn de bloedlijn te herstellen ", aldus Monballiu, die inmiddels weer 250 dieren heeft van het West-Vlaamse rode ras. Over een jaar of twee hoopt hij weer volledig op het oude niveau te zitten en naast het melkvee opnieuw uitsluitend enkel West-Vlaams rood te kweken.
Kritisch op de overheid
Hoewel de teler dankbaar is voor de fokkerijderogatie, heeft hij ook kritiek op het overheidsoptreden. "Men had nooit een vaccinatiestop moeten inlassen. België was daar nog niet klaar voor", vertelt de kweker over de IBR-strategie, waardoor hij in 2022 stopte met vaccineren tegen de ziekte.
Ook over de financiële compensatie is hij allerminst tevreden. "De compensatie die gegeven werd voor de dieren was onvoldoende om de dieren te vervangen ", vertelt de boer. “Men ging er teveel vanuit dat de dieren nog afgemest konden worden en dat bijvoorbeeld de melkkoeien al wat ouder waren; terwijl we altijd bewust hebben ingezet op langleefbaarheid. Om de melkveestapel te vervangen hebben we melkkoeien kunnen overnemen van de Abdij van Averbode. Die stopte in de loop van 2024 met de melkveehouderij wegens de stikstofdruk. “Zij kweekten met het ras Simmentaler, eveneens een rundveeras met een rode vacht. De koeien passen mooi binnen ons bedrijf en we willen dan ook heel graag met dit ras verder kweken voor onze melkveestapel.”
Compensatie niet voldoende
Voor de koeien die verder gehouden werden, ontving de rundveefamilie omwille van de derogatie helemaal geen compensatie. Omdat deze dieren volgens de visie van de overheid allemaal mestrijp konden worden afgevoerd. "Maar wij hebben afgemeste koeien afgevoerd die bij lange na hun gebruikelijke gewicht niet behaalden", aldus Monballiu, die het transport van de IBR-besmette dieren naar het slachthuis steeds zelf voor zijn rekening neemt.
Mijn zussen en ik hebben in deze periode elk een kindje gekregen. Het geluk dat daarmee gepaard gaat, is overschaduwd geweest door het verdriet op het bedrijf. Maar het geloof begint terug te keren, net als de goesting in het werk
De veehouder mest zijn stierkalveren af op 24 maanden, waarbij de dieren een gewicht van 850 tot 950 kilo hebben. De vrouwelijke dieren verlaten na drie afkalvingen het bedrijf en wegen dan eveneens tussen de 850 en 950 kilo. "Sommige stieren hebben we niet tot het einde kunnen afmesten en vrouwelijke dieren hebben we na een of zelfs geen afkalvingen moeten afvoeren. ’We zijn heel wat kilo’s misgelopen, maar het ergste is en blijft het verlies van onze genetica", vertelt de boer. “Jarenlang hebben we de best mogelijke kruisingen gemaakt binnen het West-Vlaams rood, rekening houdende met de afkomst van elk dier, en dat moest helaas allemaal afgevoerd worden”.
Daarnaast leverde de besmetting de boeren ook andere kosten en veel extra werk op. "Zo stond er veel druk op de aankoop van nieuwe dieren en de isolatie van de koeien. De besmette en gezonde dieren moesten afgezonderd worden", vertelt de boer. "Dit extra werk en ook de kosten die gepaard gaan met de embryo's; het zijn zaken waar niemand bij stilstaat."
“Nog niet helemaal onze veestapel”
Tony noemt de komst van Simmentalers het enige positieve element dat ze van de IBR-besmetting hebben meegenomen Hoewel ook het herstel van de West-Vlaamse veestapel voorspoedig verloopt, lopen de boeren ook tegen problemen aan. "Bij het aankopen van dieren trek je sowieso ook ziektes aan. Sommige dieren kampen met klauwproblemen, iets waar we voordien helemaal geen last van hadden", vertelt de veehouder.
Tony, die inmiddels weer kan lachen, blikt met negatieve gevoelens terug op de voorbije twee jaren. "Mijn zussen en ik hebben in deze periode elk een kindje gekregen. Het geluk dat daarmee gepaard gaat, is overschaduwd geweest door het verdriet op het bedrijf. Maar het geloof begint terug te keren, net als de goesting in het werk", besluit de boer. “Een derde van de veestapel kleurt intussen weer volledig rood en daarmee worden we wederom de grootste kweker van het West-Vlaamse rode ras”, glundert Tony terwijl hij naar zijn zoontje wijst. "Een volgende generatie staat al klaar om hier mee verder te kweken."
Strategie rond behoud van oude, lokale rassen
Waarom is het belangrijk om dit ras in stand te houden? We vroegen het aan Agentschap Landbouw en Zeevisserij dat onder andere een premie voorziet voor het houden van zeldzame lokale rassen.
Genetische diversiteit: Dit voorkomt afhankelijkheid van een beperkt aantal universele rassen en geeft mogelijks bescherming tegen ziekten en klimaatschommelingen. Behoud van genetische variatie geeft een diersoort meer mogelijkheden tot verandering en aanpassing.
Cultureel erfgoed: Behoud van regionale tradities.
Ecologische veerkracht: Lokale rassen zijn vaak beter aangepast aan verschillende milieus en vereisen minder externe inputs.