Regen eerder nadeel dan zegen voor de maïsteelt”
nieuwsDe regen die deze dagen verwacht wordt in Vlaanderen, lijkt eerder een vloek dan een zegen voor de landbouwers. “Misschien kan vijf of tien procent van de maïs nog wat meer zetmeel vergaren door de regen, maar voor het gros van de hakselmaïs is het te laat en is het aangewezen om te oogsten. Daarbij kan de regen eerder een spelbreker zijn in de planning”, aldus agronoom Thomas Truyen.
Boeren die denken dat de regen nog kan helpen bij de verdere korrelvulling en zetmeelaanmaak van maïs, moeten volgens Limagrain-agronoom Thomas Truyen een tweede keer nadenken. Volgens Truyen geldt dit slechts voor hooguit vijf of tien procent van de maïs in Vlaanderen.
Veel percelen zijn in slechte toestand. In veel gevallen heeft de maïs geen kolf kunnen aanmaken. Volgens Truyen is het aangewezen om toch niet langer te wachten met de oogst. “Als de maïs geen kolf heeft aangemaakt, is het zaak om zo snel mogelijk te oogsten. De maïs moet in deze gevallen voedertechnisch als gras gezien worden. Langer wachten zorgt voor een houtachtig gewas en doet afbreuk aan de voederkwaliteit.”
Bij deze percelen is de regen dus eerder een spelbreker. “Door de regen wordt de planning van de loonwerkers en veehouders verstoord”, aldus de agronoom, die zeer grote verschillen in de maïskwaliteit ziet over heel Vlaanderen. Vooral op de lichtere gronden zonder beregening is de kolfvorming uitgedoofd.
Voor de percelen die tussen deze twee uitersten liggen - waarbij goede stukken in het perceel met slechte stukken worden afgewisseld - heeft Truyen een minder eenduidig advies. “Boeren moeten hun percelen goed opvolgen en dagelijks de afweging maken of het tijd is om te hakselen.”
Het juiste moment is ook nog sterk bedrijfsafhankelijk. “Sommige bedrijven hebben meer baat bij maïs als zetmeelbron, terwijl andere boeren eerder op opbrengst en een goede verteerbaarheid focussen”, klinkt het.
Hakselen of niet?
Ook het Landbouwcentrum voor Voedergewassen (LVC) adviseert om de toestand op het veld nauwlettend in de gaten te houden en in samenspraak met de voeradviseur het juiste oogstmoment af te stemmen. Voor de heterogene percelen waar zowat alle vormen van kolven voorkomen en die mogelijk al deels verdroogd zijn, adviseert het LVC te overwegen om niet te hakselen. “Hakselen is één optie, maar er moet dan rekening gehouden worden met een lagere voederwaarde. Bij zulke percelen kan de mogelijkheid bekeken worden om als MKS of CCM te oogsten. Op deze manier kan er toch nog een zetmeelrijk product geoogst worden.”
LVC test de afrijping van vijf verschillende maïsrassen op elf locaties in Vlaanderen. Volgens hun metingen is het ultravroege ras op vrijwel alle locaties oogstklaar, terwijl ook de vroege maïs het oogststadium bereikt. Voor de late rassen moeten boeren op sommige percelen nog twee weken wachten, terwijl andere percelen nu al oogstrijp zijn.
Deze metingen stemmen overeen met de realiteit op het veld. Thomas Truyen constateert dat de boeren sinds twee weken volop bezig zijn met het hakselen van maïs. Door het warme weer is de oogst, die traditioneel in september piekt, sterk vervroegd. “Ik denk dat de hakselmaïs tegen 10 september uiterlijk volledig binnen is.”