Belgische veevoederproductie blijft stabiel in woelig jaar: "Dat is een prestatie op zich"
nieuwsHet jaar 2025 werd gekenmerkt door een uitdagende context van geopolitieke spanningen, verstoorde handelsstromen en toenemende beleidsdruk. Toch wist de Belgische veevoedersector stand te houden. De productie steeg lichtjes met 0,6 procent tot 6,75 miljoen ton voeder. “In tijden van grote onzekerheid is stabiliteit op zich al een prestatie, zeker als je het vergelijkt met de ons omringende landen”, zegt Rik Vandeputte, voorzitter van de Belgian Feed Association (BFA).
Stabiele productie en omzet
De 122 veevoederfabrikanten die zijn aangesloten bij BFA, produceerden in 2025 6,75 miljoen ton veevoeder. Als voormengsels niet meegerekend worden, dan gaat het om 6,53 miljoen ton. De omzet van de sector bedroeg 6,3 miljard euro. Daarmee liggen zowel de omzet als de productie in lijn met die van 2024. Dat was een topjaar voor de Belgische veevoedersector, want toen steeg de productie op een jaar tijd met maar liefst 4,8 procent.
“Het resultaat van dit jaar is misschien wel minder spectaculair, maar toch kunnen we zeggen dat het gewoon sterk is”, aldus Vandeputte. Hij vergelijkt de situatie in België met die in Nederland, waar de veevoedersector voor het tweede jaar op rij sterk gekrompen is. “Ondanks alle onzekerheid en geopolitieke spanningen houdt onze sector stand. Dat is het resultaat van hard werken, van ondernemerschap en van kort op de bal spelen”, zei hij tijdens de jaarvergadering van BFA die doorging in de pas geopende Feed Pilot van ILVO in Merelbeke-Melle.
Helft van productie blijft varkensvoeder
Binnen de totale productie blijft varkensvoeder met 48 procent het grootste segment, gevolgd door rundveevoeder (23%) en pluimveevoeder (20%). Het aandeel voeders van paarden, hobby- en gezelschapsdieren bedraagt acht procent. In vergelijking met vorig jaar daalde de productie van varkensvoeder licht (-0,4%), terwijl rundveevoeder een beperkte groei kende (+1%). De groei situeerde zich vooral bij de pluimveevoeders (+3,3%) en de hobbyvoeders (+2,8%).
De sterkste daling was er voor de voormengsels en additieven. Daar bedroeg de productie in 2025 225.761 ton, geproduceerd door 22 fabrikanten. Dat is een daling van 4,5 procent in vergelijking met een jaar eerder. Vooral de moeilijke exportomstandigheden spelen een rol bij die daling, stelt BFA. Volgens voorzitter Vandeputte blijven de beschikbaarheid van grondstoffen en de impact van de verstoring van de internationale handelsstromen cruciale aandachtspunten voor de hele veevoedersector.
Verwachtingen voor 2026
Dat heeft ook gevolgen voor de grondstoffenprijzen in 2026. Die gaan sinds begin dit jaar in stijgende lijn. BFA verwacht dan ook dat de veevoederprijzen licht zullen toenemen. Een andere verwachting voor 2026 is dat de productie van varkensvoeders zal dalen omdat ook de varkensstapel afneemt door alle stikstofmaatregelen. Ook de vleesveesector zal een lichte krimp vertonen, terwijl de melkveestapel eerder zal stijgen. Voor pluimvee is het nog wat koffiedik kijken, meent de BFA-voorzitter. “Er zijn heel wat uitbreidingen aangevraagd. Als die er effectief komen, dan zal de productie van pluimveevoeder zeker toenemen.”
Stopzetting met antibiotica gemedicineerde voeders
Daarnaast kondigde BFA ook aan dat de sector eind 2026 zal stoppen met het produceren van met antibiotica gemedicineerde voeders. Dat is het eindpunt van een traject dat de sector ruim tien jaar geleden inzette. Jaar na jaar daalde de verkoop van met antibiotica gemedicineerde voeders, tot -92 procent in 2025 tegenover referentiejaar 2011. “Dit jaar volgt de laatste stap”, legt Katrien D’hooghe uit, managing director van BFA. “Al onze leden hebben zich daarvoor geëngageerd.” Zij looft de nauwe samenwerking tussen veehouder, veevoederfabrikanten en dierenarts. “Zij hebben dit mogelijk gemaakt.”
Bioveiligheid als continu aandachtspunt
2025 was ook een jaar met heel wat dierziekten. “We zagen onder meer vogelgriep, Afrikaanse varkenspest, blauwtong, maar ook lumpy skin disease, IBR en mond-en-klauwzeer oprukken in Europa”, duidt D’hooghe. Dat was voor BFA de reden om zijn bioveiligheidsprotocollen te updaten. “Deze protocollen geven onze leden handvaten om verspreiding van dierziekten maximaal tegen te gaan.” Dat is belangrijk volgens haar, want veevoederbedrijven gaan van het ene bedrijf naar het andere om voeder te leveren.
Pionieren met methode voor milieu-impact
Een ander belangrijk punt waar de diervoederorganisatie in 2025 verder werk van heeft gemaakt, is het in kaart brengen van milieu-impact van voeder. “Dat is echt pionieren geweest”, benadrukt Katrien D’hooghe. Maar ondertussen ligt er een methode op tafel die het mogelijk maakt om efficiënt data te verzamelen en uit te wisselen tussen ketenpartners. Zodat een robuuste klimaatimpact-analyse kan worden berekend voor voeder, melk en varkens. Voor vleesvee is de methode in ontwikkeling.”
Deze methodologie mag ook rekenen op internationale erkenning. “We zien dat er heel wat belangstelling uit het buitenland is voor onze methode”, zegt D’hooghe. Zij wijst erop dat aan het ontwikkelen ervan en het verzamelen van de gegevens een kostenplaatje hangt. “Het is de bedoeling dat retailers die deze data willen om hun duurzaamheidsinspanningen in kaart te brengen, er ook voor zullen moeten betalen.” Al beseft de veevoedersector dat die daar niet meteen staat voor te springen.
Voedselveiligheid meetbaar maken
Een nieuw project dat in 2026 verder wordt uitgerold, heeft de naam Qualimix+ gekregen. “Hiermee willen we de voedselveiligheidscultuur bij onze bedrijven meetbaar maken. Het Voedselagentschap (FAVV) is hierbij betrokken”, klinkt het. Er zal een scoretool ontwikkeld worden en er komt een benchmark zodat veevoederbedrijven hun score kunnen vergelijken met die van sectorgenoten. Speciale aandacht is er ook voor monstername. Hier wil BFA gaan samenwerken met ILVO. “We gaan opleidingen en trainingen in de Feed Pilot aanbieden om de kwaliteitscultuur bij onze bedrijven te verbeteren”, aldus nog Katrien D’hooghe.