nieuws

Onderzoek doorprikt twijfel rond methaanreducerend voederen met gras en lijnzaad

nieuws

Nieuw praktijkgericht onderzoek bevestigt dat geëxtrudeerd lijnzaad in Vlaamse grasrijke rantsoenen de methaanuitstoot bij melkvee met vijf procent verlaagt, zonder verlies aan melkproductie. Opvallend is dat het effect ook behouden blijft bij een hoger aandeel gras in het rantsoen. “Vroeger werd vaak gedacht dat meer gras het methaanreducerende effect zou afzwakken, maar dat blijkt dus niet zo te zijn”, duidt onderzoekster Joni Van Mullem van ILVO en UGent. Ze onderzocht haalbare oplossingen voor melkveehouders die klimaatrobuust graslandbeheer willen combineren met methaanreducerende voedermaatregelen. Daarbij stootte ze op nog enkele veelbelovende resultaten

Vandaag Jozefien Verstraete
melkvee graskuil_ILVO

Volgens een evaluatierapport van het Convenant Enterische Emissies Rundvee (CEER) pasten in 2024 slechts 206 Vlaamse melkveehouders methaanreducerende voedermaatregelen toe. Dat het methaanreducerend voederen moeilijk doorbreekt, heeft volgens Van Mullem verschillende oorzaken. “Vanuit de wetenschap kwam lange tijd geen eenduidige boodschap. Sommige studies toonden aan dat toevoegingen, zoals vetten afkomstig van lijnzaad en koolzaad en Bovaer, methaan kunnen reduceren in maïsrijke rantsoenen. Andere studies suggereerden dan weer dat gras in het rantsoen die effecten afzwakt”, zegt ze.

“Daarnaast waren de erkende maatregelen binnen het CEER aanvankelijk gekoppeld aan erg strenge rantsoenvoorwaarden. Bij geëxtrudeerd lijnzaad mocht gras bijvoorbeeld maximaal 35 procent van het rantsoen uitmaken en moest er minstens 45 procent maïs in zitten. Voor veel boeren was die regeling door de kleine marges in de praktijk moeilijk haalbaar. Ze konden niet garanderen dat die samenstelling het hele jaar door behouden bleef.”

Ondertussen werden die strikte rantsoenvoorwaarden aangepast. En dat bleek de correcte keuze te zijn uit het doctoraatsonderzoek van Joni Van Mullem. “De oorspronkelijke marges waren gebaseerd op enkele experimentele studies en op de wetenschappelijke literatuur waarin vaak extreme rantsoenen worden getest”, geeft ze mee. “In de praktijk komen zulke extreme condities amper voor. Daarom focuste ik me in mijn onderzoek op dosissen en rantsoenen die veehouders effectief gebruiken. Daaruit bleek dat de methaanuitstoot nog altijd met vijf procent daalt.”

Lijn- en koolzaad in grasrijk rantsoen vormt een haalbare klimaatmaatregel voor melkvee

Joni Van Mullem - Doctoraatonderzoekster van ILVO en UGent

“Zo’n 400 gram ruw vet per dag uit geëxtrudeerd lijnzaad is al voldoende om de methaanreductie te halen, ongeacht het aandeel graskuil in het rantsoen en zonder effect op de melkproductie”, gaat de onderzoekster verder. “Het effect wordt dus niet afgezwakt bij een verhoogd aandeel gras.”

Om de kostprijs van geëxtrudeerd lijnzaad te drukken, kan koolzaad 44 procent van het plantaardige vet vervangen. Dat is beter beschikbaar en is goedkoper. Die combinatie zorgde in het onderzoek zelfs voor een methaanreductie van 11 procent, opnieuw zonder impact op de melkproductie en ongeacht het aandeel gras. “In tegenstelling tot het grote onderzoek naar geëxtrudeerd lijnzaad, gebeurde deze studie wel met een beperkt aantal dieren. Het reductiepotentieel moet daarom nog bevestigd worden in grootschaliger onderzoek”, aldus Van Mullem. “Maar er kan alvast zonder twijfel gezegd worden dat lijn- en koolzaad in grasrijk rantsoen een haalbare klimaatmaatregel voor melkvee vormt.”

Graslandkruiden, vlinderbloemigen en wilde planten: hoog potentieel, maar (nog) niet praktisch toepasbaar

In een verkennende onderzoeksfase onderzocht Joni Van Mullem ook methaanreducerende graslandkruiden, vlinderbloemigen en wilde planten. “Ik testte heel wat plantenmateriaal onder labo-omstandigheden. Daaruit volgen nog geen praktijkgerichte aanbevelingen, maar ik zie wel veel potentieel voor verder onderzoek. Positieve resultaten in het labo geven een eerste indicatie voor potentiële effecten in de praktijk”, zegt ze.

Zo behaalde bont kroonkruid in het labo een methaanreductie van 41 procent. Daarnaast bleken andere graslandkruiden en vlinderbloemigen in kuilvoer geen nadelig effect te hebben op de methaanuitstoot.

Joni Van Mullem onderzocht ook voederstrategieën die voor biologische melkveehouders haalbaar zijn. Daarbij concentreerde ze zich op wilde planten, struiken en bomen die grazende koeien kunnen tegenkomen. “Maar liefst 27 van die planten bleken effectief een matig tot sterk methaanreducerend effect te hebben. Zelfs wanneer dat effect gecorrigeerd werd voor de lagere verteerbaarheid. Vooral jonge twijgen van tamme kastanje sprongen eruit, met een methaanreductie van 94 procent in het labo”, vertelt ze. “Dat is veelbelovend om verder te onderzoeken. Momenteel worden opties verkend om dit verder uit te werken.”

Volgens haar blijft bijkomend onderzoek naar methaanreducerende voedermaatregelen nodig. “Vandaag zitten we wat vast. Er zijn een 15-tal erkende voedermiddelen, maar die waaier moet breder. Vlaanderen kent veel verschillende bedrijfsvoeringen en niet elke maatregel past overal.”

Ze hoopt daarom dat toekomstig onderzoek meer praktijkgerichte en flexibele oplossingen kan opleveren, zodat meer melkveehouders de stap naar methaanreductie ook effectief kunnen zetten.

Op bezoek bij hét Ierse praktijkvoorbeeld van duurzame intensieve melkveehouderij
Uitgelicht
Zo’n 100 kilometer ten zuiden van Dublin, midden op het Ierse platteland, brengen Alan en Cheryl Poole landbouw en natuur samen op hun melkveebedrijf. Zoals de meeste rundveeb...
21 april 2026 Lees meer

Beeld: ILVO

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek