Reportage

Op bezoek bij hét Ierse praktijkvoorbeeld van duurzame intensieve melkveehouderij

Reportage

Zo’n 100 kilometer ten zuiden van Dublin, midden op het Ierse platteland, brengen Alan en Cheryl Poole landbouw en natuur samen op hun melkveebedrijf. Zoals de meeste rundveebedrijven in Ierland werken ze met een grasgebonden, circulair systeem waarbij de mest op het eigen land blijft. Dankzij een mestderogatie mogen Alan en Cheryl meer mest afzetten dan hun Vlaamse collega-melkveehouders. Die derogatie lijkt geen tegenstelling te vormen met hun aandacht voor natuur, maar past binnen een bredere aanpak rond mest en water op het bedrijf.

Vandaag Jozefien Verstraete
koeien van de poole farm

In het hart van County Wexford, op een uurtje half rijden van Dublin, runnen Alan en Cheryl Poole een Iers melkveebedrijf. De boerderij ligt verscholen in een golvend lappendeken van grasvelden opgedeeld door hagen, kronkelende wegen en riviertjes.  Samen met hun drie kinderen beheren ze 41 hectare grasland en een zeventigtal stamboek Holstein-Friesiankoeien. Hun boerderij wordt onder de Ierse categorie van intensieve en hoogproductieve melkveebedrijven gerekend, en krijgt ook een mestderogatie waarbij ze meer dierlijke mest dan 170 kg per hectare mogen uitrijden op hun percelen. Toch is het bedrijf van Cheryl en Alan geen doorsnee Iers melkveebedrijf.

familie poole

“We hebben op het bedrijf twee doelstellingen. De eerste is om een inkomen te garanderen dat voldoende zekerheid biedt voor de zorg van onze gehandicapte zoon en dat toelaat om onze andere kinderen te laten studeren”, vertelt Cheryl. “Tegelijkertijd willen we ook voldoende ruimte geven aan de omgeving en natuur om zich verder te ontwikkelen. We zijn ervan overtuigd dat biodiversiteit- en waterkwaliteitsbescherming hand in hand kunnen gaan met intensieve melkveehouderij. We willen van ons bedrijf kunnen leven, zonder de zalm te storen die in de rivier door onze boerderij stroomt. De zorg voor deze rivier is sinds dag één een zeer hoge prioriteit. Onze kinderen brengen elke zomer uren door in de rivier. Het is een bijzondere plek voor ons en de mensen uit de buurt, haar beschermen voelt vanzelfsprekend. Langs de rivier vind je ook allerlei ecosystemen en tal van dieren die er hun thuis hebben zoals otters, ijsvogels, vleermuizen, libellen, vissen en nog veel meer.”

Kleinere veestapel, optimalisatie van management

Cheryl en Alan werken beide fulltime op de boerderij. Voor twee inkomens hebben ze gemiddeld een kleinere veestapel dan andere Ierse melkveebedrijven, die meestal rond de 90-110 koeien tellen. Om het productieverlies van een kleinere veestapel op te vangen, zijn Alan en Cheryl zich gaan focussen op de optimalisatie van hun huidig systeem. Het bedrijf zet hard in op datagedreven managementpraktijken zoals bodemstalen, kuilvoeder- en melkanalyses om de efficiëntie continu te verbeteren. Met succes, want vandaag leveren ze melk met vet- en eiwitgehaltes die tot de top tien procent behoren van hun coöperatie.

Alle mest terug naar het grasland

Anders dan in Vlaanderen, staan Ierse koeien slechts twee tot drie maanden op stal. De koeien komen in november, december op de stal en gaan doorgaans in februari opnieuw naar de weide. Dit weidesysteem heeft enkele economische, ecologische en bedrijfsspecifieke gevolgen. Eerst en vooral kent Ierland geen mestverwerking of -handel zoals Vlaanderen. Doordat de dieren lange tijd op de weide staan, produceren ze minder mest in de stal. En omdat Ierland nauwelijks akkerbouw heeft, gaat die mest vrijwel volledig naar het eigen grasland.

Door onze grote capaciteit in mestopslag hebben we genoeg marge om telkens te wachten op optimale bodemomstandigheden en droge periodes om mest uit te rijden

Cheryl Poole - Ierse melkveehoudster

Voldoende mestopslag hebben op de boerderij om de winterperiode te overbruggen, is daarbij essentieel. Een hogere nationale opslagcapaciteit was ook een voorwaarde bij de derogatie die Ierland vorig jaar kreeg van de Europese Commissie. Cheryl en Alan investeerden enkele jaren geleden in een overdekte mestopslagtank en een aparte tank voor vervuild water uit de melkstal. “De capaciteit is veel groter dan de minimumvereisten”, aldus Cheryl. “Dit zorgt ervoor dat we genoeg marge hebben om telkens te wachten op optimale bodemomstandigheden en droge periodes om mest uit te rijden. Daarnaast hebben we ook een derogatie gekregen waardoor we meer dierlijke mest mogen uitrijden dan de toegelaten 170 kg per hectare. Het verlies van de derogatie zou een grote impact hebben aangezien landbouw ons enige inkomen is.”

Naast de mogelijkheid van een derogatie hebben Ierse landbouwers ook meer tijd om mest uit te rijden dan hun Vlaamse collega’s, bij wie het seizoen op grasland ten laatste eindigt in augustus. Doorgaans start het Ierse mestseizoen midden januari. In het noorden geldt een iets langer mestverbod door een tragere wintergroei en hogere neerslag. Daar mag dan pas begin februari uitgereden worden tot 1 oktober.

WhatsApp Image 2026-04-21 at 19.51.48
koeien van de poole farm

Nood aan dichtgelegen percelen

Een andere uitdaging die het weidesysteem met zich meedraagt, is de ligging van de percelen. Vroeger hadden Alan en Cheryl meer graspercelen die ze lieten begrazen door hun koeien. “De verste percelen waren doorsneden door twee openbare wegen, wat het beheer bemoeilijkt om de koeien tweemaal op een dag terug naar de stal te brengen om te melken”, legt Alan uit. “Vroeger was dit minder een probleem. Er was minder verkeer, maar nu moeten we echt met tweeën zijn om de kudde te begeleiden. Dit vroeg een zeer strakke planning die zich niet altijd liet rijmen met ons gezinsleven. Daarom hebben we beslist om de verafgelegen percelen niet langer te beweiden.”

Praktijkvoorbeeld voor duurzame, intensieve melkveehouderij

Bij het optimaliseren van hun bedrijf en het verhogen van de productie zoeken Alan en Cheryl telkens het evenwicht met de omgeving en de biodiversiteit. Maatregelen die zichtbaar zijn in heel wat hagen, verbrede akkerranden, nestkasten en -wanden voor insecten en vogels. Recent werden ook tweepoelsystemen aangelegd op de boerderij binnen een EIP-project 'Farming for Water'. Nu worden ze gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek hoe ze afstromend water kunnen vertragen en water van wegen en daken kunnen zuiveren.

Alle zones waar de koeien in de winter verblijven, zijn ook volledig overdekt. “Regenwater komt zo niet in contact met de dieren, waardoor we de hoeveelheid vervuild water beperken.” Daarnaast nemen Alan en Cheryl ook nog veel managementmaatregelen die minder zichtbaar zijn, maar hun vruchten afwerpen. Ondertussen zijn ze een praktijkvoorbeeld geworden van duurzame, intensieve melkveehouderij.

Collega’s reageren vaak sceptisch op onze aanpak. Maar onze productiedata tonen aan dat je zowel milieuvriendelijk en tegelijk winstgevend kan zijn

Alan Poole - Ierse melkveehouder

Met een doctoraat in chemie en zoölogie hebben Alan en Cheryl de ideale achtergrond om dit model uit te werken. Een achtergrond die de doorsnee Ierse melkveehouder niet heeft en de reden is waarom Alan en Cheryl graag hun kennis en ervaringen delen. Ze ontvangen soms groepen, van schoolkinderen tot collega-landbouwers en andere geïnteresseerden, en geven hen een inkijk in hun aanpak. “Collega’s reageren vaak sceptisch op onze aanpak. Ze gaan ervan uit dat we niet aan landbouw doen om er inkomen uit te halen. Dat je niet milieuvriendelijk kan zijn en tegelijk winstgevend. Maar zodra we transparant onze productiedata presenteren, zien we dat velen bijdraaien en veel interesse tonen”, klinkt het. “We zitten met onze melkkwaliteit in de top van de coöperatie. En hebben een zeer hoge NUE van 38 procent.”

De stikstofbenchmark zet bedrijven aan om zich te vergelijken met anderen in de buurt en na te gaan wat ze kunnen doen om hun efficiëntie op te krikken

Cheryl Poole - Ierse melkveehoudster

NUE-wat?

NUE staat voor ‘Nitrogen Use Efficiency’. Het is een maatstaf voor de stikstofbenuttings-efficiëntie die landbouwers in Ierland gebruiken als benchmark: hoe efficiënt een landbouwbedrijf stikstof gebruikt. Het geeft de verhouding weer tussen hoeveel stikstof er binnenkomt via onder meer voeder en mest, en hoeveel stikstof het bedrijf verlaat via bijvoorbeeld gewas- of melkproductie. Het nationaal gemiddelde ligt rond 20 procent. Een NUE van 38 is dus zeer hoog. Aan de benchmark hangen geen verplichtingen vast vanuit de overheid. Het maakt voor Alan en Cheryl wel deel uit van hun duurzaamheids-betalingssysteem van hun coöperatie. “De benchmark is ondertussen goed ingeburgerd in Ierland”, klinkt het. “Het zet bedrijven aan om zich te vergelijken met anderen in de buurt en na te gaan wat ze kunnen doen om hun efficiëntie op te krikken.”

poole farm rivier
poole farm

Issues met waterkwaliteit

Hoewel de rivier die door de boerderij van Alan en Cheryl kabbelt een uitmuntende waterkwaliteit heeft, is dit niet het geval voor veel ander waterlopen in de regio. In het stroomgebied waar de boerderij zich bevindt, heeft 64 procent van het zoetwater een goede tot hoge kwaliteit. Vooral het benedenstroomse gebied kampt met hoge nitraatconcentraties. “Dit maakt de problematiek zo complex, nitraten worden pas stroomafwaarts echt problematisch in het meer zoute water. De waterkwaliteit wordt dus vaak niet bij de bron zelf beïnvloed. Actie stimuleren om er een voordeel stroomafwaarts uit te halen, is niet gemakkelijk”, duidt een expert van de Ierse overheidsinstantie die instaat voor de bescherming en verbetering van het milieu (EPA).

Benieuwd hoe Ierland omgaat met de mest- en waterproblematiek? Lees dan morgen zeker het artikel: “Hoe tackelt Ierland zijn waterproblematiek en kan Vlaanderen er iets van leren?”

Gerelateerde artikels

Er zijn :newsItemCount nieuwe artikels sinds jouw laatste bezoek