DGZ wil tool uitwerken voor mycotoxinen in de kuil
nieuwsMycotoxinen zijn giftige stoffen die worden geproduceerd door schimmels. Ze komen veelvuldig voor in de sleufsilo’s van Vlaamse rundveehouders, en kunnen leiden tot gezondheidsproblemen bij rundvee. “Denk aan een verminderde melkgift, verminderde vruchtbaarheid en een verlaagde weerstand”, vertelt dierenarts Wouter van Mol van DGZ. Dierengezondheidszorg Vlaanderen wil een tool uitwerken om de veehouders te ondersteunen in hun management en om de impact van mycotoxinen te verminderen.
Mycotoxinen zijn al lang geen onbekend begrip meer in de Belgische landbouw. De giftige stoffen worden geproduceerd door schimmels en zijn al vanaf het veld aanwezig. De giftige stoffen kunnen tot gezondheidsproblemen leiden bij het rundvee. “Denk aan een verminderde melkgift, verminderde vruchtbaarheid en een verlaagde weerstand”, vertelt Wouter van Mol van DGZ.
In een doctoraatsstudie toonde Jonas Vandicke enkele jaren geleden aan dat elke Vlaamse kuil in ieder geval een soort mycotoxinen bevat en vaak minstens vier verschillende soorten. Vandicke analyseerde drie jaar lang de aanwezigheid van schimmels op maïs.
Exotische soorten in kuil
Uit het onderzoek bleek ook dat nieuwe soorten mycotoxinen hun intrede doen als gevolg van de klimaatopwarming. Zo werd de soort ‘fumionisines’ in 2018 nog maar in 2,5 procent van de stalen teruggevonden, in 2021 lag dat percentage al op 61 procent. “Die komen in normale tijden vooral voor in het warme, mediterrane klimaat van Zuid-Europa en niet in het koude en regenachtige Vlaanderen”, kaderde de onderzoeker dat jaar.
Wouter van Mol van DGZ stelt dat er zo’n 15 verschillende mycotoxinen veel voorkomen in Vlaanderen. “Wat de exacte gevolgen zijn op Vlaamse melkveebedrijven, is nog onvoldoende bekend. Elk mycotoxine of elke combinatie van meerdere mycotoxinen kan eigen gezondheidseffecten hebben”, kadert hij.
Uitwerking managementtool
Om hier verandering in te brengen, bereidt DGZ een projectvoorstel voor om de impact van mycotoxinen op melkveebedrijven verder te onderzoeken. Dat gebeurt samen met de onderzoeks- en sectorpartners UGent, ILVO, Boerenbond, Hooibeekhoeve, Inagro, Trouw Nutrition en Arvesta/Proxani . Uit het onderzoeksproject moet een beslissingsondersteunende tool naar voren komen voor de rundveehouder.
Van Mol stelt dat Vlaamse boeren hun ruwvoer aan een analyse onderwerpen, maar vervolgens vaart de boer veelal blind. “Bij de aanwezigheid van de mycotoxinen zetten veehouders vaak mycotoxinen-remmers in, maar dat is niet bij alle gehaltes in het voeder noodzakelijk, waardoor er soms onnodige kosten gemaakt worden. Met een tool willen wij de rundveehouder assisteren bij zijn management. Daarnaast willen we ook gaan kijken naar gerichte preventiemaatregelen voor bedrijven met verliezen door mycotoxinen.”
In voorbereiding van het projectvoorstel heeft DGZ recent een enquête verstuurd naar de Vlaamse rundveehouders. “Bij het uitwerken van dit projectvoorstel willen we het onderzoek zo goed mogelijk afstemmen op de vragen en de noden van de sector. Daarom horen we graag welke ervaringen melkveehouders hebben met mycotoxinen en waar volgens hen de belangrijkste uitdagingen liggen”, klinkt het.
Geen verhoogde veldbelasting in 2026
De Belgische veevoederorganisatie BFA, FEGRA en Belgian Millers onderzoeken jaarlijks te mycotoxines in granen. Voor 2026 is er geen verhoogde mycotoxine-veldbelasting vastgesteld. “Voor maïs is het beeld op dit moment nog minder duidelijk”, vertelt Tom Schiettecat, directeur van BFA (Belgian Feed Association).
Het DGZ-onderzoek richt zich specifiek op mycotoxines in kuilmaïs, terwijl de mengvoedersector vooral korrelmaïs gebruikt. “Omdat de oogst van korrelmaïs nog maar net is gestart, is het nog te vroeg om uitspraken te doen over de mycotoxinebelasting. We blijven dit daarom opvolgen en verwachten het rapport voor maïs tegen eind oktober klaar te hebben, waarbij we ook rekening houden met de droogtestress en de grote verschillen tussen percelen tijdens het groeiseizoen”, verklaart hij.