Smalle weegbree kan grote rol spelen in stikstofcrisis
AnalyseHet gebruik van het kruid smalle weegbree kan een significante rem zetten op nitraatuitspoeling en de uitstoot van lachgas. Landbouwonderzoekscentrum ILVO werkt vandaag aan de veredeling van deze plant. Want hoewel deze plantensoort veelvoorkomend is in wegbermen en voor velen onbeduidend lijkt, kan die een goede partner zijn in het beheersen van de stikstofcrisis.
Mathias Cougnon van ILVO werkt mee aan de veredeling van smalle weegbree. Vooral in begraasde graslanden heeft het plantje volgens hem potentieel om de stikstofverliezen te reduceren. “Weegbree bevat veel water en ook stoffen die een diuretisch effect hebben, wat wil zeggen dat koeien er vaker door moeten plassen”, zegt Cougnon.
In tegenstelling tot wat men zou denken, is dat iets positief. “De urine is in dit geval meer verdund, wat maakt dat de stikstofdosis per urineplek lager is, en dus de kans op uitspoeling daalt.”
Weegbree voorkomt nitraaatvorming
Een ander duidelijk voordeel zijn de zogenaamde ‘BNI-componenten’ in weegbree, voluit de ‘biologische nitrificatie inhibitor’. “Dat zijn stoffen die de nitrificatie beperken, ofwel het omzetten van ureum tot geoxideerde vormen van stikstof, zoals nitraat. Hoe minder nitraat er gevormd wordt, hoe kleiner het risico op uitspoeling.”
Ook voor de stikstofcrisis in de lucht kan weegbree nuttig zijn. Het is hier belangrijk om het onderscheid te maken tussen nitraat en lachgas. Nitraat of NO₃ vormt een milieuprobleem door de uitspoeling naar grond- en oppervlaktewater. Lachgas of N₂O daarentegen is een krachtig broeikasgas, bijna 300 keer zo sterk als CO2, en draagt bij aan het klimaatprobleem.
Rem op broeikasgas
Volgens eerdere studies kan weegbree naast uitspoeling ook op de lachgasemissies een rem zetten. Een Nederlandse studie uit 2019 van het Louis Bolk Instituut spreekt van een significante reductie met 40 procent. Al tekende onderzoeker Jeroen Pijlman toen al op dat meer onderzoek nodig is voor we smalle weegbree willen uitrollen als maatregel tegen lachgasemissies. Het onderzoek in kwestie gebeurde op een lap veengrond na een kunstmestgift van 50 kg zuivere stikstof per hectare. Veldjes met alleen smalle weegbree of een mengsel van Engels raaigras en smalle weegbree gaven een lagere lachgasemissie dan veldjes met puur Engels raaigras.
“De veenweidebodem is rijk aan organisch gebonden stikstof, aanwezig in het veen zelf en afkomstig van bijvoorbeeld organische mest, afstervende wortels en gewasresten”, kadert Pijlman in de studie. “Stikstof uit organische stof wordt in de bodem omgezet in ammonium en vervolgens nitraat. Ammonium en nitraat zijn nodig voor de gewasgroei. Nitraat kan echter ook door een proces worden omgezet waarbij lachgas (N2O) kan ontstaan. Smalle weegbree geeft speciale stofjes af uit de wortels, waaronder aucubin, die zorgen dat dit proces geremd wordt en er minder nitraat en daarmee ook minder lachgas gevormd wordt.”
Volgens Pijlman is het echter nog te vroeg om smalle weegbree massaal in te zetten tegen lachgasemissies. Volgens hem zijn er nog onbeantwoorde vragen rond het inzaaien en het behoud van smalle weegbree in de graszode. “Mogelijk bieden nieuwe rassen hier mogelijkheden. Hier is verder onderzoek naar nodig”, aldus Pijlman.
Een recent onderzoek uit Nieuw-Zeeland schept twijfel over het potentieel van weegbree als lachgasremmer. “Koeienurine werd aangebracht op veldjes met drie verschillende rassen weegbree die zich onderscheiden in een verschillende concentratie BNI of veldjes met Engels Raaigras. De N₂O emissie na toediening van urine werd gemeten. Deze proef werd herhaald op twee locaties”, kadert Cougnon.
“De resultaten waren niet consistent”, besluit Cougnon. “Op één van beide locaties was er geen verschil in N2O emissie tussen weegbree en raaigras. Op de andere locatie was de emissie op de weegbree plots lager, maar het raseffect was niet zoals verwacht: de rassen met de hoogst BNI leidden niet tot de grootste reductie. Het is dus moeilijk om op basis van deze studie te zeggen dat weegbree echt kan leiden tot een lagere lachgasemissie. Er zijn indicaties, maar niet consistent.”
Uitdagingen
Hoe dan ook zijn er genoeg aanwijzingen om weegbree te gebruiken in kruidenrijke graslandmengsels, wat nu al gebeurt. “Enerzijds door de nitrificatie-inhibitie, anderzijds omdat het een heel goed opbrengstpotentieel heeft en goed tegen droogte en hitte kan”, zegt Cougnon. “Dat zie je sinds deze zomer heel duidelijk in de wegbermen. Het gedijt overal, in stikstofrijke en -arme bodem. Ook qua biodiversiteit is weegbree een belangrijke plant, in de zin dat die bloemen produceert die veel stuifmeel maken, waardevol voor bijen en hommels. Zowel voor diverse ecosysteemdiensten als de droogte-tolerantie van graslanden biedt weegbree dus zeker potentieel. We moeten alleen opletten dat de plant niet te veel bloemstengels vormt, want dat eten de dieren niet zo graag.”
Een ander nadeel van weegbree is dat het doorgaans een iets lagere verteerbaarheid heeft als Engels raaigras. “Maar slecht zou ik de verteerbaarheid zeker niet noemen”, zegt Cougnon.
Een nadeel van weegbree is dat de plant bovendien een kortere levensduur heeft dan gras. De plant heeft een levensduur van ongeveer vijf jaar. “Net zoals rode klaver en luzerne is weegbree vooral productief binnen een tijdspanne van drie, vier jaar. Daarna wordt het moeilijk om de soort in stand te houden.”
Veredeling
ILVO wil via veredeling soorten bekomen die productief en persistenter zijn, zonder een teveel aan bloemstengels aan te maken om de voederwaarde op peil te houden.
Maar of weegbree ook een gamechanger kan zijn voor de uitstoot van het globale Vlaamse landbouwlandschap, is twijfelachtig. “In Vlaanderen gebeurt er niet zoveel begrazing”, zegt Cougnon. “Het meeste gras hier wordt gemaaid, en bij gemaaid grasland is de problematiek van uitspoeling natuurlijk veel kleiner. Wat niet wegneemt dat weegbree toch interessant zou kunnen zijn waar dit gebeurt.”
Cougnon ziet toch potentieel op tijdelijke graslanden die enkel gemaaid worden. “Tijdelijke graslanden worden op een bepaald moment gescheurd, en dan heb je altijd een risico op stikstofuitspoeling door de mineralisatie van de gescheurde zode. In een nieuw VLAIO-onderzoeksproject (TGV), gaan we na of weegbree in tijdelijke graslanden het risico op nitraatuitspoeling na scheuren kan reduceren.”