Zelfde stikstofdruk, andere beoordeling: waarom Duitse heide betere natuurscore haalt dan Vlaamse
AnalyseVijf jaar geleden bleek dat Duitsland een andere methode hanteert dan Vlaanderen en Nederland om de toestand van heide te beoordelen. Ook in het nieuwste Europese rapport houdt Duitsland vast aan die aanpak. Daardoor krijgt Duitse heide een opvallend betere natuurscore dan heide in Vlaanderen, ondanks vergelijkbare stikstofdepositie en gelijkaardige instandhoudingsmaatregelen. Waar zit het verschil, en waarom volgt Vlaanderen die beoordeling niet?
Het viel de Nederlandse analist Jaap Hanekamp in 2021 al op: de kwaliteit van heide aan Nederlandse zijde kleurt rood op de kaarten van de Europese Commissie, terwijl die net over de Duitse grens groen kleurde. Het gaat om de staat van instandhouding van de beschermde heideterreinen van habitattype 4030, gelegen in de biografische Atlantische regio. Waar Duitsland steevast een gunstige staat heeft, is dit niet het geval in de overige Atlantische regio’s zoals Vlaanderen, Nederland, Frankrijk, Denemarken en Ierland. Enkel en alleen in Duitsland lijkt de heide te floreren.
Een uitzonderlijk lage stikstofdepositie lijkt de goede Duitse score niet te verklaren. Want net het noordwesten van Duitsland, waar de Atlantische heide voorkomt, kent het hoogste risico op eutrofiëring van het land. In die regio worden de meeste overschrijdingen van kritische drempelwaarden voor stikstofdepositie vastgesteld. Het resultaat is des te opvallender omdat hetzelfde habitattype 4030 in de continentale regio, waar de stikstofdepositie lager ligt dan in de Atlantische regio, op alle criteria net een zeer ongunstige beoordeling krijgt.
Het verschil in de natuurscores viel ook vijf jaar geleden het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) op. INBO besloot toen dat de verklaring kon liggen in de beoordeling van de natuur. “Er wordt in Europa geen vaste methodiek opgelegd om de kwaliteit van een habitattype te bepalen en op te volgen”, duidt INBO.
Toch verschilt de Vlaamse werkwijze om habitatkwaliteit te beoordelen volgens INBO in grote lijnen niet sterk van de Duitse aanpak. Voor andere heidebiotopen (2310, 2330, 4010) zijn de natuurscores bijvoorbeeld erg vergelijkbaar, namelijk zeer ongunstig. Maar heide 4030 in de Atlantische regio springt eruit.
Overschatting van kwaliteit
INBO sprak in 2021 met een Duitse expert op het vlak van de beoordelingsmethodologie. In een persoonlijk inzicht gaf hij aan dat de kwaliteit van het Duitse habitattype volgens hem waarschijnlijk wordt overschat. Eén van de onderdelen van het beoordelingssysteem bestaat daar uit drie onderdelen: structuur, soortensamenstelling en potentiële verstoringen. Volgens hem is de beoordeling van de structuur twijfelachtig. Daarbij zou het verminderde herstelvermogen van oudere heides en jonge, structuurarme vegetaties te weinig in rekening worden gebracht.
Daarnaast wordt volgens de expert de A-score vaak snel gegeven. In Nedersaksen krijgt een habitat bijvoorbeeld een A als planten uit alle groeifasen aanwezig zijn. “Dat is relatief eenvoudig te bereiken als je voldoende tijd investeert in het zoeken naar alle fase”, liet hij aan INBO weten.
Ook op het onderdeel van soortensamenstelling blijkt het relatief eenvoudig te zijn om een A te krijgen. Er moeten drie tot vijf soorten van de lijst met typische soorten aanwezig zijn. Dit zouden volgens de expert vaak algemene en wijdverspreide soorten zijn die in de heidegebieden vaak voorkomen.
Aan de deugdelijkheid van het derde onderdeel ‘verstoringen’ twijfelt de expert dan weer minder. “Door intensief beheer en actieve militaire oefeningen vormen verbossing en veroudering in de meeste heidegebieden van subatlantisch Duitsland geen groot probleem. Hetzelfde geldt voor invasieve soorten. Op dat vlak denk ik dat de beoordeling wel correct is en dat een “A”- of “B”-score vaak verdedigbaar is”, aldus de expert.
Dat de bestaande verstoringen zoals stikstofdepositie volledig geremedieerd worden door instandhoudingsmaatregelen is betwijfelbaar
Grote onbekende factor
Zo komt Duitsland tot een resultaat waarbij 64 procent van de oppervlakte als gunstig wordt gezien, tien procent ongunstig en 26 procent onbekend. Hoe Duitsland dan toch tot een goede totale habitatstoestand komt, is niet geweten. “Het blijft gissen. De achterliggende methodologie is niet transparant te vergelijken”, aldus INBO. “Ofwel telt Duitsland die onbekende terreinen niet mee, waardoor het aandeel gunstige oppervlakte groot genoeg is voor een positieve beoordeling. Ofwel beschouwt Duitsland die onbekende terreinen als gunstig.”
Maar een positieve eindevaluatie kan enkel wanneer er geen noemenswaardige verstoringen meer zijn zoals stikstofdepositie of potentiële bedreigingen zoals accidentele branden. “Dat betekent dat de bestaande verstoringen vrijwel volledig geremedieerd moeten zijn door de genomen instandhoudingsmaatregelen. Wat betwijfelbaar is”, luidt het bij INBO.
Duitsland blijft vasthouden aan zijn aanpak
Exact dit laatste lijken de Duitsers te willen benadrukken in hun nieuwste habitatrichtlijnrapport aan de EU, waaruit blijkt dat ze hun beoordelingscriteria niet hebben aangepast. Opnieuw krijgt heide in het Atlantische deel van Duitsland de beste natuurscore. Volgens de Nederlandse website Agrifacts.nl motiveert Duitsland dat onder meer door te stellen dat “militair gebruik en terreinbeheer overwegend een positieve invloed hebben op de specifieke structuren en functies van dit habitattype.”
Dat Duitsland blijft vasthouden aan die aanpak, is ook voor INBO een verrassing: “We hadden verwacht dat ze hun eindevaluatie intussen kritisch zouden herbekijken.”
Kan Vlaanderen dezelfde motivatie gebruiken?
De Duitse structuur van de beoordeling is in se hetzelfde in Vlaanderen. Maar de manier waarop de beoordelingscriteria toegepast worden verschilt, vooral in de eindeconclusie. Met andere woorden: mocht INBO in Vlaanderen tot hetzelfde resultaat komen, dan nog zou dat volgens de Vlaamse toepassing tot een andere eindconclusie leiden. Dit omdat Duitsland hoogst waarschijnlijk anders omgaat met hun onbekende terreinen.
Maar ook Vlaanderen heeft een groot aandeel ‘onbekende terreinen’ binnen de heidegebieden. “Bij ons is ongeveer 20 procent onbekend. Dit heeft te maken met de toegankelijkheid van bepaalde terreinen waar het moeilijk is om een meetnetwerk uit te rollen.”
Van de onbekende terreinen is ook een groot deel van de heide op militaire domeinen gelegen. Zo is er onder meer het Groot Schietveld in Brasschaat, Schietveld Helchteren en Kamp Beverlo in Leopoldsburg. “De militaire domeinen in Vlaanderen staan bekend om hun hoge natuurwaarden”, duidt INBO. “Het zijn, naar Vlaamse normen, vaak grotere, aaneengesloten gebieden ontzien van grootschalige bebouwing, intensieve landbouw of industriële ontwikkeling. Hierdoor blijven oorspronkelijke biotopen en schrale gronden zoals heide behouden. Omdat ze vaak afgesloten zijn voor publiek en de militaire oefeningen beperkt worden in tijd en ruimte, zijn het ook grote rustgebieden.”
Het verschilt van gebied tot gebied, maar volgens INBO ligt de stikstofdepositie in veel van deze gebieden doorgaans te hoog om zomaar te kunnen besluiten dat beheermaatregelen die druk volledig kunnen opvangen. Volgens het instituut gaat Duitsland te soepel om met onbekende terreinen, wat mee bijdraagt aan de positieve eindconclusie.
KU Leuven: “Hoogwaardige boerenland-biodiversiteit herstel je enkel met drastische maatregelen”
nieuwsBeeld: Unsplash