Nieuwe visietekst KU Leuven: “Hoogwaardige boerenland-biodiversiteit herstel je enkel met drastische maatregelen”
nieuwsAls Vlaanderen naar een niveau van hoogwaardige biodiversiteit in het landbouwlandschap wil evolueren, zal het verder moeten gaan dan de huidige maatregelen. Dat stellen 11 onderzoekers van KU Leuven in een nieuwe visietekst over biodiversiteit. “Blijf het gebruik van schadelijke bestrijdingsmiddelen verder terugdringen, verminder de consumptie van dierlijk eiwit en draai in bepaalde zones de landbouwintensivering drastisch terug”, luidt hun advies aan beleidsmakers.
In hun visietekst tonen 11 onderzoekers van KU Leuven hoe biodiversiteit niet enkel op zich waardevol is, maar dat de staat ervan mee bepalend is voor gezondheid, klimaat, voedselzekerheid en economie. “Door biodiversiteit te benaderen als een werkend systeem waarvan we afhankelijk zijn, wordt duidelijk dat investeren in natuur geen luxe is, maar een noodzakelijke voorwaarde voor een leefbare samenleving”, stellen de onderzoekers. “Om die ecosysteemdiensten die biodiversiteit leveren te waarborgen, is het daarom cruciaal de negatieve trend te keren.”
En dat vergt volgens de onderzoekers meer dan ‘vergroenen’. Biodiversiteit moet eerst en vooral in een brede zin van de definitie worden benaderd. Er moet aandacht gaan naar zowel ecosystemen, individuele habitatsoorten, als genetische diversiteit. “Hoe beter deze laatste, hoe hoger de kans is dat populaties zich aanpassen aan veranderende milieuomstandigheden en overleven”, duiden de onderzoekers.
Meer natuur betekent niet automatisch meer biodiversiteit
Het versterken van biodiversiteit vraagt verder ook om gerichte, doortastende keuzes met een duidelijke visie. “Bescherming en herstel werken vooral wanneer ze op voldoende schaal worden toegepast, eerder dan als losse, tijdelijke ingrepen. Meer natuur betekent bovendien niet automatisch meer biodiversiteit. Een groot soortenarm park kan ecologisch minder betekenen dan een klein soortenrijk beekvalleitje.”
Landbouw, klimaat en ruimtelijke ordening als belemmering
Ondanks diverse inspanningen blijft het behoud van de bestaande biodiversiteit een grote uitdaging. “De huidige situatie in Vlaanderen vertoont een gemengd beeld. Hoewel sommige soorten herstellen, blijven veel leefgebieden en soortgroepen onder zware druk staan”, schetsen de onderzoekers. Ze verwijzen naar een hoge verstedelijkingsgraad, intensieve landbouw, versnippering van leefgebieden en toenemende impact van klimaatverandering als grote belemmeringen voor het herstel en het behoud van biodiversiteit in Vlaanderen.
De onderzoekers hebben hun focus vooral gelegd op landbouw, gezondheid en klimaat. “Deze thema’s zijn zowel bijzonder relevant binnen de Vlaamse context en sluiten ook aan bij de in de werkgroep aanwezige wetenschappelijk expertise”, klinkt het. Ruimtelijke ordening blijft grotendeels buiten beschouwing.
Huidig biodiversiteitsbeleid schiet tekort
Landbouw zet biodiversiteit onder druk, onder meer door stikstofvervuiling, nutriëntenverliezen, het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de schaalvergroting van het landschap. Nochtans levert biodiversiteit ook ecosysteemdiensten aan landbouwproductie. Denk aan bestuiving in boomgaarden of natuurlijke bestrijding van gewasziekten en -plagen. Al zijn deze ecosysteemdiensten soms onvoorspelbaar en contextafhankelijk. “In de huidige markt- en beleidscontext zijn de kosten voor landbouwers ook vaak groter dan de verwachte baten van biodiversiteit”, stellen de onderzoekers.
Gezien de manier waarop onze ruimte in Vlaanderen is ingericht, hangt natuurbehoud en -herstel sterk af van hoe er aan landbouw gedaan wordt. Het beleid om de biodiversiteit in landbouwgebied te behouden, maakt deel uit van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de EU. En dat Europese beleid slaagde er volgens de onderzoekers niet in om de achteruitgang van biodiversiteit in landbouwgebieden te stoppen.
“Maatregelen bleken te vrijblijvend, te beperkt in schaal en onvoldoende afgestemd op wat biodiversiteitsherstel werkelijk vraagt”, klinkt het. “Kleine ingrepen op bedrijfsniveau leveren onvoldoende resultaat op zolang ze niet gecoördineerd worden op landschapsniveau. Bovendien vormen de rigiditeit van een reeks maatregelen en de administratieve overlast een belangrijke hinderpaal.”
Het Vlaamse stikstofdecreet vormt volgens de onderzoekers een goede basis om de lokale en regionale stikstofdepositie aan te pakken. Maar tegenover het zevende mestactieplan (MAP7) zijn ze kritischer. “Het is onzeker of MAP7 zal leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater, zolang de ratio nutriëntopname ten opzichte van uitspoeling niet sterk verbetert”, klink het. “Een echte verbetering vereist dat riooloverstorten worden ontkoppeld zodat lozingen bij hevige regen uitblijven, en dat nutriëntenverliezen uit landbouwbodems drastisch dalen.”
Het herstel van ecosystemen zal volgens de onderzoekers sterk afhangen van de manier waarop Vlaanderen de Europese Natuurherstelwet zal aanpakken. Om die doelstellingen te realiseren zal alvast een breder maatschappelijk en politiek draagvlak nodig zijn.
Zolang er geen werk gemaakt wordt van grootschalig habitatherstel, is biodiversiteitsherstel in landbouwgebied kansloos
Drastische maatregelen voor hoogwaardig biodiversiteit nodig
Voor het herstel van een basismilieukwaliteit in het landbouwgebied kunnen ecologische maatregelen zoals teeltrotaties en mengteelten veel betekenen. “Maar ze volstaan niet om een stabiele en hoogwaardige biodiversiteit te herstellen, noch de typische biodiversiteit van landbouwlandschappen zoals die historisch aanwezig was”, aldus de onderzoekers. “Denk dan aan het herstel van soorten zoals de hamster of wulp. Daarvoor zijn meer drastische maatregelen noodzakelijk."
"Ecologische intensivering levert geen herstel van hoogwaardige boerenland-biodiversiteit. Zo'n niveau vraagt verregaande extensivering van de landbouwpraktijken, waarbij een halvering van de bemesting niet zal volstaan. Dit zou een enorm grote impact betekenen op de landbouwbedrijfsvoering, productie en rendabiliteit.”
De onderzoekers stellen bovendien dat zolang er geen werk gemaakt wordt van grootschalig habitatherstel, biodiversiteitsherstel in landbouwgebied kansloos is, inclusief de herintroducties van soorten zoals hamsters.
Onrealistisch in huidige context
Volgens de onderzoekers is het zonder meer onrealistisch om zo’n drastische maatregelen uit te rollen over het hele landbouwareaal, in de huidige socio-economische context. “De vraag naar land voor voedselproductie lijkt niet fors af te nemen, lokaal noch mondiaal”, klinkt het. “Maatschappelijke transities naar een minder vleesrijk dieet verlopen in het beste geval traag en mondiaal blijft de vleesconsumptie toenemen.”
Deze grensoverschrijdende effecten mogen volgens de onderzoekers in het beleid niet genegeerd worden. “Zo kan het reduceren van de vleesproductie in Vlaanderen op korte termijn positief lijken voor onze open ruimte en biodiversiteit. Maar als de vraag naar vlees in Vlaanderen en de EU niet daalt, verschuift de productie gewoon naar het buitenland, waar de ecologische impact doorgaans nog groter is.”
Het is verstandig en noodzakelijk om hoogproductieve duurzame landbouw te behouden, om te voorkomen dat de productie zich verplaatst naar elders
Hoe kunnen landbouw en hoogwaardige biodiversiteit dan wel samengaan?
Wat vandaag onrealistisch lijkt, hoeft dat volgens de onderzoekers niet te blijven. Met 29 aanbevelingen in hun visietekst willen ze het beleid inspireren. Binnen de aanbeveling om meer en grotere natuurgebieden te realiseren, behoudt landbouw ook een plaats, al wordt die in de ruimtelijke ordening verschoven. “Het is verstandig en noodzakelijk om hoogproductief maar duurzamer beheerd landbouwland te behouden om te voorkomen dat de productie zich verplaatst naar elders”, klinkt het. Om dit te verzoenen met de hoogwaardige biodiversiteitsdoelstellingen zien de onderzoekers in hun toekomstbeeld heil in het concept van een driecompartimentensysteem.
Er bestaat momenteel geen enkel geloofwaardig verdienmodel voor landbouwers die aan natuurinclusieve landbouw willen doen.
In dat systeem wordt de landbouwruimte afgebakend in drie zones: een zone waar er hoogproductieve en duurzame landbouw is, een bufferzone waar biodiversiteit voorrang krijgt, en waar drastisch moet worden geëxtensiveerd. En tot slot natuurgebieden. “Het is een stuk realistischer om het herstel van hoogwaardige biodiversiteit in landbouwgebied te concentreren in beloftevolle natuurinclusieve landbouwzones, rond geselecteerde natuurgebieden”, klinkt het. Al stuit deze zone op een groot probleem.
"Er bestaat momenteel geen enkel geloofwaardig verdienmodel voor landbouwers die aan natuurinclusieve landbouw willen doen.” De vergoeding voor het leveren van ecosysteemdiensten kan nooit concurreren met de inkomsten van het vermarkten van landbouwproducten in een vrijemarkteconomie. “Daarom zal een nieuw verdienmodel opgemaakt moeten worden”, stellen de onderzoekers. Dit kan onder meer gaan om extra subsidies, hogere vergoedingen voor beheerovereenkomsten of een extra prijs die de consument wil betalen voor de producten van natuurinclusieve landbouwers.
Verder pleiten de onderzoekers ervoor om het gebruik van schadelijke bestrijdingsmiddelen in heel het landbouwgebied verder terug te dringen en zowat alle soorten onderzoek, biologisch, ecotoxicologisch, wetenschappelijk en praktijkgericht, in het kader van bestrijdingsmiddelen te versterken. "Zorg er ook voor dat zowel jonge landbouwers als milieuexperten kennis hebben van landbouw én biodiversiteit", klinkt het nog. "En heb aandacht voor de evolutie naar een totale nul-bemesting in VEN-gebied en groene bestemmingen."
Coherent effectief en efficiënt beleid
Om dit alles mogelijk te maken is vanuit de overheid een coherent totaalbeleid nodig met een langetermijnvisie en beleidsevaluatie, met grondige impactanalyses en strategieën met evalueerbare mijlpalen. “Doeltreffend biodiversiteitsbeleid vraagt meer dan alleen inzet of goede bedoelingen. Beleidsmaatregelen moeten zowel effectief als efficiënt zijn. Effectief, omdat ze echt het verschil moeten maken op het terrein, voor soorten en ecosystemen. Efficiënt, omdat middelen schaars zijn en keuzes onvermijdelijk”, klinkt het.
Verder is het volgens de onderzoekers essentieel dat boeren niet uitgesloten worden bij biodiversiteitsbeleid. “Landbouwers hebben vaak een sterke interesse in natuur en kunnen overtuigd worden om in hun bedrijfsvoering meer rekening te houden met biodiversiteit”, concluderen ze. “Daarvoor moeten ze voldoende en juist geïnformeerd worden over de mogelijkheden, moeten administratie en controles beperkt blijven en moet er een correcte vergoeding staan tegenover de geleverde inspanningen en inkomstenverlies.”